Vrouwen en politiek

Je hoeft de radio maar aan te zetten of de ‘vrouwenthema's' - ik heb wat moeite met het woord - vliegen je rond de oren. Afgelopen week lanceerde de KVLV een actie in het kader van energiezuinig omspringen met huishoudtoestellen. ‘Hang de was aan de waslijn', is de boodschap. Een droogkast is immers een energievreter, die verantwoordelijk is voor 12 procent van de energiefactuur. Je hoorde de paniek in de stem van Annemie Peeters op Radio 1: "Jamaar, wij moderne vrouwen hebben geen tijd meer. Wij werken hé." Zo kom je naadloos op een van de thema's waar vrouwen wakker van liggen: "Hoe combineer ik mijn werk en mijn gezinsleven?" In de recente enquête van Comeva , het luisterpanel van de vrouwenbladen Libelle, Flair, Feeling, Glam-it en Vitaya Magazine/evita, staat de combinatie arbeid en gezin met stip op één bij de thema's die vrouwen belangrijk vindenComeva wilde in de aanloop van de verkiezingen weten wat vrouwen verwachten van de politiek. Wat me hoopvol stemt, is dat vrouwen vooral wakker liggen van sociale thema's, zeg maar linkse thema's: de combinatie arbeid en gezin, sociale zekerheid en pensioenen, gezondheidszorg en aandacht voor alleenstaanden. Dat deed me meteen denken aan de studentenenquête in het departement Sociale School van de KHLeuven, die vorige donderdag in de pers verscheen. Daaruit bleek dat meisjes ‘roder' stemmen dan jongens, die zich merkwaardig genoeg meer op milieuthema's richten.

In alle studies waarin vrouwen bevraagd worden, komt het thema arbeid en gezin op de voorgrond, wat aantoont dat er daar iets grondig mis zit. Wat zegt de Comeva-enquête?: Deeltijds werken moet aantrekkelijker gemaakt worden, schooltijden moeten beter afgestemd worden op de werktijd, opvang moet betaalbaar worden, het bevallingsverlof moet uitgebreid worden en huismoeders en -vaders moeten erkend worden. Tijdens de afgelopen legislatuur zijn er 18.000 plaatsen bijgekomen in de kinderopvang. Dat is een belangrijke inspanning, maar lang niet voldoende. Bovendien heb ik, samen met Frank Vandenbroucke, een inspanning gedaan om kinderopvang betaalbaar te maken. Vandaag is opvang in de publieke sector inkomensgerelateerd (de prijs hang af van je inkomen), maar in de privé-sector was dat niet zo. Daar betalen ouders tot 25 euro per dag. Heel wat mensen kunnen dat gewoon niet betalen. Niet alleen zorgt dat er voor dat ouders die willen werken, thuis moeten blijven omdat ze hun kinderen niet geplaatst krijgen; je riskeert bovendien dat er twee soorten opvang ontstaan: eentje voor een gegoede klasse en eentje voor mensen met een bescheiden inkomen. Ik heb daarom aan privé-crèches voorgesteld om in het systeem van inkomensgerelateerde opvang te stappen. Heel wat crèches hebben dat gedaan, maar lang niet allemaal. Dat moet in de toekomst veranderen. Wij stellen dan ook voor dat de volgende Vlaamse regering alle crèches inkomensgerelateerd maakt, zodat iedereen overal terecht kan. Maar zelfs dat zal niet voldoende zijn. Vooral in de steden zijn er onaanvaardbare wachtlijsten. Die moeten weg. Wij stellen dus voor om 25.000 extra opvangplaatsen te creëren. Want wie wil werken, moet dat kunnen; en zijn of haar kind naar de opvang kunnen brengen. Daarom moet betaalbare, inkomensgerelateerde kinderopvang ook decretaal ingeschreven worden als een recht.
Het probleem van kinderopvang hangt ook nauw samen met een ander thema waar vrouwen wakker van liggen, met name de soms moeilijke financiële situatie waarin alleenstaanden terecht komen. Heel dikwijls gaat dat over alleenstaande moeders. Als zij geen goedkope opvang vinden voor hun kinderen, zijn ze wel verplicht om thuis te blijven. Je merkt dan ook dat deze alleenstaande ouders heel makkelijk in de armoede terecht komen. Ook voor hen zal een hervorming van de kinderopvang cruciaal zijn. In het basisonderwijs heeft Frank Vandenbroucke er met de maximumfactuur al voor gezorgd dat kinderen van alleenstaande ouders of van gezinnen met bescheiden inkomen dezelfde kansen krijgen als andere kinderen. In de volgende Vlaamse regering moet dat beleid doorgetrokken worden naar het secundair onderwijs.

