Eerst de mensen redden, dan de banken.

Jonathan Holslag schreef op 19, 20 en 21 februari drie essays over de toekomst van de Europese Unie voor De Morgen. Mij werd, als Europees parlementslid, gevraagd te reageren op de drie essays. Vandaag: 'De crisis van de gematigde politicus: de arme onderzijde keert zich af van de politiek.'

Het vertrouwen in de Europese instellingen bevindt zich op een historisch dieptepunt. Maar een belangrijke nuance dring zich op. Het vertrouwen van burgers in de eigen nationale parlementen en de lidstaatregeringen is nog véél lager. Dat lijkt er op te wijzen dat het probleem zich niet zozeer op het Europees niveau bevindt, hoewel de crisis en de Europese aanpak ervan het wantrouwen wel heeft verdiept. Een belangrijke thermometer voor dat wantrouwen is niet enkel de nationalistische stromingen ter rechterzijde, maar ook de straatprotesten van de zogenaamde indignados, de Occupy-beweging of de 99 procent-beweging. Die hebben zich, in vergelijking met de andersglobalisten van een decennium geleden, verbreed tot ver buiten de klassieke activistische groepen. 

Ze waarschuwen voor de groeiende armoede en de afbouw van de sociale bescherming in Europa. Vooral in Zuid-Europa ervaren lage middenklassers immers dat ze stilaan tot het zogenaamde precariaat behoren, een nieuwe onderklasse die geen zekere toekomst meer heeft en bij de minste pech economisch kopje onder dreigt te gaan. Dat kinderen in Spanje en Griekenland zonder boterhammendoos naar school worden gestuurd of dat er in Griekenland jaarlijks 2000 mensen overlijden als gevolg van de besparingsprogramma's is een teken aan de wand. De Britse gezondheidseconoom David Stuckler zegt het onomwonden: het Europese soberheidsbeleid heeft duizenden doden op haar geweten. Het is niet ondenkbaar dat op een bepaald moment de kritische massa wordt bereikt die nodig is om revoltes te ontketenen.

Een Europees minimumloon is een van de remedies tegen de groeiende klasse van de 'werkende armen', net zoals extra middelen bovenop het beschamend lage bedrag dat werd vrijgemaakt om de hoge jeugdwerkloosheid te bestrijden. Zoals Wilkinson al zei: "Meer gelijkheid maakt samenlevingen sterker". Of zoals Stuckler daaraan toevoegde: "De economische winst per door de overheid geïnvesteerde euro, is veel groter als dat geld gaat naar gezondheidszorg, onderwijs en sociale bescherming, dan als het uitgegeven wordt aan bijvoorbeeld de redding van banken." Als Europa het vertrouwen van haar bevolking wil terugwinnen, wordt het de hoogste tijd dat ze in haar beleid eerder de prioriteit geeft aan de redding van mensen dan aan de redding van banken.