Europa trekt de kaart van vrouwenquota

Vandaag verschenen in De Morgen drie korte opiniestukken over quota voor vrouwen in bestuursraden van beursgenoteerde bedrijven. Europees Commissaris Viviane Reding werkt aan een richtlijn om beursgenoteerde bedrijven te veplichten hun bestuursraden voor 40 procent uit vrouwen te laten bestaan. Maar over dergelijke quota staan lang niet alle neuzen in dezelfde richting. Tijd voor een stevige discussie over het gebruik van quota. Hieronder vind je alvast mijn bijdrage aan dat debat. 

Kathleen Van Brempt: "Zelfregulering werkt niet."

Al sinds 1957 staat de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ingeschreven in het Verdrag van Rome; ze behoort tot onze Europese identiteit, tot de Europese waarden die we uitdragen. Europees commissaris Viviane Reding heeft goed begrepen dat je het met woorden alleen niet haalt. De grote Europese bedrijven hebben in 97 procent van de gevallen een man als CEO en in hun raden van bestuur zit 86 procent mannen. Reding gaf de bedrijven de kans om vrijwillig een charter te ondertekenen waarin ze beloofden werk te maken van een evenwichtigere verdeling: welgeteld 24 Europese bedrijven onderschreven die oproep! Zelfregulering werkt niet. Quota dus. Ondertussen zijn er 11 Europese lidstaten die quota hebben ingevoerd, waaronder België in 2011. Toen dat in Frankrijk gebeurde, steeg het aantal vrouwen in bestuursraden in één jaar tijd met 10 procent naar 22 procent. En in Zweden was dreigen met quota's voldoende om het aantal vrouwen in raden van bestuur te laten toenemen van 6 procent in 2002 tot 22 procent in 2010. Bedrijven beweren dat ze niet voldoende gekwalificeerde vrouwen vinden. Wat een onzin. Vrouwen maken de helft van de Europese bevolking uit maar 60 procent van de universitair afgestudeerden. Dat is een pak talent dat geweerd wordt door de hardnekkige Old Boys club die - al dan niet bewust - vergeet dat er vrouwen bestaan als er naar leiderschap moet worden gezocht. Zelfs al mochten vrouwen niet voldoende gekwalificeerd zijn, dan hoeft men slechts het Noorse voorbeeld te volgen: de invoering van quota's laten samengaan met doelgerichte opleidingen voor vrouwen in de bedrijfswereld. Of bedrijven het ook beter zouden doen met meer vrouwen in hun bestuur? Eigenlijk is dat onbelangrijk; het gaat in eerste instantie over Europese waarden en het benutten van elk beschikbaar talent. Maar onderzoeken van Catalyst (2007) en van McKinsey (2007) tonen aan dat bedrijven met meer vrouwelijke bestuurders betere resultaten voorleggen. Als men alle Amerikaanse Fortune 500-bedrijven rangschikt op het aantal vrouwelijke bestuurders, blijkt dat de 25 procent bedrijven met de meeste vrouwelijke bestuurders 53 procent meer opbrengst op aandelen, 42 procent meer opbrengst op verkoop en maar liefst 66 procent meer opbrengst op geïnvesteerd kapitaal haalt. Ik ben blij dat het probleem nu eindelijk Europees geregeld wordt, al was het maar omdat bedrijven uit landen waar geen quota's bestaan hun concurrentiepositie zien verzwakken. Bij publieke opdrachten kunnen bedrijven die niet aan de nationale wetgeving voldoen, immers geweerd worden en dat zorgt voor onevenwichten in de interne markt.

Kathleen van Brempt is Europees parlementslid namens sp.a

Caroline Ven: "Zoveelste schot in eigen doel."

