Laatste State of the Union Barroso is pijnlijk laagtepunt van Europees beleid

 Met een beetje geluk hebben we de laatste State of the Union van Commissievoorzitter Barroso gehoord. Het wordt tijd om, na de Europese verkiezingen van 2014 afscheid te nemen van de Portugees aan het hoofd van de Europese Commissie. In zijn State of the Union die hij vandaag voor het Europees parlement in Straatsburg uitsprak, toonde hij eens te meer dat hij de belichaming is van een ontzielde Unie die zijn burgers ondergeschikt maakt aan economische modellen en cijfers. Trots rekende hij uit dat het vertrouwen van de financiële markten is toegenomen. Naast de vaststelling dat dit vertrouwen weer in één klap kan verdampen, valt op dat hij geen enkele indicatie kon geven dat het vertrouwen van de burgers is toegenomen. In zijn antwoord op vragen van het parlement waarschuwde Barroso dat, als we blijven inhakken op de Europese Unie, de volgende verkiezingen gewonnen zullen worden door populisten en eurosceptici. Dat is niet meer of minder dan emotionele chantage, want het impliceert dat voorstanders van een sterke, solidaire en sociale Unie vandaag maar beter hun mond houden over het asociale beleid van de Unie, dat weigert rekening te houden met de wensen van haar bevolking. De recente eurobarometer toont aan dat een eengemaakte sociale zekerheid, de strijd tegen de werkloosheid en sociale ongelijkheid de prioriteiten zijn van de Europeanen.

Precies dat is het grootste falen van deze Commissie die het lot van 500 miljoen Europeanen verbonden heeft aan het cijferfetisjisme van de markt. De Commissievoorzitter illustreert treffend de kritiek van de eigenzinnige Tsjechische econoom Tomás Sedláček  op het primaat van de economie. De realiteit wordt gereduceerd tot wat berekend kan worden, tot ontzield cijfermateriaal, terwijl cijfers in werkelijkheid geen enkele betekenis hebben, zonder hun context te kennen. Die context is de samenleving zelf, de levens van de Europeanen, het werk dat ze doen om hun familie van een inkomen te voorzien, het onderwijs dat hun kinderen kansen geeft, gezondheidszorg, de kwaliteit van hun omgeving... Daarover zegt Barroso niets. Als übertechnokraat geeft hij de indruk dat het beleid van de Commissie waardenvrije en neutrale oplossingen aanbiedt om uit het moeras te geraken, terwijl economische keuzen uiteraard ideologisch zijn en iets vertellen over het soort samenleving dat we samen willen opbouwen. Het pad dat de Commissie de afgelopen jaren heeft bewandeld is hetzelfde dan de roetsjbaan die ons in de crisis heeft gestort, namelijk de toepassing van neoliberale recepten, die pleiten voor een afgeslankte overheid én een grote vrijheid van de markt. Als de Europeanen straks, zoals Barroso vreest, de eurosceptische kaart zullen trekken, is dat eerder het gevolg van het beleid van zijn Commissie, dat een voedingsbodem heeft gegeven aan populisme en euroscepticisme. Het is immers niet zozeer de vraag of we de Unie nodig hebben of niet, maar welke Unie we nodig hebben.