Duurzaamheid als rode draad in ontwikkelingssamenwerking

Niet alleen is 2015 het Europees jaar van Ontwikkeling, dit jaar zullen ook de nieuwe wereldwijde doelstellingen voor ontwikkelingssamenwerking door de Verenigde Naties vastgelegd worden. Die moeten tot 2030 de rode draad vormen van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Duurzaamheid wordt een kernbegrip in die nieuwe doelstellingen, zegt Europees parlementslid Kathleen Van Brempt. 

In 2015 lopen de zogenaamde Millenniumdoelstellingen voor ontwikkelingssamenwerking af. Zij vormden het instrument van de Verenigde Naties om de extreme armoede in de wereld aan te pakken. In een aantal domeinen werd er de afgelopen 15 jaar vooruitgang geboekt. Zo is het aantal mensen dat in schrijnende armoede leeft met de helft gedaald ten opzichte van 1990 en ook het aantal mensen zonder toegang tot drinkwater is gehalveerd. Er zijn eveneens belangrijke stappen voorwaarts gezet op het vlak van toegang tot basisonderwijs. Maar er blijven nog belangrijke problemen bestaan, zoals genderongelijkheid of chronische honger en ondervoeding. Ook de groeiende ongelijkheid is een nijpend probleem voor de toekomst. Dergelijke uitdagingen wil het zogenaamde post 2015 framework van de Verenigde Naties aanpakken. In september 2015 worden er nieuwe doelstellingen goedgekeurd. Hoewel de focus nog steeds ligt op de strijd tegen armoede zijn er nieuwe accenten gelegd die heel wat vertellen over de nieuwe situatie waarin de mensheid zich vandaag bevindt. 

Duurzaamheid is nu prioritair geworden, wat zich vertaalt in de naam van de nieuwe doelstellingen voor ontwikkelingssamenwerking: sustainable development goals of duurzame ontwikkelingsdoelen. Dat heeft uiteraard alles te maken met de klimaatverandering en de gigantische impact die dat zal hebben op de wereldbevolking. Begin november verklaarde Wael Hmaidan, directeur van het Climate Action Network International voor de Verenigde Naties dat geen enkele andere doelstelling bereikt kan worden als klimaatverandering niet ernstig wordt aangepakt.

Iedereen in hetzelfde schuitje

Die duurzaamheidsproblematiek leidt automatisch tot een tweede accent dat nieuw is in ontwikkelingssamenwerking, namelijk het universele karakter ervan. In het verleden werd ontwikkelingssamenwerking door het brede publiek gezien als iets dat betrekking heeft op arme, zuidelijke landen. Maar heel wat problemen die vandaag met armoede te maken hebben, komen overal op de planeet voor, ook in ontwikkelde landen; ze zijn universeel. Klimaatverandering is daar een typevoorbeeld van. Ze stopt niet aan de grenzen van Europa of Noord-Amerika. Voor het eerst wordt erkend dat elk land eigenlijk een ontwikkelingsland is. Ook rijke, noordelijke landen moeten zich 'ontwikkelen' in de richting van een koolstofneutrale economie, waar iedereen de vruchten kan van plukken.

Universaliteit is meer dan klimaatverandering. Ook de groeiende ongelijkheid en de conflicten die daarvan het gevolg zijn, overschrijden de grenzen van wat traditioneel ontwikkelingslanden worden genoemd. Kijk maar naar Griekenland, een lidstaat van de Europese Unie waar de armoede op enkele jaren tijd dramatisch is toegenomen. Ook internationale criminaliteit, belastingfraude en -ontwijking, terrorisme of conflicten over grondstoffen overschrijden alle grenzen en ontwrichten zowel landen in het noorden als het zuiden.

Roer drastisch omgooien

De nieuwe duurzame ontwikkelingsdoelstellingen dagen het rijke noorden uit. Ook wij moeten het roer drastisch omgooien, het beleid aanpassen en nieuwe, eerlijkere economische modellen uitwerken die zowel het zuiden als onze eigen bevolking een betere toekomst kunnen bieden. 

Het universele karakter van de duurzame ontwikkelingsdoelen verlangt dat het noorden zijn moordend en louter op winstbejag gesteunde economie moet aanpassen, moet ophouden om natuurlijke bronnen én mensen uit te buiten en dringend werk moet maken van een koolstofarme economie. Om die reden maken heel wat betrokkenen zich ook zorgen over de zogenaamde multi-stakeholderaanpak van de duurzame ontwikkelingsdoelen. Dat is een mooi woord om ook ondernemingen actief te betrekken bij de financiering van ontwikkelingshulp via public private partnerships en zogenaamde blending mechanismen, het vermengen van publieke middelen met private investeringen. Daar heeft het Europees parlement, dat over het post 2015 framework een rapport goedkeurde, op zich geen probleem mee. Voorwaarde is wel dat ook private ondernemingen verantwoording moeten afleggen, transparant moeten werken en arbeidsrechten moeten respecteren. De betrokkenheid van de private sector mag in geen geval een smoes zijn om er een neoliberale privatiseringsagenda door te drukken.

Mensenrechten

Een derde aandachtspunt dat in het rapport van het Europees parlement wordt beklemtoond, is het accent op mensenrechten. Dat ligt in sommige ontwikkelingslanden om evidente redenen gevoelig. Landen en landenkoepels zoals de Organisatie van Afrikaanse Unie (OAU) of de Associatie van Zuid-Oost Aziatische Naties (OSEAN) willen liever niet dat mensenrechten op hun grondgebied gecontroleerd worden. Er wordt dan ook flink gelobbyd om een van de 16 doelstellingen die verwijst naar mensenrechten te schrappen. Het Europees parlement is echter duidelijk: ontwikkelingssamenwerking moet gebaseerd zijn op mensenrechten, non-discriminatie en gelijkheid, met speciale aandacht voor vrouwenrechten. Vrouwen zijn en blijven immers nog steeds het sterkst getroffen door armoede en ongelijkheid. Het Europees parlement roept de Europese regeringsleiders dan ook op om mensenrechten als aparte doelstelling ambitieus te blijven verdedigen.

Het rapport van het Europees parlement geeft Europa in de aanloop naar de definitieve, nieuwe ontwikkelingsdoelstellingen een progressieve stem. Het is nu aan de Europese regeringsleiders om die ambitieuze stem krachtig te verdedigen op de internationale fora en om aan het zuiden te tonen dat we niet enkel verwachten dat ze de mensenrechten zullen respecteren, maar ook dat wij écht werk maken van de strijd tegen klimaatopwarming en van een eerlijke en duurzame economie die iedereen op de planeet ten goede komt.