Gelijkheid tussen mannen en vrouwen nog lang niet in zicht

Het jaarlijkse rapport van de commissie gendergelijkheid en vrouwenrechten van het Europees parlement is weinig bemoedigend voor de vooruitgang inzake gendergelijkheid. Als we zo verder gaan, zullen we de doelstelling voor 2020 nooit halen. Dat blijkt ook uit het rapport van Marc Tarabella (PS). 

Het rapport dat vandaag gestemd werd, heeft betrekking op de situatie in 2013. Daaruit blijkt dat op vijf jaar tijd de tewerkstellingsgraad van vrouwen in de EU weliswaar gestegen is, maar slechts beperkt, namelijk van 60 procent naar 62,8 procent. De Europese doelstelling is echter 75 procent tegen 2020. Het gaat dus erg traag vooruit. Aan dit tempo halen we de tewerkstellingsgraad van vrouwen pas tegen 2038.

Als gevolg van de economische crisis en de maatregelen die regeringen hebben genomen, raken meer en meer vrouwen verstrikt in onzekere en deeltijdse jobs of moeten ze tijdelijke contracten aanvaarden. Heel wat vrouwen werken in de publieke sector en net daar wordt er stevig bespaard.

De loonkloof tussen mannen en vrouwen in de EU bedraagt nog steeds 16,4 procent. Als we aan dit tempo verder gaan zullen we die loonkloof pas sluiten in 2084. Dat is hallucinant. Nochtans stelt de Europese richtlijn 2006/54/EC dat het principe van gelijke kansen en de gelijke behandeling van mannen en vrouwen inzake tewerkstelling in alle lidstaten moet gelden. Tot vandaag moeten nog 26 lidstaten aan de Commissie laten weten of hun wetgeving conform is met die richtlijn. Dat wijst er op dat gelijkheid van mannen en vrouwen bij de lidstaten niet hoog op de agenda staat. Nochtans stelt de OESO dat het BBP van de Unie met 12 procent zou stijgen als mannen en vrouwen écht gelijk zouden zijn op de arbeidsmarkt.

Ook het glazen plafond blijft een realiteit. We praten daar nu al decennia over, maar het wordt tijd dat er ook echt iets aan gedaan wordt, door het invoeren van quota.

Het rapport wijst er op dat regeringen maatregelen moeten nemen om kinderopvang beschikbaar én betaalbaar te maken, teneinde vrouwen aan het werk te krijgen. Gelukkig haalt België, samen met zes andere lidstaten, inzake kinderopvang wel de Europese doelstellingen. De kost voor kinderopvang is in de EU een belangrijk probleem. Maar liefst 53 procent van de vrouwen vindt de kost te hoog; in landen als Nederland, Roemenië en Groot-Brittannië stijgt dat naar 70 procent.

Niet enkel zwangerschapsverlof en kinderopvang zijn belangrijk, ook mannen moeten hun verantwoordelijkheden opnemen. Maar ze moeten dat ook kunnen. Daarom moet het vaderschapsverlof in de hele Unie ingevoerd worden. Nog steeds 7 lidstaten kennen géén vaderschapsverlof en in enkele landen is het beperkt tot 2 dagen.

Vrouwen worden ook meer getroffen door armoede. Eén op de vier gepensioneerde vrouwen hebben een armoederisico; bij mannen is dat één op zes. Het armoederisico bij gepensioneerde vrouwen is het rechtstreekse gevolg van de aanhoudende loonkloof. Datzelfde argument gaat ook op voor alleenstaande ouders, die in Europa in maar liefst 91 procent vrouw zijn. Daarvan loopt 35,5 procent  het risico in armoede te verzeilen. Als gevolg van de besparingsmaatregelen slagen de sociale diensten in de lidstaten er niet in om de armoede terug te dringen. Het rapport roept dan ook de lidstaten ook op om hun belastingsystemen aan te passen zodat ze alleenstaande ouders en bejaarden beschermen tegen kansarmoede.

Prioritair is de aanpak van geweld tegen vrouwen. Eén op de drie vrouwen in de Unie is slachtoffer geweest van fysiek of seksueel geweld. Rapporteur Tarabella roept op om 2016 uit te roepen tot het Europees jaar van de strijd tegen geweld op vrouwen in te voeren. Verschillende Europese parlementsleden, waaronder ikzelf, hebben daartoe een brief ondertekend, gericht aan de Europese Commissie. Uiteraard zou dat vooral een symbolische daad zijn, maar het zou wel de aandacht op het probleem vestigen. Daarnaast moeten lidstaten meer preventie doen én een betere opleiding voorzien voor politie, gerecht en sociale diensten.

Het rapport kende heel wat tegenstand, vooral bij conservatieve groepen, omdat het beklemtoont dat vrouwen zelfbeschikkingsrecht hebben over hun eigen lichaam. Conservatieve en religieuze actiegroepen die strijden tegen abortus en seksuele rechten vinden dat Europa geen bevoegdheid heeft om daarover uitspraken te doen. De Conservatieve lobby wil seksuele en reproductieve rechten kunnen beperken in de lidstaten. Ik betreur dat net de paragrafen die Europese vrouwen die rechten willen garanderen, geen meerderheid vonden. Conservatieve partijen geven de lobby blijkbaar gelijk. Ze zijn bang dat Europa de fundamentele rechten van burgers beschermt.