Europees parlement zet eerste stap naar ‘recht om offline te zijn’.

De huidige pandemie heeft de manier waarop we werken fundamenteel veranderd. Sinds de start van deze crisis is een derde van de werknemers gestart met thuiswerk. “De woonkamer is in vele gevallen het nieuwe kantoor geworden,” zegt Europees Parlementslid Kathleen Van Brempt. “Maar eentje met heel wat bijkomende uitdagingen, van preteaching tot het vervagen van de werkuren en het verhogen van de bereikbaarheid. Dat alles zorgt ervoor dat het onderscheid tussen werk en vrije tijd vervaagt.” Vandaag zet het Europees Parlement met een resolutie de eerste stap naar ‘het recht om offline te zijn’ voor elke Europese werknemer. 

De gevolgen van de huidige gezondheidscrisis hebben ons leven niet enkel op z’n kop gezet, ze hebben ook de manier waarop we werken grondig door elkaar geschud. “Het weegt. Dat hoor je vandaag van bijna iedereen,” zegt Van Brempt. Uit onderzoek blijkt dat mensen die regelmatig van thuis uit werken bijna dubbel zoveel kans maken op ‘werknomadisme’, wat betekent dat ze er niet meer in slagen om te stoppen met werken. “We mogen de impact van telewerk op onze gezondheid niet onderschatten. Vandaag zien we hoe maanden van telewerk en opeenvolgende lockdowns voor een toename van het aantal depressies, burn-outs& spier- en oogaandoeningen hebben gezorgd.”

Daarom willen de Europese sociaaldemocraten ‘het recht om offline te zijn’ voor elke werknemer in de Europese Unie garanderen. Met de goedkeuring van een wetgevend initiatiefrapport zet het Europees Parlement vandaag de eerste stap in die richting. “Rust en een degelijke work-life-balance zijn zo ontzettend belangrijk voor de fysieke en mentale gezondheid van werknemers,” zegt Van Brempt. “Met het recht om offline te zijn willen we garanderen dat iedereen die rust ook daadwerkelijk krijgt. Elke werknemer moet voldoende ruimte hebben om niet met werkgerelateerde taken, activiteiten en elektronische communicatie bezig te moeten zijn. Zonder gevolgen.”

Vandaag zijn er reeds enkele Europese lidstaten, waaronder België, die een recht om offline te zijn in verschillende vormen hebben ingeschreven in hun wetgeving, al gaat het vaak om een advies of aanmoediging voor de werkgever om dat recht toe te passen. Het voorstel van het parlement introduceert minimumvereisten die moeten gelden voor alle werknemers in de hele Europese Unie. 

Veel tegenwind

Wanneer dat recht om offline te zijn er komt, is niet duidelijk. “Er is heel wat tegenwind. Zowel vanuit de Europese werkgeversfederaties, als politieke hoek probeert men dit voorstel te vertragen,” zegt Van Brempt. Op vraag van de christendemocraten werd een amendement ingediend dat de invoering van het recht om offline te zijn met drie jaar vertraagt. “Voor hen is de goedkeuring van dat amendement de absolute voorwaarde om ook de resolutie goed te keuren.” 

Zonder de steun van de christendemocraten is er geen meerderheid binnen het Europees Parlement. “Dat betekent ook dat het recht om offline te zijn er dan niet komt, want de bevoegde Commissaris gaf eerder reeds aan dat hij de steun van het Parlement broodnodig heeft om dit voorstel gerealiseerd te krijgen,” zegt Van Brempt. 

Daarom zal de sociaaldemocratische fractie het amendement mee goedkeuren. “We zijn er van overtuigd dat er nood is aan deze wetgeving om werknemers in de toekomst beter te beschermen. Het tijdelijke uitstel is de politieke prijs die we moeten betalen om dat toch mogelijk te maken,” zegt Van Brempt. “Uiteraard hadden we graag sneller stappen vooruit gezet. Dat het nu toch langer zal duren, was niet onze keuze.”