Europese sociaaldemocraten keuren meerjarenbegroting met pijn in het hart goed

Het Europees parlement heeft zopas de Europese meerjarenbegroting voor de komende zeven jaar gestemd. “We keuren het bereikte compromis met pijn in het hart goed. Deze begroting blijft onvoldoende om de grote uitdagingen van de crisis aan te pakken. Omdat de middelen ingekrompen zijn, is er ook minder ruimte om een echt relancebeleid te voeren. En precies dat hebben we de komende jaren dringend nodig.

Over de meerjarenbegroting 2014-2020 is lange tijd gediscussieerd geweest tussen de drie grote spelers: de Europese Commissie, de Europese lidstaten en het Europees parlement. Vooral de onwil van de lidstaten om Europa van voldoende middelen te voorzien, zorgde voor uitstel. De lidstaten dachten vooral aan hun eigen belangen, terwijl het inmiddels duidelijk is dat de crisis op een Europees niveau moet aangepakt worden. 
Het totale uitgaveplafond ligt nu voor zeven jaar vast op 960 miljard euro, veel lager dan de vorige meerjarenbegroting. En dat terwijl Europa de afgelopen jaren steeds meer taken toegewezen kreeg en op meer beleidsdomeinen actief is.
 
Deze meerjarenbegroting is niet ambitieus en richt zich te weinig op relancemaatregelen. Voor cruciale domeinen zoals de strijd tegen de jeugdwerkloosheid is slechts 6 miljard voorzien, voornamelijk te besteden tussen 2014 en 2015. Nochtans heeft het parlement erg ingezet op de zogenaamde jeugdgarantieregeling, die jongeren na hun studie een baan, een stage of een opleiding op de werkvloer wil voorzien. In sommige landen is 60 procent van de jeugd werkloos. Met zo’n peulschil kan dat probleem nooit ernstig aangepakt worden. Als je dit bedrag vergelijkt met de 1600 miljard die in de redding van de banken werd gestoken, is het beschamend laag.
 
Ondanks alle kritiek steunen de sociaaldemocraten alsnog het begrotingsvoorstel. Er is voorlopig niet meer uit de brand te slepen. Gelukkig zijn er ook enkele positieve noten, zoals de invoering van een grotere flexibiliteit om niet-uitbetaalde kredieten te verschuiven tussen verschillende begrotingsjaren. In het verleden vloeide dat geld terug naar de lidstaten, nu blijft het in de Europese pot zitten. Ook niet-vastgelegde kredieten zullen makkelijker van de ene uitgavepost naar een andere kunnen verschuiven, wat toelaat het Europese budget dynamischer en doelgerichter te gebruiken. Zo kunnen de Europese middelen ingezet worden waar de noden het grootst zijn.
De nieuwe meerjarenbegroting laat het volgende Europees parlement en de volgende Europese Commissie ook toe om de begroting te herzien, als er zich bijvoorbeeld nieuwe prioriteiten stellen of als de economische omstandigheden wijzigen. Dat is een gunstige wijziging, die verhindert dat het parlement en de Commissie tijdens de volgende legislatuur aan handen en voeten gebonden zijn.
 
Het compromis over de meerjarenbegroting laat ook een opening voor het genereren van eigen inkomsten voor de EU. Die zijn tot vandaag erg beperkt, zodat de Unie vooral een beroep moet doen op de welwillendheid van lidstaten die de Unie grotendeels financieren. Er werd nu afgesproken dat een speciale werkgroep zal onderzoeken hoe het aandeel van eigen inkomsten in de toekomst kan verhoogd worden.
 
Na de goedkeuring van de meerjarenbegroting is het morgen de beurt aan de begroting voor 2014 om gestemd te worden. Ook hierover is er heel wat discussie geweest. Het akkoord tussen het parlement, de lidstaten en de Commissie bestaat uit 142,6 miljard vastleggingskredieten en 135,5 miljard betalingskredieten, een compromis dat 500 miljoen hoger ligt dan wat de lidstaten wensten, maar 400 miljoen lager dan wat het parlement vroeg. Het bereikte compromis betekent een budgetvermindering van 5 procent in vergelijking met 2013.