Europa heeft veel meer nodig dan een sociaal scorebord

De Europese regeringsleiders zitten morgen en overmorgen, 24 en 25/10) opnieuw aan tafel om de stand van zaken in de Unie te bespreken. Op de agenda van de top staan onder meer de toekomst van de digitale economie, de vorderingen inzake innovatie, de inspanningen die geleverd werden op het gebied van groei, jobs en het concurrentievermogen én de evaluatie van de Economische en Monetaire Unie (EMU).
Wat de EMU betreft zullen de regeringsleider het hebben over de versterkte coördinatie van het economisch beleid in de Unie, de voltooiing van de bankenunie én de sociale dimensie van de EMU. Vooral dat laatste agendapunt dreigt opnieuw een zwaktebod te worden. En dat terwijl het toch duidelijk is geworden dat de aanpak van de financiële en economische crisis in de Unie in verschillende lidstaten een sociaal slagveld heeft achtergelaten.

Het sociale beleid van de Unie is al altijd als het kneusje behandeld geweest. Zolang het goed ging in de Unie werd dat nauwelijks opgemerkt, omdat de lidstaten voldoende ademruimte hadden om een stevig sociaal beleid te voeren. Maar nu de besparingswoede overal de broeksriem aanhaalt, worden de sociale gevolgen voor de Europese bevolking duidelijk. Bovendien komen nu ook de sociale tegenstellingen tussen de lidstaten aan het licht - denk maar aan het al dan niet bestaan van minimumlonen in de verschillende lidstaten. Het sociaal beleid van de lidstaten, of het gebrek er aan, wordt nu als een economisch wapen gebruikt in de bikkelharde concurrentiestrijd die de lidstaten met elkaar voeren.

Terwijl er sprake is van economische harmonisatie en level playing fields op het vlak van economie heerst en op het sociaal niveau een absolute chaos in Europa. Het is de Europese bevolking die daarvan het slachtoffer is. De Europese Commissie wil dat nu aanpakken met een shame and blame strategie, zoals blijkt uit de aankondiging dat er een sociaal scorebord zal ontwikkeld worden. Dat scorebord zal de sociale situatie in de verschillende lidstaten weergeven. Wie onderaan het scorebord bengelt, mag zich verwachten aan de hoon van andere lidstaten die bovenaan staan te blinken.

Hoewel er in principe niets in te brengen valt tegen het monitoren van de sociale ontwikkeling van een lidstaat, blijft zo’n scorebord een wel erg mager beestje. We zullen misschien onze schouders ophalen bij de belabberde resultaten van de rode lantaarn in die lijst, maar daar is de bevolking van de betrokken lidstaat weinig mee gebaat. De vraag is niet wie de slechtste leerling van de klas is, maar hoe we de slechte leerlingen vooruitgang laten boeken. De vraag is dus welke acties we gaan ondernemen om het sociale beleid in de Unie vorm te geven? Zo wordt er nergens aangegeven of het monitoren van de sociale ontwikkeling zal leiden tot landenspecifieke aanbevelingen die dezelfde impact hebben als de aanbevelingen op budgettair of economisch vlak. Terwijl er op budgettair vlak afdwingbare doelstellingen bestaan, ontbreken die op sociaal gebied volledig. Als we bovendien weten dat er slechts in 15 procent van de huidige 400 landenspecifieke aanbevelingen vooruitgang werd geboekt, hoe moet het dan gaan met de vage sociale doelstellingen van de Unie. De kans dat lidstaten daar feestelijk hun broek aan zullen vegen, is meer dan reëel.

Het sociale scorebord van de Commissie is niet meer dan een doekje voor het bloeden, een nepinstrument dat weinig impact zal hebben op de levens van de Europeanen. Bovendien - en dat illustreert het gebrek aan ernst - is er ook behoorlijk wat kritiek te geven op de indicatoren die men op dat scorebord zal monitoren. Zo ontbreken indicatoren rond armoede en kinderarmoede, of bredere indicatoren met betrekking tot de werkloosheid, zoals werkloosheid bij vijftigplussers of bij vrouwen.

Eigenlijk zie ik maar één minuscull lichtpuntje en dat is dat de Europese Commissie eindelijk heeft ingezien dat Europa méér is dan een economische Unie en dat de sociale dimensie eindelijk op de agenda is komen te staan. Dat is echter een mager resultaat na zes jaar crisisbeleid. Om de sociale dimensie van de EMU te versterken, is er immers nood aan gezamenlijke sociale doelen en de introductie van sociale minimumstandaarden, die in balans moeten zijn met de economische doelen van de EU. Pas dan zal het Europese beleid opnieuw een draagvlak vinden bij de bevolking.