Begrotingscommissie verzet zich tegen ‘woordbreuk’ lidstaten voor Turkije-deal

De commissie begroting van het Europees parlement heeft zich gisterenavond verzet tegen het voornemen van de lidstaten om véél minder te betalen voor de zogenaamde Turkije deal. De lidstaten willen dat de EU 1 miljard extra op tafel legt, hoewel dat niet zo was afgesproken. Het gevolg is dat er gewoon geen middelen meer zijn voor dringende humanitaire noodhulp.

Het leek een bijzondere ingreep: de begrotingscommissie schrapte vandaag 1 miljard uit middelen die voorzien zijn voor buitenlands beleid en humanitaire hulp. Dat was niet omdat het Europees parlement plots minder aandacht wil voor die uitgavenposten, maar omdat ze zich verzet tegen een aantal door de Commissie voorgestelde verschuiving in de begroting als gevolg van het ‘woordbreuk’ van de lidstaten over de financiering van de zogenaamde Turkije deal.

Op 19 maart 2016 sloot de Europese Unie een vluchtelingendeal met Turkije, als onderdeel van de aanpak van de vluchtelingencrisis. Er werd afgesproken dat Turkije vluchtelingen opvangt en haar grenzen beter bewaakt. In ruil daarvoor krijgt Turkije financiële steun van Europa via het zogenaamde Facility for Refugees in Turkey (FRT). In totaal gaat het over 6 miljard euro, die in twee schijven van 3 miljard wordt uitbetaald. De eerste schijf werd betaald en daarvan kwam, zoals afgesproken, 2 miljard van de lidstaten en 1 miljard uit de Europese begroting. Nu volgend jaar de tweede schijf moet uitbetaald worden, weigeren de lidstaten plots hun afgesproken deel te betalen. 

De lidstaten willen hun aandeel halveren en dat van de EU-begroting verdubbelen. Dat besliste de Raad op 29 juni. Als gevolg daarvan moest de Commissie in haar begrotingsvoorstellen schuiven met middelen. Ze schoof een extra miljard door naar de FRT. Maar dat geld moet ergens vandaan komen. De Commissie heeft dat geplukt uit andere fondsen, waaronder het Instrument for Pre-accession Assistance, dat landen die tot de EU willen toetreden, moet bijstaan én uit het fonds voor humanitaire hulp.

Gevolg is dat Europa geen marge meer heeft om nieuwe humanitaire hulp te bieden als dat nodig is. Net een gebrek aan humanitaire bijstand is een van de belangrijke redenen waarom mensen vandaag vluchten. Naar Europa bijvoorbeeld. Het Europees Parlement bekritiseerde al meerdere malen dat de Raad en de Commissie geld dat de grondoorzaken van migratie aanpakt, wegsluist naar grensbewaking. Het is een typisch voorbeeld van kortetermijndenken van de lidstaten.

De begrotingscommissie verwierp dus de verschuiving van die middelen door de extra 1 miljard voor de FRT te schrappen. Als regeringsleiders thuis hoog van de toren blazen dat ze de vluchtelingencrisis willen aanpakken door derde landen zoals Turkije - of zoals ze nu voorstellen, landen in Noord Afrika - vluchtelingen te laten opvangen, dan moeten ze daar ook de verantwoordelijkheid voor opnemen. In ons land verklaart N-VA voorzitter Bart De Wever dat het volstaat dat regeringsleiders met ‘rugzakken vol geld’ naar Afrika trekken, naar analogie met de Turkije-deal, om de vluchtelingencrisis ‘overmorgen op te lossen’. In werkelijkheid wil ons land helemaal niets betalen. In aanloop naar de Raadsbeslissing van 29 juni, waar beslist werd dat de lidstaten geen 2 maar slechts 1 miljard willen betalen, lagen er immers nog andere scenario’s op tafel. Eén ervan was dat de lidstaten helemaal niets meer zouden betalen. En precies dat scenario werd ondersteund door België. Dat scenario haalde het niet, maar het is wel tekenend voor de manier waarop onze regering wegkijkt van de problemen op het moment dat ze de urgentie niet meer voelt.

Foto: Reporters/Abaca