Parlement volgt sociaal-democratisch voorstel over conflictmineralen

Europese bedrijven die zogenaamde conflictmineralen importeren en gebruiken in hun producten zullen moeten gecertificeerd worden door de Europese Unie om te verhinderen dat de handel in die mineralen gewelddadige conflicten kan financieren. Het standpunt van de sociaal-democraten, dat certificering verplicht moet zijn en van toepassing op de hele toeleveringsketen, heeft het in een erg nipte stemming gehaald.

Heel wat consumenten zouden vol afgrijzen reageren als ze wisten waar sommige mineralen die in hun huishoud- en communicatietoestellen zitten, vandaan komen en vooral, welk een gewelddadige conficten er gefinancierd worden met de handel in die mineralen. In Oost-Congo bijvoorbeeld worden gewapende conflicten al 15 jaar lang gefinancierd via de handel in deze mineralen. De plaatselijke bevolking is er het slachtoffer van verminking, verkrachting, slachtpartijen en het gedwongen betalen van taksen aan de lokale krijgsheren. De Congolese arts Denis Mukwege, die vorig jaar door de sociaal-democraten werd voorgedragen voor de Europese Sacharovprijs en die prijs ook kreeg, wees er het parlement op dat het een historische kans had om de band tussen conflictmineralen en mensenrechtenschendingen te doorbreken. Een systeem van traceerbaarheid van ‘bloedmineralen’ zal conflicten niet volledig uitbannen, maar zorgt het er wel voor dat ten minste een belangrijke financieringsbron opdroogt.

De Europese commissie wilde via een nieuwe regelgeving de link tussen gewelddadige conflicten in Afrika, Latijns-Amerika en Azië én de import van mineralen naar de EU doorknippen. Europese bedrijven zouden het ‘zorgvuldigheidsprincipe’ moeten toepassen als ze tin, tantaal, wolfraam en goud importeren en verwerken in hun producten en publiek bekend maken waar de door hen gebruikte mineralen vandaan komen. Die mineralen eindigen bijvoorbeeld in onze gsm’s, auto’s, computers, koelkasten of wasmachines. Een internationale wetgeving* om de herkomst van deze mineralen op te sporen, bestaat niet. 

De Commissie stelde echter een vrijwillig certificatiesysteem voor, waarbij de importeurs van mineralen, op vrijwillige basis de herkomst van die potentieel omstreden grondstoffen konden rapporteren. Wij wilden een striktere en ambitieuzere Europese regelgeving. Een certificatiesysteem op vrijwillige basis, is te zwak. Het moet uiteraard verplicht worden. Die verplichte certificering werd trouwens in de commissie ontwikkelingssamenwerking (DEVE) van het parlement goedgekeurd. Een conservatieve meerderheid in de leidinggevende commissie internationale handel (INTA) verwierp aanvankelijk die verplichte certificering. 

De eindstemming vandaag in het Europees parlement was echter gunstig voor ons standpunt, dat werd voorgesteld door mijn Belgische collega Maria Arena. Niet enkel wordt certificering verplicht, het geldt ook voor de hele bevoorradingsketen, dus ook voor de producenten van bijvoorbeeld gsm’s of koelkasten, een standpunt dat trouwens ook door de commissie ontwikkelingssamenwerking werd goedgekeurd. 

De stemming werd vooraf gegaan door sterke tegenwerking van conservatieve groepen, onder leiding van de christen-democraten. Deze week nog hebben we onze conservatieve collega’s opgeroepen om niet het stemadvies van hun fractie, maar hun geweten te volgen. Sommige collega’s binnen de christen-democratische en liberale fractie hebben dat uiteindelijk ook gedaan. Het gevolg is een overwinning voor de Europese waarden, voor de verdediging van de mensenrechten, voor de bevolking van Oost-Congo en alle gebieden die getroffen worden door de financiering van gewelddadige conflicten door mijnbouw.

Smelters en raffineerders van de hoger genoemde mineralen moeten nu door een onafhankelijke instelling laten vaststellen waar hun grondstoffen vandaan komen. Maar niet enkel smelters en raffineerders zullen dat moeten doen, ook de Europese bedrijven die deze mineralen gebruiken in hun producten, worden aan certificering onderworpen. Zij moeten aantonen welke stappen ze ondernemen om na te gaan waar de gebruikte grondstoffen vandaan komen. Voor microbedrijven en kleine bedrijven kan zo’n verplichte certificering zwaar zijn. Daarom hebben we aan de Commissie gevraagd om specifiek voor deze bedrijven een extra financiering te voorzien, zodat ook zij vlot aan de nieuwe regelgeving kunnen voldoen.

Het parlement besliste ook om meteen de onderhandelingen aan te gaan met de Commissie en de Raad over de gestemde reglementering. We hebben nu een eerste overwinning behaald; het is nu aan de lidstaten om te tonen dat Europa ethische handel volledig ondersteunt. Als de lidstaten dat willen, kunnen ze Europa een voorbeeldrol laten spelen in de wereld.