Er hang een levensgrote ‘maar’ vast aan de Sociale Pijler

Vandaag wordt in Göteborg de zogenaamde Pijler van Sociale Rechten van de Europese Unie plechtig voorgesteld. Een belangrijke symbolische stap, maar met symbolen alleen, zullen we er niet geraken.

Voor het eerst in 20 jaar houdt de Europese Unie nog eens een Sociale Top, wat helaas ook veel zegt over het feit dat het sociale Europa zo goed als verdwenen was van het Europese politieke forum. Het is daarom toe te juichen dat sociaal beleid opnieuw prioritair op de politieke agenda wordt gezet in de vorm van een Sociale Pijler met 20 principes die focussen op gelijke kansen en gelijke toegang tot de arbeidsmarkt, faire arbeidsomstandigheden, sociale bescherming en sociale inclusie. De regeringsleiders van de EU-lidstaten zullen er zich in Göteborg toe verbinden om de sociale rechten van werknemers te versterken en ze te updaten zodat ze geschikt zijn voor de uitdagingen van de 21ste eeuw en de digitale economie.

Er is echter een levensgrote ‘maar’ die de feeststemming wat dreigt te drukken. De Sociale Pijler mag dan vol goede bedoelingen zitten, hij blijft een vrijblijvend ‘kompas’ dat lidstaten ‘kunnen’, maar niet moeten gebruiken om hun sociale systemen te verbeteren. Zolang de Sociale Pijler een symbolisch gebaar van goodwill blijft, dreigt hij door de lidstaten opzij geschoven te worden als het er echt op aan komt en werknemers hun rechten willen laten gelden. 

Daarom kunnen wij, Europese sociaal-democraten, de proclamatie van de Sociale Pijler enkel zien als een eerste, weliswaar belangrijke stap in een proces dat moet leiden naar concrete maatregelen en afdwingbare wetgeving. Of zoals Europees commissaris voor sociale zaken Marianne Thyssen het zei: ‘We schrijven een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van een sociaal Europa.’ Laten we haar op haar woord nemen maar daar aan toevoegen dat een nieuw hoofdstuk nog lang niet vertelt hoe het verhaal zal eindigen. Het zou bovendien een vergissing zijn de Europese bevolking op hun honger te laten zitten. Nochtans zit dat gevaar er in want gisteren reeds liet de liberale Deense premier Rasmussen al weten dat er wat hem betreft er geen nood is aan nieuwe wettelijke verplichtingen.

Nochtans hebben we wel degelijk nood aan nieuwe wetgevende initiatieven die bescherming bieden in nieuwe atypische arbeidsomstandigheden die als gevolg van de digitalisering zijn ontstaan, om bijvoorbeeld zelfstandige contractanten bij digitale platforms beter te beschermen. Ook mensen in tijdelijke of on-demand contracten moeten van een betere bescherming kunnen genieten. Er moet bovendien een verbod komen op onbetaalde stages en nul-urencontracten en een betere wetgeving met betrekking tot zwangerschaps-, vaderschaps- en ouderschaps- en zorgverlof.

Een sociaal rechtvaardig Europa moet ook op financiële middelen kunnen rekenen vanuit het meerjaarlijks financieel framework 2020-2026, middelen die geïnvesteerd moeten worden in de omslag naar een nieuwe duurzame economie en de tewerkstellingskansen die daarmee gepaard gaan. Kwaliteitsjobs moeten de eerste prioriteit worden in het EU Investeringsplan dat daarom jobcreatie moet laten voorgaan op rendement.

De Sociale pijler toont aan dat het besef groeit dat er een sterk verband bestaat tussen economische en sociale ontwikkelingen, die eigenlijk twee zijden van dezelfde munt zijn. De EU heeft zich in het verleden echter vooral toegespitst op economische convergentie, in de hoop dat sociale convergentie als vanzelf zou volgen. De crisis heeft echter aangetoond dat het recht op goede arbeidsomstandigheden en sociale bescherming uiterst fragiel zijn. Het Europese sociale scorebord, dat eveneens vandaag bekend wordt gemaakt, toont aan dat er grote sociale verschillen bestaan tussen de lidstaten. Zo zijn in Italië 30 procent van de jongeren niet aan het werk of niet in opleiding, terwijl dat in Zweden slechts 8,3 procent is; in België 17,2 procent. Daarom blijven de Europese sociaal-democraten ook pleiten voor een jeugdgarantieregeling die jongeren, vier maanden nadat ze hun opleiding verlaten hebben, recht geeft op een baan, een stage of een extra training of opleiding.

Uit de laatste bevraging van de Eurobarometer blijkt dat een grote meerderheid van de Europeanen (83 procent) vindt dat een vrije markteconomie gepaard moet gaan met een hoge mate van sociale bescherming. “Daarom zullen wij er in het Europees parlement voor blijven ijveren dat de Raad die de Sociale Pijler onderschrijft met evenveel ambitie haar beloftes zal nakomen en ook concrete maatregelen, financiering én wetgevende initiatieven zal steunen.