Vluchtelingencrisis: Nederlands EU-voorzitterschap moet woorden in daden omzetten

Er moet dringend werk worden gemaakt van één Europese asielprocedure waarbij vluchtelingen geen asiel meer aanvragen in een lidstaat, maar in de Unie. Daarna moeten ze via een correcte verdeelsleutel verspreid worden over de lidstaten. We moeten ook eerlijker communiceren over de uitdagingen. Dit zal niet makkelijk zijn én het zal veel geld kosten. Maar als we het verstandig aanpakken en een publiek investeringsplan lanceren, kan dat de hele Europese bevolking ten goed komen.

Tijdens het debat over de vluchtelingencrisis in het Europees parlement werd het zogenaamde non-refoulementprincipe - het niet terugsturen van vluchtelingen naar onveilige gebieden - krachtig verdedigd door de Nederlandse minister van buitenlandse zaken Koenders. Het Nederlandse voorzitterschap kreeg daarvoor ook ruime steun vanuit het parlement. Maar het wordt tijd dat de Raad ook woorden in daden omzet. Als het Nederlands voorzitterschap een gemeenschappelijke asielpolitiek bepleit, zoals ook het parlement én de Commissie doen, dan moet daar eindelijk werk van worden gemaakt. Wij stellen voor dat vluchtelingen geen asiel meer kunnen aanvragen in aparte lidstaten, maar enkel in de EU.

De registratie kan gebeuren in de frontlinestaten, waar vluchtelingen - als ze in aanmerking komen voor asiel - via een verdeelsleutel over de Europese lidstaten verspreid worden. Dat impliceert een gedeelde verantwoordelijkheid én solidariteit, zoals ook werd opgemerkt door Dimitris Avramopoulos die namens de Europese Commissie sprak. Die kon ook enkel toegeven dat de Commissie op het terrein een ‘povere vooruitgang vaststelt’. De lidstaten houden voortdurend essentiële beslissingen tegen, zoals de uitbouw van een gemeenschappelijke grens- en kustwacht, de spreiding van vluchtelingen over de Unie, de Europese harmonisering van de asielprocedure, de steun aan transitlanden of de zogenaamde ‘veilige havens’ in de regio van Syrië…

Nederland heeft als EU-voorzitter tijdens het debat het signaal gegeven dat ze de vluchtelingencrisis wil aanpakken, gebaseerd op Europese basiswaarden die rekening houden met de grondrechten van vluchtelingen, de basisprincipes van het Verdrag van Genève, en de verwerping van racisme en xenofobie. Wij dringen er op aan dat Nederland deze historische uitdaging voor Europa nu krachtig aanpakt in de Raad.

De Europese bevolking heeft het recht om correct en eerlijk geïnformeerd te worden over de gevolgen van de vluchtelingencrisis. Die crisis gaat niet weg en hoe langer lidstaten de kop in het zand steken, hoe erger het probleem wordt. Ook de VN vluchtelingenorganisatie zegt dat het probleem enkel kan aangepakt worden op Europees niveau. Daar moeten we discussiëren over een langere termijnplanning. Hoe integreren we die honderdduizenden vluchtelingen in de samenleving? Dat zal heel veel geld kosten. Dat debat wordt nog te weinig gevoerd, maar we zullen het daar toch over moeten hebben. Er zullen middelen moeten gaan naar de veilige havens die onder controle staan van het UNHCR. Die humanitaire organisatie van de VN is virtueel failliet. Slechts 35 procent van de inspanningen die de Verenigde Naties doet in de gebieden rond Syrië om vluchtelingen op te vangen, wordt nu gefinancierd. We mogen niet aan onze bevolking zeggen dat vluchtelingen in de regio moeten opgevangen worden, maar weigeren de organisaties die daarvoor verantwoordelijk zijn ernstig te ondersteunen.Verder moeten we werken aan een Europees investeringsplan dat kan bijdragen aan de integratie van vluchtelingen in de Europese samenleving. Dat impliceert ernstige investeringen in het onderwijs, in tewerkstelling in huisvestingsbeleid. Zo’n Europees investeringsplan zou bovendien ook de Europese bevolking ten goede komen, want extra investeringen in onderwijs, tewerkstelling en huisvesting zijn voor iedereen goed. Momenteel werkt mijn fractie aan een voorstel om zo’n publiek investeringsplan te kunnen financieren.

Er moet ook snel een doorbraak komen voor de Europese financiering van het steunplan aan Turkije. Daar worden meer dan 2 miljoen Syriërs in vaak erbarmelijke omstandigheden opgevangen. Europa heeft 3 miljard steun beloofd. We moeten garanties inbouwen dat dat geld inderdaad terecht komt bij Syrische vluchtelingen. Hoe dan ook is Turkije een belangrijk transitland voor vluchtelingen vanuit Syrië. Als mensen daar in vreselijke omstandigheden leven, moeten we niet schrikken dat ze naar Europa willen komen. De aandacht van de Unie voor die transitlanden moet dan ook vergroten.

Ik ben ook tevreden dat de oproep van enkele Duitse politici, waarvan één Europees parlementslid van de ECR, om te schieten op vrouwen en kinderen die de grens proberen over te komen, krachtig veroordeeld werd in het parlement.