Opel: Alleen oordeel over staatssteun is onvoldoende

Europees Commissaris Neelie Kroes laat via een interview in de Duitse krant Handelsblatt (8/02/10) weten dat Europa erg streng zal zijn over de voorwaarden aan staatssteun voor Opel. Dat is onvoldoende. Europa moet zich ook uitspreken over het sociale. In het debat over Opel dat op mijn vraag in het Europees Parlement gevoerd werd heb ik dan ook gepleit voor een nieuw wetgevend kader in die zin.

Opel is niet alleen een economisch dossier. Achter de strakke cijfers gaan duizenden jobs en gezinnen schuil. Zo lang Europa dat blijft negeren is er voor mij geen sprake van een degelijke aanpak van grensoverschrijdende herstructureringen. Dat Europa wel ingrijpt als het gaat over concurrentieregels, maar niet als het gaat over ontslagen blijft mij een doorn in het oog. Europa moet stoppen zich te verschuilen achter de regels en werk maken van een wetgevend kader dat mensen beschermt tegen de willekeur van multinationals. Anders gaan we keer op keer belastinggeld investeren zonder enige garantie dat bedrijven ook de volgende dag nog zullen blijven.

Tijdens mijn tussenkomst op het debat van maandagavond, 8 februari, heb ik concreet ook verwezen naar de miljoenen overheidssteun die GM/Opel al vanuit België heeft ontvangen. Sinds 2001, toen de eerste geruchten over een sluiting de kop opstaken, heeft Vlaanderen 18 miljoen euro in de fabriek in Antwerpen geïnvesteerd. Daar komt nog eens een pak indirecte steun bij via de lastenverlaging op ploegenarbeid, een algemene lastenverlaging en een verlaging van de bedrijfsvoorheffing op de lonen van onderzoekers. En waarvoor? Om te zien dat het laatste voorstel van de Antwerpse Opel directie om de fabriek open te houden na vijf minuten van tafel gegooid wordt. Dat is hemeltergend.

Europa moet daarom meer initiatieven nemen op vlak van herstructureringen. En dat kan al vandaag. De Unie is immers bevoegd om lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen inzake industrieel beleid (artikel 6 van het Verdrag van de Werking van de Europese Unie). Meer nog, met het in werking treden van het Verdrag van Lissabon op 1/12/2009 is ook het nieuwe artikel 9 van kracht geworden (de ‘sociale clausule’). Dat artikel luidt: “Bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden houdt de Unie rekening met de eisen in verband met de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming, de bestrijding van sociale uitsluiting alsmede een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming van de volksgezondheid.”

Bij grote herstructureringen en herstructureringen met een Europese dimensie zijn er bovendien een heleboel beleidsmaatregelen van de Unie betrokken. Een paper van de Commissie vermeldt de Europese tewerkstellingsstrategie, het cohesiebeleid (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds), Het Europees Globalisatiefonds, het monitoringcentrum voor verandering dat is opgericht binnen EUROFOUND, enzovoort. Met een beetje politieke moed kan de Commissie op basis van de bestaande regels dus nu al een proactieve rol spelen om de zaken duidelijk en correct te laten verlopen.

Hoe dan ook moet de Commissie er een prioriteit van maken een duidelijk wetgevend kader uit te werken die haar rol in Europese herstructureringen vastlegt. Elke onderneming die een Europese ondernemingsraad heeft en een herstructurering wil doorvoeren moet deze verplicht aanmelden bij de Europese ondernemingsraad en bij de Europese Commissie. De Commissie moet deze dan toetsen op haalbaarheid, gegrondheid en objectiviteit van de voorgestelde herstructurering in het kader van een duidelijk businessplan. Ook moet de Commissie de mogelijkheid hebben om alternatieven voor te stellen in het kader van een toekomstgericht Europees industrieel beleid.

Zie ook het filmpje vanuit het Europees Parlement.