Ontwikkeling is fundamentele terrorismebestrijding

In het Europees parlement wordt vandaag het startschot gegeven voor het Europees jaar van Ontwikkeling. Dat lijkt ver af te staan van de urgente discussies over terrorisme en veiligheid, maar dat is niet zo. De onaanvaardbare ongelijkheid in de wereld en het terroristische geweld vormen samen samen één plaatje.

2015 staat in het teken van de nieuwe doelstellingen voor ontwikkelingssamenwerking die eind dit jaar door de Verenigde Naties vastgelegd worden en tot 2030 de rode draad zullen vormen van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid.

Wie de kernpunten van de nieuwe ontwikkelingsdoelstellingen bekijkt, ziet meteen het verband met de discussies die zijn losgebarsten naar aanleiding van de vreselijke aanslagen in Parijs. Twee kernbegrippen in de nieuwe doelstellingen raken immers rechtstreeks de problematiek van het terrorisme op Europees grondgebied: universaliteit én mensenrechten. 

Met universaliteit wordt een nieuw begrip geïntroduceerd in de ontwikkelingshulp. Er wordt immers afstand genomen van een ‘wij-en-zij’ denken dat de wereld opdeelt in ‘ontwikkelde’ en ‘onderontwikkelde’ landen. De problemen waarmee traditionele ontwikkelingslanden geconfronteerd worden, zijn inmiddels grensoverschrijdend geworden en komen ook voor in de geïndustrialiseerde wereld. Niet enkel klimaatopwarming, maar ook internationale criminaliteit, belastingfraude, de groeiende ongelijkheid of internationaal terrorisme overschrijden alle landsgrenzen. Ontwikkeling is ook een uitdaging voor rijke landen Ontwikkeling in de nieuwe visie gaat niet langer louter over het bestrijden van extreme armoede, maar richt zich op het creëren van echte ontwikkelingskansen voor iedereen, en dat op een duurzame en rechtvaardige manier. Het is duidelijk dat dit ook voor de rijke landen een enorme uitdaging is. Zij worden in deze visie ook "ontwikkelingslanden", die hun eigen ontwikkelingsuitdagingen samen met andere landen moeten aanpakken. Dat houdt in dat ook de rijkere landen aan elkaar verantwoording zullen moeten afleggen over de vooruitgang die ze boeken op vlak van inclusieve en duurzame ontwikkeling. Dat wordt een lastige klus maar tegelijk een boeiende test om te zien of het Westen afstand kan nemen van zijn zelfingenomen positie als voorbeeld van ontwikkeling, en deelnemer kan worden van een internationaal proces. Mensenrechten Het tweede kernpunt is ‘mensenrechten’. Echte ontwikkeling is onmogelijk zonder dat mensenrechten universeel nageleefd worden. Het gaat om vrije meningsuiting, vrijheid van vereniging, gendergelijkheid, persvrijheid, godsdienstvrijheid, seksuele gelijkheid… begrippen die bijzonder moeilijk liggen bij bepaalde landen én vooral ook bij terroristische groeperingen die soms grote gebieden en zelfs landen controleren. Vandaag woedt nog steeds het debat over de noodzaak om mensenrechten op te nemen in de ontwikkelingsdoelstellingen. Een aantal landen en landenkoepels zoals de Organisatie van Afrikaanse Unie (OAU) of de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties (ASEAN) wil liever niet dat mensenrechten op hun grondgebied gecontroleerd worden. Het Europees parlement heeft daarin een duidelijke positie ingenomen: de nieuwe ‘duurzame ontwikkelingsdoelstellingen’ moeten gebaseerd zijn op de mensenrechten. Daarin volgt het parlement ook de Europese koepel van NGO’s, Concord - waarin ook 11.11.11 actief is - die duidelijk stelt dat ‘mensenrechten’ niet onderhandelbaar zijn in de nieuwe ontwikkelingsdoelen voor na 2015. 

Het is duidelijk dat die twee kernbegrippen - universaliteit en mensenrechten - verband houden met de wens die door miljoenen burgers wereldwijd werd geuit naar aanleiding van de aanslagen in Parijs. Daar werd duidelijk gemaakt dat er - over alle verschillen heen - een gedeeld ‘wij’ bestaat dat opkomt voor universele vrijheden en mensenrechten. De omstandigheden waarin terrorisme kan groeien, zijn precies dezelfde die ontwikkelingssamenwerking tracht aan te pakken Dat het internationale terrorisme in die discussie een belangrijke rol speelt, bleek ook uit een rapport van het Counter Terrorism Centre van de Verenigde Naties uit april 2014 dat het verband tussen de nieuwe ontwikkelingsdoelen en terrorismebestrijding onderzocht. De omstandigheden waarin terrorisme kan groeien, zijn immers precies dezelfde die ontwikkelingssamenwerking tracht aan te pakken: een gebrek aan een goed functionerende rechtsstaat, schendingen van de mensenrechten, etnische, religieuze en nationalistische discriminatie, politieke uitsluiting, sociaal-economische marginalisering en het gebrek aan behoorlijk bestuur en onderwijs. Het rapport stelt dat een zwak sociaal-economische beleid leidt tot grotere ongelijkheid en daarom bijdraagt tot de omstandigheden waarin radicalisering en geweld kunnen groeien. Het is vooral de opeenstapeling van allerlei problemen die kan leiden tot het faillissement van het sociaal contract, wat leidt tot toenemende onzekerheid en een klimaat waarin terrorisme wortel kan schieten. Dat geldt niet enkel in Afrika, Azië of het Midden-Oosten, maar ook binnen de grenzen van de Europese Unie. Waar overheden zich terugtrekken, vullen radicale organisaties het vacuum en promoten ze hun mensonterende ideeën, of het nu gaat om de rechts-radicale Gouden Dageraad in Griekenland, IS in Irak en Syrië of Boko Haram in Nigeria. Toegenomen mobiliteit zorgt ervoor dat geradicaliseerde groepen zowat overal op de planeet actief kunnen worden. De afgelopen dagen hebben politieke leiders benadrukt dat de ‘sense of urgency’ om terroristisch radicalisme aan te pakken na de aanlagen in Parijs duidelijk aanwezig is. Die ‘sense of urgency’ is er voor heel wat wereldwijde problemen al langer, of het nu gaat om de klimaatproblematiek, de dreiging van het internationaal terrorisme of de groeiende ongelijkheid. Het wordt tijd dat we de daad bij het woord voegen, niet enkel door consequent en overal de mensenrechten te verdedigen, maar ook door de omstandigheden waarin radicalisering kan groeien om te buigen via herverdeling en solidariteit met de zwaksten in elke samenleving, zowel binnen als buiten Europa.