Het toekennen van topfuncties en zitjes in raden van bestuur van (private) bedrijven blijft te vaak een mannelijk onderonsje. Het is zoeken met een vergrootglas naar vrouwen in topfuncties van toonaangevende bedrijven. Er zijn vele goede redenen voor meer vrouwelijke aanwezigheid in topfuncties en raden van bestuur. Maar met het opleggen van quota riskeert Viviane Reding een owngoal te scoren. Een eerste probleem met quota is dat ze een fundamentele aanslag zijn op de vrijheid van ondernemen. Ze getuigen van een betuttelende visie die steeds meer opgang maakt, wat ze in geen geval legitimeert. Quota riskeren daardoor een aantal contraproductieve neveneffecten uit te lokken. De vraag is hoe je de juiste man/vrouw op de juiste plaats krijgt. Vergeleken met andere Europese landen zijn vrouwen bij ons ondervertegenwoordigd maar de cumul is wel beperkter. Maar zijn dat geen communicerende vaten? Landen met een hoger percentage vrouwen realiseren dat resultaat vaak door dezelfde vrouwen meerdere functies te laten cumuleren. Is dat de vooruitgang die we willen? Een tweede fundamentele bedenking bij quota komt vanuit onze dieperliggende psychosociale achtergrond. De verleiding is groot om het glazen plafond te doorbreken met een zware hamer, maar de echte weerstand zit hem ook in maatschappelijke structuren waar je ook met quota niet zonder meer doorheen geraakt. Onze gedragspatronen zijn een gevolg van biologische en culturele evoluties die heel ver teruggaan in de tijd. Quota kunnen die patronen ook versterken in plaats van ze af te bouwen. Vrouwen worden immers herleid tot een nieuwe doelgroep en men wekt de indruk dat ze een bedreigde soort zijn. Succes lijkt eerder de uitzondering dan de regel. Precies daarom bestrijden quota een symptoom zonder het systeem zelf te corrigeren. Ik wil daarmee niet zeggen dat quota niets kunnen bijdragen maar als we willen dat quota tegen 2020 het verschil maken dan zullen we nog veel moeten veranderen aan onze diepgewortelde gedragspatronen. Het doorbreken van traditionele rolmodellen in een mannenbastion is daarom ook een evolutionair proces. De quota zijn geïnspireerd door de succesvolle vervrouwelijking in Scandinavië. Willen we dat kopiëren dan moeten we minstens dito verlofstructuren en kinderopvangmogelijkheden uitbouwen. We zullen ook moeten evolueren naar een positieve benadering waarbij bedrijven wordt gevraagd om een plan van aanpak voor te leggen. Dat geeft hen meer tijd om vrouwen van binnenuit te laten doorgroeien naar hogere functies in plaats van ze daarin te katapulteren. Zonder de nodige hervormingen leiden quota voor bedrijven op termijn tot mooie statistieken die voorbijgaan aan de realiteit. 

Caroline Ven is gedelegeerd bestuurder van ondernemers- platform VKW.

Els Van Hoof: "Ook Europa zweert bij quota."

Zelfs Europees Commissaris Viviane Reding mocht het ondervinden: op de vrijwillige inspanningen van het bedrijfsleven moeten we niet rekenen om tot een evenwicht tussen mannen en vrouwen te komen. Amper vierentwintig bedrijven tekenden de intentieverklaring en het ultieme overleg mislukte. Daarom zweert ook Europa nu bij quota. De raad van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen met meer dan 250 werknemers of een omzet van meer dan 50 miljoen euro moet tegen 2020 voor 40 procent uit vrouwen bestaan. Overheidsbedrijven krijgen tijd tot 2018. Gelijk heeft Reding. Op dit moment zetelt 13,7 procent vrouwen in de raden van bestuur van de Europese topbedrijven. Zonder quota zou het nog meer dan veertig jaar zou duren om aan 40 procent te geraken, zo schat de Europese Unie. Daarmee maakt Europa net hetzelfde mee als België. Bedrijfsleiders zegden dat een evenwichtige vertegenwoordiging een natuurlijk proces is en dat ze zelf wel zouden zorgen voor de doorstroming van vrouwen. Ze beloofden het zelfs in hun Corporate Governance Code. En toch bleven de resultaten uit. Daarom keurde het parlement vorig jaar een wet goed die een derde vrouwen verplicht in de raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen en overheidsbedrijven. Voor bedrijven met meer dan 250 werknemers of een omzet van meer dan 50 miljoen euro wordt dat nu 40 procent vrouwen, want de strengere Europese richtlijn gaat voor op de Belgische wet. In elk geval zorgt die wet voor vooruitgang. Twee jaar geleden telde België 94 vrouwelijke bestuurders (9,7 procent). Dit jaar zijn dat er 128 (13 procent). Nochtans is voldoende vrouwen aan de top van het bedrijfsleven niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, maar ook van economische noodzaak. Evenwichtig samengestelde raden van bestuur nemen betere beslissingen. Dat bleek vorige week nog uit een zes jaar durende internationale studie van de Zwitserse denktank Credit Suisse bij 2.360 bedrijven. Aandelen van deels door vrouwen bestuurde bedrijven, met een beurswaarde van meer dan 10 miljard euro, deden het maar liefst 26 procent beter dan die van bedrijven met enkel mannen in het bestuur. Daarmee bevestigt deze studie eerder wetenschappelijk onderzoek. Waarom dus nog wachten met quota? De ervaring in de Belgische politiek toont aan dat die het enige effectieve instrument zijn om op een redelijke termijn meer vrouwen aan de top te krijgen. Ook voor ons zijn quota een noodzakelijk kwaad. Of zoals Reding het zegt: "Ik hou niet van quota, maar wel van de resultaten die ze opleveren."

Els Van Hoof is voorzitster van Vrouw en Maatschappij (CD&V)

 
Dit artikel verscheen op woensdag 5 september in De Morgen © 2012 De Persgroep Publishing