Tijd en ruimte voor de kinderen zijn belangrijk. Ik stel daarom al een hele poos voor om het ouderschapsverlof na de geboorte uit te breiden. Dat voorstel lag overigens ook op de tafel van het Europees parlement. Maar het is weggestemd door de conservatieve en liberale fractie. Het is onvoldoende bekend dat het vandaag progressieve partijen zijn die opkomen voor een gezinsbeleid dat de noden van vandaag aanpakt. In het kader van een uitbreiding van het ouderschapsverlof na de geboorte heb ik in mijn boek ‘Verder dan Morgen ' ook een pleidooi gehouden voor een uitbreiding van het vaderschapsverlof. In landen waar dat reeds gebeurd is - ik denk dan aan de Scandinavische landen - heeft dat er voor gezorgd dat er veel meer vrouwen aan het werk zijn. En het had een positief effect op het geboortecijfer: er worden meer kinderen geboren. Natuurlijk, want de zorg wordt eerlijker verdeeld tussen papa en mama. Bovendien blijkt dat papa's die vroeg na de geboorte voor hun kinderen hebben gezorgd, ook later makkelijker zorgtaken op zich nemen. Dat idee is in Vlaanderen, maar ook in andere delen van Europa, nog revolutionair. Uit een enquête die ik afgelopen jaar hield, blijkt dat heel wat vrouwen liever niet hebben dat papa thuis blijft voor de kinderen. Ik kan daar begrip voor opbrengen, want deze moeders vrezen dat het gezinsinkomen sterk zal dalen als ook vaders de zorg voor hun pasgeborenen op zich nemen. Maar die vrees is onterecht. Als zowel moeders als vaders kunnen rekenen op een ernstig vervangingsinkomen, heeft een uitbreiding van het vaderschapsverlof enkel positieve effecten. Vandaag gaan vaders net harder werken als er kinderen komen, wat het onevenwicht tussen de taken thuis en buitenshuis alleen maar vergroot en de loonkloof doet toenemen.
De vrouwen in de Comeva-enquête halen ook een aantal federale bevoegdheden aan die ze belangrijk vinden, zoals pensioenen, gezondheidszorg en sociale zekerheid. Ik vrees inderdaad, samen met deze vrouwen, dat het immobilisme van de federale regering onze sociale zekerheid onder druk zal zetten. Na deze Vlaamse en Europese verkiezingen zal de puinhoop van de federale begroting op orde moeten gebracht worden. Ik vrees dat er ook zal gesnoeid worden in de sociale budgetten. Dat is ook een van de redenen waarom mijn partij een pleidooi heeft gehouden voor een aanvullende Vlaamse gezinstoeslag, bovenop het kindergeld.

In de Comeva-enquête pleiten vrouwen ook voor minder macho-politiek. Dat blijkt ook uit de recente Eurobarometer over ‘vrouwen en de Europese verkiezingen': 68 procent van de Belgische vrouwen vindt dat "de politiek door mannen wordt gedomineerd". Met die treurige vaststelling doen we het zelfs beter dan het Europese gemiddelde, waar 77 procent het met die stelling eens is. De ondervoorzitster van de Europese Commissie, de socialiste Margot Wallström zei daarover: "Een democratie die aan de tafel waar de beslissingen worden genomen, niet genoeg ruimte geeft aan 52 procent van de bevolking is geen echte democratie."

Deze Eurobarometer polste ook naar wat vrouwen precies willen van de Europese politiek. Ze willen gelijk loon voor gelijk werk, betere en betaalbare kinderopvang, pensioenrechten voor de periode waarin je voor kinderen hebt gezorgd en een stevigere aanpak van geweld tegen vrouwen. Uit een aanvullend onderzoek bleek dat vrouwen ook consumentenbescherming en publieke gezondheidszorg prioritair vinden. Vrouwen maken zich ook meer dan mannen zorgen over de economische crisis. Mannen vinden andere thema's belangrijker, zoals de strijd tegen het terrorisme én de klimaatsverandering. Ook hier zie je bij vrouwen eerder sociale thema's op de voorgrond komen, terwijl - net zoals bij de hoger genoemde studentenenquête - de mannen ondermeer ecologie prioritair vinden.

In het Europees parlement doen vrouwen het overigens niet slecht. Terwijl in de nationale parlementen van de lidstaten er 25 procent vrouwen zetelen, is dat in het Europees parlement 31 procent. Daarmee doet de politiek het overigens beter dan het bedrijfsleven waar slechts 11 procent van de topfuncties bekleed wordt door een vrouw. Tijdens de afgelopen legislatuur heb ik daarom het project M/V United opgestart, een project dat de gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt wil bevorderen. Ik heb er ook voor gezorgd dat slechts tweederde van de leden van Vlaamse adviesraden van hetzelfde geslacht mag zijn. Frank Vandenbroucke zei daarover in het Vlaams parlement: "Minister Van Brempt is bijzonder hardnekkig ter zake. We hebben daar soms wat last mee, maar ze heeft gelijk." Een gelijkaardige regel zou moeten bestaan voor het bedrijfsleven. In Noorwegen is dat al gelukt. In Vlaanderen moeten we daar nog hard voor vechten.

Comeva is ook in de partijprogramma's op zoek gegaan naar standpunten die overeenkomen met de thema's die vrouwen het belangrijkst vinden. Ook hier is het opvallend dat de topscores gaan naar progressieve of centrumpartijen, zoals de sociaal liberalen, de groenen, de christendemocraten en de socialisten. Rechtse partijen zoals het Vlaams Belang, Open VLD, NV-A en LDD scoren het laagst. Hoe vrouwen in werkelijkheid zullen stemmen, moet blijken op 7 juni. Maar als ze echt willen dat de thema's die voor hen belangrijk zijn aan bod komen, kunnen ze maar beter voor een progressieve partij stemmen. Ik ken er zelf een hele goede: sp.a.