Sluiting Ford Genk toont vooral falend Europees beleid aan

 De sociaaldemocraten in het Europees parlement reageren met verbijstering op de aangekondigde sluiting van Ford Genk. Wij zijn uitermate bezorgd en leven mee met de duizenden mensen die koudweg op straat worden gezet. De sluiting van de fabriek in Limburg toont nog maar eens aan dat het Europese beleid geen antwoorden heeft op de crisis die Europa heeft getroffen. De plannen om Europa uit de crisis te halen, die gisteren nog door Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad, werden toegelicht, betekenen niets voor de arbeiders van Ford Genk. 

 
Dat multinationals er nog steeds in slagen Europese lidstaten tegen elkaar uit te spelen is wraakroepend. Een deel van de productie van Genk, verhuist nu gewoon naar een andere lidstaat. Op die manier wordt ook de werkende bevolking tegen elkaar opgezet, want de nieuwe hoop voor Spaanse arbeiders, betekent dat hun Limburgse collega’s in een hopeloze toekomst worden gestort.
 
Dat de loonkosten het belangrijkste probleem zouden zijn is onjuist. Het echte probleem is de gefragmenteerde Europese aanpak. Ford Europe kampt met overcapaciteit, maar net zoals bij Opel Antwerpen, betaalt Vlaanderen de prijs omdat we een kleine regio in een kleine lidstaat zijn. Daarom hebben we in de nasleep van Opel een voorstel uitgewerkt dat een grotere rol voor de Europese Commissie voorziet bij herstructureringen. Elk bedrijf met een Europese ondernemingsraad dat herstructureert zou niet enkel haar ondernemingsraad, maar ook de Europese Commissie moeten inlichten. Op die manier kan de Commissie de voorgestelde herstructurering screenen naar haalbaarheid en objectiviteit teneinde een eerlijke concurrentie tussen vestigingen in verschillende lidstaten te verzekeren.
 
Het liberale besparingsfetisjisme van de Unie zorgt er ook voor dat er geen enkele ruimte meer is voor investeringen. Die zullen we nodig hebben als we opnieuw tewerkstelling willen creëren. De vraag naar middenklassewagens stagneert. We moeten er voor zorgen dat de vraag gestimuleerd wordt. En dan bedoel ik niet de vraag naar de klassieke auto’s op fossiele brandstoffen, maar de vraag naar duurzame wagens. Daarvoor is investeren in innovatie absoluut noodzakelijk. We creëren dan een winwin-situatie door enerzijds de productie te stimuleren en anderzijds ons wagenpark te vergroenen.
 
Europa heeft absoluut nood aan een nieuwe, duurzame industrialisering. Een Vlaanderen of een Europa zonder industrie is gewoon ondenkbaar. Dan eindigen we inderdaad zieltogend als ‘het Avondland’. Om een gezonde en duurzame economische ontwikkeling te hebben, waarin ook innovatie en productontwikkeling kan floreren, is een sterk industrieel weefsel nodig.