Europees migratie-akkoord bepleit Europese solidariteit, maar Belgie doet niet mee

Een oplossing voor de vluchtelingenproblematiek zou er niet komen en uitgesteld worden tot september, dat was de verwachting voor de Europese top van gisteren. “Daarom kunnen we de Conclusies van de Europese top over migratie voorzichtig positief onthalen. De eerste krijtlijnen van een meer solidaire Europese aanpak werden immers getrokken. Er zijn echter nog veel onzekerheden en onduidelijkheden in de voorstellen van de Raad, maar het is alvast positief dat de regeringsleiders beseffen dat enkel een Europese aanpak het vertrouwen kan herstellen dat de vluchtelingenproblematiek kan worden aangepakt,” zeggen Europees parlementslid Kathleen Van Brempt en volksvertegenwoordiger Monica De Coninck. 

“Het is daarom schokkend om vast te stellen dat België zich onmiddellijk aansluit bij de Oost-Europese lidstaten en aangeeft geen vluchtelingen te willen opvangen. Premier Michel beweert nu plots dat er eigenlijk geen vluchtelingencrisis is en dat België daarom geen vluchtelingen hoeft op te vangen. Maar het is net de bedoeling het Europese asiel- en migratiebeleid klaar te maken voor de toekomst. Zonder een eerlijke verdeling, zal een land als Italië de EU in de steek laten. Het gevolg daarvan zal zijn dat er meer ongecontroleerde transitmigratie over EU-bodem zal zijn. Het is dus in het belang van België om deel te nemen aan een systeem waarbij erkende vluchtelingen van aan de buitengrenzen toegewezen worden aan EU-lidstaten.” 

“Het is hemeltergend dat België, een land dat pleit voor de herziening van de Dublin-regeling, aan de kant gaat staan van de Visegradlanden die gekant zijn tégen de herziening van die regel. Premier Michel, die de afgelopen maanden beweerde in de Europese cockpit te willen zitten, toont nu aan dat hij zelfs liever niet aan boord gaat van het Europese vliegtuig.”

Dat er voorzichtige stappen zijn gezet in de richting van een hervorming van de Dublin-regeling is belangrijk. Het principe dat het land van aankomst maar alles moet oplossen verdwijnt. Lidstaten kunnen immers - weliswaar op vrijwillige basis - afspreken om vluchtelingen over de Unie te spreiden. We moeten uiteraard kritisch blijven over die overeenkomst, want een eerdere afspraak in 2015 om asielzoekers te spreiden werd door de lidstaten niet nageleefd. Een echt duurzame oplossing zal er pas komen, als de Dublin-regeling definitief herzien wordt en erkende vluchtelingen, na een Europese asielprocedure aan de buitengrenzen, over het grondgebied van de Unie gespreid worden.

Ook het principe dat de asielaanvraag onderzocht wordt aan de buitengrenzen van Europa, is een stap in de goede richting, hoewel het niet duidelijk is wat daar exact zal gebeuren. Wij willen alvast dat asielaanvragen volledig aan de buitengrenzen afgehandeld worden via een Europese asielprocedure. Waar wij bijzonder kritisch naar zullen kijken, is dat deze controlecentra in geen geval kopieën kunnen zijn van de hotspots in ondermeer Griekenland, waar asielzoekers in mensonwaardige omstandigheden moeten leven.

Er werd eveneens een akkoord bereikt dat er een spreidingsplan moet komen, maar dat is gebaseerd op vrijwilligheid. Het blijft echter afwachten welke lidstaten een ‘coalition of the willing’ willen vormen en zich vrijwillig zullen aanbieden om vluchtelingen op te vangen. Oost-Europese lidstaten én België hebben immers al laten weten dat zij daar niet toe bereid zijn. Een echt duurzame oplossing zal er pas zijn, als alle lidstaten solidair voor opvang willen zorgen en dat kan pas met een verplicht Europees spreidingsplan.

Het voorstel van verschillende regeringsleiders om asielzoekers enkel nog op te vangen in centra in Afrika, is van tafel. Wel is er in de tekst sprake dat de oprichting ’ontschepingsplatforms’ in Noord-Afrika onderzocht zal worden. Vandaag hebben de Noord-Afrikaanse landen al laten verstaan dat ze zo’n platforms niet wensen. Waar wij zeker niet aan willen meewerken, is aan een systeem waarbij in Noord-Afrika kampen naar Australisch model gebouwd worden, waar migranten in een vergeetput terecht komen.  Ontschepinsplatforms in Noord Afrika zijn enkel bespreekbaar als ze voor vluchtelingen in Noord-Afrika een lotsverbetering kunnen betekenen, menswaardige opvang bieden onder toezicht van UNHCR en IOM.

Tot slot is het toe te juichen dat Europa meer middelen vrijmaakt om in Afrika te investeren, meer bepaald in de regio waar vluchtelingen vandaan komen. Die middelen zijn er voorlopig echter vooral op gericht om een einde te stellen aan de ‘economie van de mensensmokkel’, terwijl er ook middelen moeten geïnvesteerd worden om de levensomstandigheden van de bevolking te verbeteren. Wat totaal ontbreekt in het plan is een ambitieuze bescherming van vluchtelingen die in de regio blijven, met toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting. Wat dat betreft zijn de conclusies onvoldoende en willen we meer concrete ambitie zien.

Het plan van de Europese regeringsleiders is - zoals verwacht - een compromis dat nog lang geen goede oplossing biedt voor een degelijk Europees beheer van migratie, en er op gericht is om op korte termijn aan de bevolking te kunnen tonen dat er ‘iets’ gebeurt.’ Positief is dan weer dat een meerderheid van de Europese lidstaten lijkt in te zien dat zonder Europese solidariteit, elke aanpak gedoemd is te mislukken.