Brief aan paus Franciscus

Geachte heer,
Beste Franciscus,

U zal mij willen verontschuldigen als ik u niet aanschrijf met Heilige Vader, maar ik wil u verzekeren dat dit geenszins respectloos bedoeld is. Sinds uw aanstelling als leider van de katholieke kerk, heb ik met grote aandacht de nieuwsberichten gelezen over uw potificaat. Nu u zopas uw apostolische brief hebt gepubliceerd, vond ik de tijd rijp om u persoonlijk te schrijven en mijn bewondering uit te spreken voor uw moedige sociaal-economische standpunten. Ik ben geen katholiek en niet eens een christen. Dat zou me in de verleiding kunnen brengen om u te wijzen op de vele punten waarover we het niet met elkaar eens zijn. Ik ga dat niet doen, niet omdat ik geen kritiek zou hebben op een aantal fundamentele standpunten van uw kerkgemeenschap, maar omdat we in deze tijden beter op zoek gaan naar onze overeenkomsten dan naar onze verschillen. 

In uw apostolische brief herken ik - naast een reeks aanbevelingen die specifiek gericht zijn op de katholieke gemeenschap - kritische standpunten die weliswaar zijn ingegeven door uw evangelisch engagement, maar die ikzelf, en met mij wellicht heel wat mensen, als universele waarden beschouw. U plaatst de menselijke waardigheid in het centrum van uw betoog en waarschuwt terecht voor de vernietigende kracht van de idolatrie van het geld. Dat u een quasi-religieus begrip als ‘idolatrie’ gebruikt om de bijna blinde afgoderij voor winstmaximalisatie te omschrijven, geeft blijk van een diep inzicht in de dynamiek van een economisch systeem dat zich weigert ten dienste te stellen van de mens, maar mensen herleidt tot onbeduidende radertjes. Dat de hebzucht slechts enkelen ten goede komt en de zogenaamde 99 procent in de kou laat staan, wordt treffend geïllustreerd door een citaat dat toegeschreven wordt aan de flamboyante miljonair en promotor van het kapitalisme Malcom Forbes: “He who dies with the most toys, wins.” Wij laten het lot van de planeet inderdaad te veel afhangen van een paar machtige, verwende jongens - de absolute meerderheid van de ultrarijken zijn mannen - die op een vernietigend infantiele wijze veel speelgoed willen verzamelen. Maar “wat heeft een mens er aan de hele wereld te winnen als hij er het leven bij inschiet?” (Mattheus 16:26). Exclusie, ongelijkheid, de ongelijke verdeling van welvaart, de dominantie van geldgewin op democratisch bestuur, het rauwe consumentisme en de wegwerpcultuur zijn nijpende problemen die ons allemaal aangaan en die u krachtig verwerpt.

De Britse historicus Tim Stanley greep uw brief aan om te pleiten voor christelijk medeleven als tegengewicht voor de ongelijke verdeling van welvaart en de toenemende ongelijkheid. Niet overheidsingrijpen, maar private liefdadigheid is de oplossing, vindt de man, want liefdadigheid wordt niet gehinderd “door bureaucratie en vermindert de nood om belastingen te heffen die een vernietigend effect hebben op bedrijven”. U bent de caritas allicht zeer genegen, maar uw oproep tot de politiek om de welvaart beter te verdelen en mensen fatsoenlijk werk, onderwijs en gezondheidszorg te garanderen, wijst er op dat u het grote belang van overheidsregulering ondersteunt. U vermeldt ook terecht dat de ideologie die de absulute vrijheid van de markt propageert, tot gevolg heeft dat het recht van staten om - ter verdediging van het algemeen belang - controle uit te oefenen, verworpen wordt.

Als Europees parlementslid voor de sociaaldemocratische fractie waardeer ik ten zeerste dat u het evangelisch engagement van christenen weet te verzoenen met de opdracht van de seculiere overheid om het algemene belang te verdedigen en de uitwassen van een op hol geslagen markteconomie via regulering in bedwang te houden. Ik ben het met u eens dat wij, politici, daar vandaag onvoldoende in slagen en dat dit steeds meer het vertrouwen van de bevolking in de politiek onderuit haalt. Ik zie daarom uw kritiek op de tyrannie van de markt ook als een ondersteuning van alle collega’s die streven naar een nieuw maatschappelijk paradigma waarin duurzaamheid en menswaardigheid centraal staan. De strijd tegen ongelijkheid en ongelijke verdeling van welvaart, tegen de hebzucht die onze natuurlijke bronnen vernietigt en onze planeet bedreigt, zullen we pas kunnen winnen als we onze verschillen kunnen overbruggen en samenwerken. Ik heb uw brief dan ook gelezen als een warme oproep om de krachten te bundelen en samen ongelijkheid de wereld uit te helpen.

Met vriendelijke groet,

Kathleen Van Brempt