Europees Parlement stemt voor betere bescherming van vrachtwagenchauffeurs

Na een twee jaar lange bikkelharde strijd tussen progressieven en conservatieven stemde het Europees Parlement vandaag eindelijk voor een voorstel dat de arbeidsomstandigheden van de vrachtwagenchauffeurs grondig moet verbeteren. Zij kregen de voorbije jaren namelijk te kampen met een toenemende werkdruk, grotere loonconcurrentie, slechtere arbeidscontracten en langere werktijden.

Een van de belangrijkste overwinningen is dat de weekendrust niet meer langs de kant van de weg of op erbarmelijke parkings mag doorgebracht worden. Elke rustperiode van 45 uur of meer moet thuis of in een hotel dat de werkgever betaald doorgebracht worden. Rustperiodes van 21 uur of meer moeten thuis, in een hotel of op een gecertifieerde, beveiligde parking doorgebracht worden.   

“Als chauffeurs vandaag al het geluk hebben om een parking te vinden, telt die vaak niet meer dan twee wc’s en een erbarmelijk keukentje per 100 truckplaatsen. Het Europees Parlement heeft nu omschreven dat parkings van die grootte minstens 60 toiletten, 48 douches, wifi, deftige kookfaciliteiten, onderdak, picknicktafels en toegang tot drinkwater moeten hebben om in aanmerking te komen voor de korte wekelijkse rust.”   

Dit is niet alleen goed voor de chauffeurs, maar breekt ook het businessmodel van de postbusbedrijven. Deze bedrijven, die zich in Oost-Europa vestigen maar enkel in West-Europa opereren, laten chauffeurs vaak maar om de paar maanden terug naar huis keren. Samen met de verplichting voor de chauffeur én de vrachtwagen om maandelijks naar huis te keren, maken de nieuwe rustregels het bijna onmogelijk om chauffeurs maandenlang aan één stuk rond te laten rijden. Een slimme, digitale tachograaf, die wordt ingevoerd vanaf 2022, moet de regels tanden geven en een einde maken aan de fraude met analoge tachograafkaarten.   

“Op de parkings hoor je schrijnende verhalen van chauffeurs die hun kinderen niet zien opgroeien en hun huwelijk zien ineenstorten omdat ze nooit thuis zijn. Het is namelijk niet winstgevend om hen terug naar huis te laten keren. Chauffeurs worden soms behandeld als nieuwe slaven. Het is onze plicht om dat systeem te breken. Voor ons was de terugkeer naar huis van chauffeur en vrachtwagen dan ook een harde eis,” aldus Van Brempt.   

Ook werden er nieuwe detacheringsregels in de transportsector gestemd. Die zijn erop gericht om de cowboys van het internationaal transport aan te pakken. “Ons standpunt was om detachering vanaf dag 1 toe te passen. Dat betekent dat ook chauffeurs vanaf dag 1 aan de arbeidsvoorwaarden moeten werken van het land waarin ze tewerk gesteld zijn. Anderen wilden dan weer helemaal geen detachering in het internationaal transport.” Als compromis sloten de onderhandelaars retourritten waarbij maximaal twee bijkomende operaties uitgevoerd worden uit van de detachering.   

“Deze toegeving was nodig om de liberalen aan boord te krijgen, maar de socialisten zorgden wel voor een stevige stok achter de deur: chauffeurs die aantoonbaar nauwelijks thuis werken, mogen het arbeidscontract eisen van het land waar ze het vaakst opereren. Dan krijgen ze niet alleen recht op onze lonen, maar vallen ze ook onder ons belastingstelsel en onze sociale zekerheid. Dat is voor ons de ware definitie van ‘gelijk loon voor gelijk werk’,” besluit Van Brempt.