Europees parlement wil betere arbeidsvoorwaarden vrachtwagenchauffeurs in historische stemming

Vandaag floot het Europees Parlement haar Transportcommissie terug tijdens de plenaire stemming in Straatsburg. De Transportcommissie had drie rapporten goedgekeurd over de regeling van de sociale rechten van vrachtwagen- en buschauffeurs. De rapporteurs krijgen van de plenaire vergadering géén mandaat om te onderhandelen met de Raad en de Commissie. Dit is een historisch moment, sinds de nieuwe procedureregels eind 2016 van kracht werden, is dit nog nooit gebeurd. De Transportcommissie wilde de sociale rechten van vrachtwagen -en buschauffeurs op een aantal kritieke punten verzwakken. Dat dit nu plenair wordt verworpen, is een geweldige overwinning en een krachtig signaal voor een sociaal Europa.

Bij de rij- en rusttijden was het in het rapport van de Nederlandse Christendemocraat Wim Van de Camp mogelijk geworden voor buschauffeurs om twee keer per week 16 uur te rijden met maar 9 uur rust. Tel daarbij op dat de chauffeur tijdens de rust nog allerhande andere taken uitvoert zoals het schoonmaken van de bus, tanken en de administratie in orde maken en je krijgt oververmoeide chauffeurs met minder dan 6 uur slaap achter de rug op onze wegen. In de huidige regels kan je maximum 15 uur rijden, en dat is al meer dan intensief genoeg.

Ook de weekendrust is een heikel punt. Vandaag moet je elke twee weken een volledig weekend krijgen en mag je die rust niet in de cabine doorbrengen. In de voorgestelde regels zou het echter mogelijk zijn om 3 weken lang te werken zonder een volledig weekend rust te krijgen. De weekendrust mag daarbij opnieuw in de cabine genomen worden als dat op een voldoende uitgeruste parking gebeurt. Zo worden onze chauffeurs de nomaden van de weg.

Ook worden de chauffeurs opnieuw voor een groot stuk uit de detacheringsregels weggelaten in het voorgestelde rapport. Met een eengemaakte vrije markt moeten er ook eengemaakte sociale regels komen, anders gaan lidstaten kapot aan de concurrentiedruk en worden de slechte contracten waaraan Oost-Europeanen hier komen werken verder gedoogd. Door de concurrentie met lonen, sociale zekerheid, vakantiedagen en strengheid van de sociale inspecties, verplaatste reeds een heel deel van de internationale transportsector zich van West naar Oost. De detacheringsregels zouden dit effect een klein beetje verzachten door op z’n minst het principe van ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats’ te hanteren, maar de Transportcommissie besloot om de internationale transportsector uit te sluiten van deze regels. Ook de mogelijkheden om te controleren of het maximum aantal werkuren werd gerespecteerd en of de chauffeur het correcte salaris kreeg, werden beperkt.

Nu de onderhandelingen met de Commissie en de Raad over de voorstellen van de transportcommissie zijn tegen gehouden, kan het echte werk beginnen: de rapporten moeten in de plenaire zitting van juli aangepast worden in wat moeilijke onderhandelingen beloven te worden.