Het gaat over mensen. Altijd.

Reddingsschepen met migranten, die telkens opnieuw wekenlang zonder voedsel en water moeten ronddobberen op de Middellandse Zee tot een minister van een van de mediterrane landen hen toch maar tandenknarsend de toegang tot zijn haven verschaft: daarover debatteerde het Europese parlement vandaag. De verdrinkingsdoodstraf hebben onze leiders leren aanvaarden de voorbije vier jaar, maar de hongersdood gaat blijkbaar dan toch een brug te ver. Europees Commissaris voor migratie Dimitris Avramopoulos werd daarover stevig aan de tand gevoeld.

Hoe bevreemdend moet het toch niet voor de Commissaris zijn, dacht ik toen ik hem daar moedeloos voor mij zag zitten, om een migratiecrisis te moeten bezweren die nauwelijks nog een crisis is. Sinds 2016 brengt de Europese Commissie vooruitgangsrapporten uit met de stand van zaken over migratie. Ze staan boordevol cijfers, die de resultaten van het beleid moeten aantonen. De aankomsten zijn met 90% gedaald. De budgetten voor migratie stijgen jaar na jaar. Als alles volgens plan verloopt, krijgen we 10.000 nieuwe grenswachters. De terugkeercijfers kennen dit jaar een dipje, maar dan vooral omdat de deals met de Balkanlanden goed hun werk hebben gedaan en praktisch iedereen teruggekeerd is naar die landen. Enkel de hervestigingscijfers vallen tegen, maar daar is geen regering ooit over, of voor, gevallen.

Allemaal prima. Alleen gaat het in ons leven in essentie niet over cijfers, of toch niet wezenlijk. Het geeft ons geen warm huis om naar terug te keren. We voelen ons niet veiliger op straat. Op het einde van de rit wordt onze job niet beter beschermd tegen de hakbijl van bedrijfsefficiëntie en digitalisering. We worden niet weerbaarder tegen depressies, burn-outs en scheidingen. We kunnen niet plots vrediger samenleven onder de kerktoren.   

In de politiek is er eigenlijk maar één regel die echt van tel is: de crisis, dat gaat eerst en vooral over de mensen. Altijd. Ze vragen dat de EU betrokken is bij wat er zich in hun leven afspeelt. Niet met statistiek x of y, maar met een simpele boodschap: we horen u, we zijn er voor u. 

Dat is net wat de EU niet goed kan - niet in het minst omdat lidstaten in de symbooldossiers haast over elkaar struikelen om vooral hún belangen te verdedigen, waardoor jarenlange blokkering volgt. Om de angel uit het politieke debat te halen, spreken we vervolgens dan maar niet meer over de waarden waarnaar we samen zullen handelen, maar over technische regeltjes en moeilijke termen. Weet u ondertussen al wat ‘disembarkation centres’ betekenen?   

Als het aan het Europees Parlement lag, dan kwam de Commissaris vandaag vertellen dat het nooit meer zal gebeuren. Dat artikel 3 van het Verdrag van de Europese Unie ons opdraagt om de solidariteit tussen de lidstaten, het welzijn van de bevolking en de mensenrechten te bevorderen. Dat er een plan klaar ligt dat ervoor zorgt dat uw dorpje met 1000 inwoners nooit meer 400 onbegeleide kinderen alleen zal moeten opvangen, want dat er 26 andere lidstaten klaar zullen staan om er 385 van op te nemen. Solidariteit is niet iets voor rechters en advocaten die de moed hebben om stoffige wetboeken te lezen, maar iets wat mensen in hun dagdagelijkse leven moet beléven. Als het aan het Europees Parlement lag, dan waren de Europese waarden vandaag even concreet en tastbaar als de acties van Salvini en Orbán, die er hun levensproject van gemaakt hebben om alles wat vreemd is het leven zuur te maken.   

Europa moet je voelen. De migratiecrisis van vandaag is geen crisis van cijfers maar een crisis van vertrouwen. Toen vluchtelingen bij Italië, Griekenland, Duitsland en Zweden kwamen aankloppen ervaarden mensen niet dat het beter is om in de Europese Unie te zitten dan eruit – integendeel. Geen vooruitgangsrapport, terugkeerdeal of disembarkation centre die dat oplost. Maar dat is niet wat de lidstaten moeten gedacht hebben toen ze het voorstel voor een goed geregelde, solidaire migratiewetgeving achteloos in de archiefkast opborgen. Ik betwijfel of het is wat Europees Commissaris Avramopoulos dacht toen hij hier vandaag recht voor mij zo moedeloos voor zich uitstaarde.