Europees parlement breekt businessmodel postbusbedrijven in transportsector

In de onderhandelingen met de Raad en de Europese Commissie is het Europees parlement er in geslaagd de arbeidsvoorwaarden van internationale truckers fors te verbeteren. “Daarmee pakken we ook het businessmodel van de postbusbedrijven in die sector aan,” zegt Europees parlementslid Kathleen Van Brempt.

Het Europees parlement werkt al een hele tijd aan het zogenaamde mobiliteitspakket, dat de Europese regels voor vrachtwagen- en buschauffeurs aanpast zodat sociale dumping kan aangepakt worden en de arbeidsomstandigheden van vrachtwagenchauffeurs verbeteren. Vooral lidstaten uit West-Europa wilden komaf maken met de zogenaamde ‘race to the bottom’ waarbij vrachtwagenchauffeurs uit Oost-Europa aan hongerlonen moeten werken in miserabele arbeidsomstandigheden, terwijl hun West-Europese collega’s hun job verliezen. Oost-Europese lidstaten vreesden dan weer dat de strengere regels schadelijk zouden zijn voor de transportsector in hun landen.

Belangrijk in de onderhandelingen waren de rij- en rusttijden voor de chauffeurs. “Wij wilden dat internationale chauffeurs elke veertien dagen een volledig weekend rust kunnen nemen, zoals vandaag het geval is. De Raad was echter van mening dat dat pas één keer elke vier weken moet kunnen,” zegt Van Brempt. In het compromis blijven de huidige rustregels behouden maar wordt er een uitzonderingsclausule voorzien. Daardoor kan een transporteur aanvragen om het volledige weekend twee keer na elkaar te nemen en de twee weekends daarop een verkorte rust te voorzien. “Daar zijn we niet bijzonder gelukkig mee, maar we hebben wel kunnen verhinderen dat chauffeurs slechts één weekend op vier een lange rusttijd krijgen.”

“Bovendien moet het afgelopen zijn dat chauffeurs verplicht worden hun rusttijd in hun vrachtwagen op de parking door te brengen. Dat moet in deftige omstandigheden kunnen gebeuren, op hotel bijvoorbeeld, maar het liefst van al regelmatig thuis bij hun gezin.” Die parkings zullen er ook anders gaan uitzien. “Als chauffeurs vandaag al het geluk hebben om een parking te vinden, telt die vaak niet meer dan twee wc’s en een erbarmelijk keukentje per 100 truckplaatsen. Het Europees Parlement heeft nu omschreven dat parkings van die grootte minstens 60 toiletten, 48 douches, wifi, deftige kookfaciliteiten, onderdak, picknicktafels en toegang tot drinkwater moeten hebben om in aanmerking te komen voor de korte wekelijkse rust.”   

Bovendien moeten de chauffeurs elke vier weken hun rust effectief bij hen thuis kunnen nemen en niet op de hoofdzetel van het transportbedrijf. Met de nieuwe regels wordt dat mogelijk omdat vrachtwagens regelmatig een vracht moeten ophalen in de lidstaat waar het transportbedrijf gevestigd is. Ook dat was een strenge eis van het parlement. “Daarmee treffen we de zogenaamde postbusbedrijven,” zegt Van Brempt. “Het gaat vaak over West-Europese bedrijven die een papieren nep-bedrijf oprichten in een Oost-Europese lidstaat, zodat ze hun chauffeurs aan Oost-Europese lonen kunnen laten werken. Ze voeren in die lidstaat geen enkele transportactiviteit uit en hun hoofdzetel heeft vaak niet eens een parking voor vrachtwagens. Het is gewoon bedrog,” zegt Van Brempt. Transportbedrijven zonder parking zullen ook tot het verleden behoren, want transporteurs zullen enkel nog een licentie  krijgen als ze aan een aantal voorwaarden voldoen. “Een parking hebben met voldoende parkeervoorziening is daar een van,” zegt Van Brempt.

Om te controleren of transportbedrijven zich aan de regels houden, zal de slimme tachograaf ook veel sneller ingevoerd worden. Een goede controle is belangrijk omdat chauffeurs, die nu ook onder de detacheringsrichtlijn vallen, hetzelfde loon moeten krijgen dan chauffeurs uit de lidstaat waar ze hun vracht naartoe brengen.