Verenigde Naties publiceert nieuwe cijfers millenniumdoelsellingen

Het aantal mensen dat in extreme armoede leeft en geen beschikking over drinkbaar water heeft, is de afgelopen jaren sterk gedaald. Dat melden de Verenigde Naties naar aanleiding van een jaarlijks rapport over de millenniumdoelstellingen. Daarin wordt de vooruitgang op vlak van de acht meetbare doelstellingen in de strijd tegen armoede, analfabetisme, milieuvervuiling en discriminatie van vrouwen gemeten. 

Volgens het recente rapport blijkt dat de mate waarin mensen zich in extreme armoede bevinden de afgelopen jaren in zowat alle ontwikkelingsregio's afgenomen is. Toch blijven er nog steeds 1,2 miljard mensen in extreme armoede leven, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara en Zuid-Azië. Volgens Secretaris-generaal Ban Ki-Moon bewijst het rapport dat de aanpak van de Verenigde Naties haar vruchten afwerpt. "Twee miljard mensen hebben toegang gekregen tot schoner drinkwater, minder mensen hebben honger en ook de strijd tegen malaria en tuberculose maakt grote sprongen vooruit. 

Toch is het niet allemaal rozegeur en maneschijn. Ondanks de vooruitgang die de Verenigde Naties boeken, blijft de aanpak van de millenniumdoelstellingen traag op gang komen. Bovendien blijkt uit het rapport dat de vooruitgang niet gelijk verdeeld is over landen en regio's, en vaak ook erg verschillende tussen bevolkingsgroepen binnen een land. Op vlak van ecologische duurzaamheid en toegang tot basisonderwijs is er weinig vooruitgang te merken en het aantal middelen dat wordt vrijgemaakt voor ontwikkelingssamenwerking daalt wereldwijd. 

De millenniumdoelstellingen werden in 2000 in het leven geroepen en zouden tegen 2015 moeten worden afgerond. De daling van extreme armoede en de verhoogde toegang tot drinkbaar water kan bezwaarlijk slecht nieuws worden genoemd, maar de aanpak van de millenniumdoelstellingen werpt maar bij mondjesmaat vruchten af.