Gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plek binnen handbereik

Het Europees parlement, de Raad en de Europese Commissie hebben gisterenavond een principeakkoord bereikt over ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plek’ voor gedetacheerde werknemers in de Unie. Een belangrijke overwinning voor onze fractie. Al jaren vechten we voor de herziening van de zogenoemde detacheringsrichtlijn om werknemers die tijdelijk in een andere lidstaat werken beter te kunnen beschermen en om oneerlijke concurrentie op de Europese arbeidsmarkt tegen te gaan.

Vandaag zijn er in de Unie 2,05 miljoen gedetacheerde werknemers. 42 procent daarvan werken in de bouwsector, 21,8 in de productiesector en 13,5 procent in de dienstensector. Detachering nam toe met 41,3 procent tussen 2010 en 2015. 

Gedetacheerde werknemers ontvangen vaak veel lagere lonen en kunnen op minder bescherming rekenen dan lokale werknemers in het gastland. Die laatsten worden dan weer uit de markt geprezen door hun lager betaalde collega’s uit andere lidstaten. Deze gedetacheerde werknemers moeten dikwijls in mensonwaardige omstandigheden leven. Met de nieuwe regels willen we er voor zorgen dat gedetacheerde werknemers vanaf dag één beschermd worden en dat de zogenoemde race to the bottom naar steeds lagere lonen stopgezet wordt.

Volgens het principeakkoord dat namens het parlement onderhandeld werd door S&D rapporteur Agnes Jongerius zullen gedetacheerde werknemers recht hebben op hetzelfde loon als lokale werknemers volgens de geldende CAO’s. Informatie over alle relevante CAO’s en toeslagen moet op een officiële website staan, om misbruik door buitenlandse werkgevers tegen te gaan. Werkgevers mogen de kosten voor transport of verblijf niet meer van het loon aftrekken maar moeten die terugbetalen bovenop het reguliere loon. Ook hebben gedetacheerde werknemers recht op dezelfde toeslagen, zoals een dertiende maand of andere voordelen. De lidstaten moeten fraude en misbruik ook streng bestraffen.

De maximale termijn voor detachering zal 12 maanden bedragen, met een mogelijke verlenging van 6 maanden, in plaats van 24 maanden zoals eerder voorgesteld. Na die termijn zullen alle aspecten van het arbeidsrecht van de ontvangende lidstaat van toepassing worden op de werknemer (sociale zekerheid, pensioen…).

Het principeakkoord is een belangrijke vooruitgang, hoewel het betreurenswaardig is dat de transportsector uitgesloten wordt van de nieuwe regels. Ook daar is het misbruik gigantisch. De Raad wil dat probleem later behandelen in het zogenaamde Mobiliteitspakket.

De oude regels van 1996 zijn wel van toepassing op de transportsector. Dat is een echte overwinning voor onze rapporteur. Sommige landen betwistten tot nu toe dat de transportsector onder de detacheringsregels valt. Daar zijn zelfs enkele rechtszaken over aanhangig bij het Hof van Justitie. Onder andere het Visegradblok wou met dit akkoord bevestigd zien dat de detacheringsregels nooit van toepassing zijn op de transportsector. Dat is nu gelukkig van de baan. Het komt er nu op aan om ons ten volle te concentreren op het Mobiliteitspakket.

Het blijft ook problematisch dat het akkoord enkel betrekking heeft op de lonen en niet op de sociale zekerheidsbijdragen die nog steeds in het land van herkomst moeten betaald worden. Sociale concurrentie zal dus nog steeds kunnen georganiseerd worden, maar dan via de sociale zekerheid. Voor sp.a moeten de sociale zekerheidsbijdragen niet in het land van herkomst, maar in het land waar gewerkt wordt, geïnd worden, en daarna doorgestort worden naar het land van herkomst.

De nieuwe regelgeving moet nog bevestigd worden door de lidstaten en aanvaard worden in de commissie tewerkstelling en de plenaire vergadering van het Europees parlement. We vragen de lidstaten de afspraken van gisterenavond snel te bekrachtigen. De nieuwe wetgeving moet dan medio 2020 van kracht worden.