Seksuele taboes van conservatieven wringen vrouwenrechten de nek om

Ik ben geschokt door de manipulatieve en obstructieve manier waarop rechts-conservatieve groepen een resolutie hebben gekelderd die de seksuele en reproductieve rechten van vrouwen in de hele Unie wilde garanderen. De resolutie van de sociaaldemocrate Edite Estrela werd volledig naar de prullenmand verwezen. 

Deze stemming vertelt veel over het toegenomen conservatisme in de EU. De vorige resolutie van Europees parlementslid Ann van Lancker (sp.a), werd in 2002 wél aangenomen. Het Europees parlement was meer dan tien jaar geleden véél progressiever dan vandaag.

De tegenstand tegen de resolutie, die het recht op seksuele en reproductieve gezondheidszorg voor de hele Unie wilde verankeren, werd georganiseerd door conservatieve en uiterst rechtse religieuze groepen, zowel binnen als buiten het Europees parlement. Nochtans heeft het parlement al verschillende keren het recht erkend dat iedereen zelf verantwoordelijke en geïnformeerde keuzes kan maken over zijn of haar seksuele leven of voortplanting.  

Vandaag zegt het parlement plotseling dat er niet zoiets bestaat als een Europees basisrecht op seksuele en reproductieve rechten. Daarmee ondermijnen de conservatieven in het parlement de basisprincipes van de EU die menselijke waardigheid, vrijheid, gelijkheid en non-discriminatie hoog in het vaandel voeren. Het is vooral tragisch dat zoiets gebeurt op de 65ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Niet overal in de Unie hebben burgers dezelfde rechten op een gedegen seksuele en reproductieve gezondheidszorg. Jaarlijks overlijden nog steeds 287.000 vrouwen aan complicaties ten gevolge van zwangerschap en geboorte. Uit de cijfers blijkt dat de verschillen tussen de lidstaten erg groot zijn. In landen als Letland, Roemenië of Hongarije is het aantal sterfgevallen in het kraambed opvallend veel hoger dan in andere landen. Dat geldt ook voor tienerzwangerschappen. Dat toont aan dat de standaarden voor seksuele en reproductieve gezondheidszorg in de verschillende lidstaten sterk uiteen kunnen lopen. In landen als Malta, Polen en Ierland is abortus bijvoorbeeld helemaal of nagenoeg verboden. In landen als Slovakije, Hongarije, Roemenië, Polen en Italië komt het steeds vaker voor dat artsen ‘gewetensproblemen’ inroepen om geen abortussen te moeten uitvoeren. In Italië weigeren 70 procent van de gynaecologen een abortus uit te voeren omwille van ‘gewetensproblemen’, in de meeste gevallen ingegeven door religieuze motieven. Het resultaat daarvan is dat vrouwen verplicht worden aan ‘abortustoerisme’ te doen. Nochtans gingen we er in de oorspronkelijke resolutie van Estrela van uit dat iedereen het recht moet hebben vrijelijk te beslissen over alle aspecten van zijn of haar seksualiteit, ook over bescherming of voorbehoedsmiddelen, en dat iedereen gevrijwaard wordt van discriminatie of seksueel geweld. 

Nochtans is dat niet overal in de Unie gevrijwaard. In Oost-Europese landen ligt het gebruik van moderne voorbehoedsmiddelen bijvoorbeeld erg laag. In kandidaat-lidstaat Albanië gebruikt bijvoorbeeld slechts 10 procent van de vrouwen tussen 15 en 49 jaar een moderne vorm van contraceptie. In lidstaat Polen is dat slechts 28 procent. Het rapport schonk daarom ook veel aandacht aan het gebruik van voorbehoedsmiddelen, de beschikbaarheid ervan, ook voor jongeren, en aan HIV-preventie.

Het Estrela-rapport riep daarom op om overal in de Unie dezelfde, hoogstaande gezondheidszorg te garanderen inzake seksualiteit en voortplanting. Lidstaten moeten op niet-discriminatoire basis toegang verzekeren tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg. Dat betekent ook vrije toegang tot voorbehoedmiddelen en tot veilige abortus. Abortus moet in alle lidstaten daarom gelegaliseerd worden, vond het rapport, dat er ook voor pleitte om jongeren goede seksuele voorlichting te geven. Zowel in het basis- als in het secundair onderwijs moet seksuele voorlichting een verplicht onderdeel van het curruculum zijn. 

Tegen het rapport werd heftig gelobbyd door uiterst rechtse en conservatieve religieuze groepen, voornamelijk christelijk geïnspireerde organisaties, die van mening zijn dat burgers geen recht hebben om zelf te bepalen hoe ze hun seksualiteit en hun voorplanting regelen. Zij hadden een zogenaamde minderheidsopinie ingediend, die stelde dat seksuele en reproductieve gezondheidszorg een zaak is van de lidstaten. Een inhoudelijke resolutie werd door de stemming vervangen door een nietszeggende resolutie.

Het oorspronkelijke rapport van Estrela is hier te lezen