Europese Commissie toont schandelijk staaltje struisvogelpolitiek inzake Ford

 De Europese Commissie heeft, bij monde van commissaris Andor, in het Europees parlement toelichting gegeven bij de sluiting van verschillende Fordfabrieken in Europa. Nietszeggende en vage woorden waar geen enkele Ford-arbeider wat aan heeft. Struisvogelpolitiek van bedenkelijk allure.

Eerder op de dag had ik een bilateraal overleg met Europees commissaris Andor voor werkgelegenheid en sociale zaken. Andor heeft vooral geluisterd. Tijdens het gesprek benadrukte ik dat de commissie zich proactiever moet opstellen bij herstructureringen in de industrie. Over de investeringen van de Europese Investeringsbank in een Fordfabriek het Turkse Koçaeli, was Andor tijdens dat gesprek kort. De Commissie heeft weinig impact, zo verklaarde hij, omdat ze in de raad van bestuur van de EIB slechts over één zitje beschikt. De andere 27 zitjes worden benomen door vertegenwoordigers van de Europese lidstaten.

Tijdens de plenaire zitting putte Commissaris Andor zich uit in vaagheid en wees hij alle verantwoordelijkheid van zich af. Herstructureringen, zo verklaarde hij, zijn een zaak van het bedrijfsleven. De Commissie ziet enkel toe op het toekennen van staatssteun en het naleven van de regels van de interne markt. Verder kan de Commissie helpen om de effecten van herstructureringen te beperken. De Commissie wast haar handen in onschuld en doet alsof ze geen enkele macht heeft. Dat is schandelijke struisvogelpolitiek, want de Commissie kan hetzelfde doen als wat ze bij merges en overnames, doet, namelijk voluit haar rol als scheidsrechter spelen. Bij het toekennen van overheidssteun bij herstructureringen kan de Commissie wel degelijk nagaan of het betrokken bedrijf ook daadwerkelijk iets doet aan de oorzaken van de herstructureringen. In het geval van Ford is dat overcapaciteit. Maar de Commissie verkiest haar kop in het zand te steken.

Het is schrijnend vast te stellen dat multinationals er nog steeds in slagen Europese lidstaten tegen elkaar uit te spelen. De Commissie kijkt passief toe hoe Ford fabrieken sluit in de Unie, terwijl de Europese Investeringsbank - een instelling van de EU - de modernisering van een Fordfabriek in Turkije steunt met een lening van 190 miljoen euro. Zo ondersteunen de Europese instellingen actief een sociaal dumpingbeleid in de Unie. Dergelijke investeringen met Europese middelen kan je niet uitleggen aan de arbeiders van Ford Genk, en nog veel minder aan die van de Britse Ford-fabriek in Southampton waarvan de productie verhuist naar... Turkije.

In zijn repliek kwam Andor voorzichtig tegemoet aan de geleverde kritiek op de Europese steun aan de Ford-fabrieken in Turkije door in het kader van de verhoging van het kapitaal van de EIB, te kijken of en niet beter moet gelet worden op de criteria en de effecten van overheidssteun. Maar ook dat blijft een erg vage belofte. Wat niemand begrijpt is dat Europa de uitbreiding van Ford in Turkije steunt en tegelijkertijd middelen uit het globaliseringsfonds beschikbaar stelt om de getroffen werknemers in de Unie te helpen. Deze dubbele houding van Europa kan echt niet. De Europese burgers betalen drie keer aan Ford: een keer aan Ford Turkije, een keer om de ontslagen Ford-arbeiders met Europese middelen te helpen en een keer om het sociale vangnet te bekostigen in de lidstaten zelf.

Ondertussen vraagt de Europese Unie om te besparen. Hoe ver kan de waanzin gaan, alvorens Europa begrijpt dat ze elke burger tegen zich in het harnas aan het jagen is?