Toch Europese hulp voor de meest behoeftigen

Het Europees Parlement heeft vandaag een wetgevende resolutie goedgekeurd dat het voortbestaan van het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen garandeert, ook na 2014. Enkele lidstaten waren in 2010 immers naar het Europees Hof van Justitie gestapt om de afschaffing hiervan te eisen. Net nu de armoede in Europa toeneemt, als gevolg van de crisis én de aanpak ervan door de Europese Commissie en de Europese Raad, zou zo’n afschaffing schandelijk zijn geweest.

 
In 2011 kende één op vier Europeanen een verhoogd risico op armoede of sociale uitsluiting. “Dat zijn bijna 120 miljoen Europeanen. Maar liefst een op drie kinderen in de EU groeit op in kansarmoede. Zoals de Europese Commissie zelf terecht opmerkt: “Kinderen die opgroeien in armoede of geconfronteerd worden met sociale uitsluiting hebben meer kans om het op school minder goed te doen, een goede gezondheid te hebben of later hun volle potentieel te bereiken. Ze lopen immers een hoger risico om werkloos te worden of om met armoede of sociale uitsluiting geconfronteerd te worden.” 
 
Om dat probleem op te lossen is er uiteraard meer nodig dan een voedselfonds, zoals investeringen in tewerkstelling en opleiding, een performante jeugdgarantieregeling en een universeel minimumloon in de Unie. Maar ook noodhulp blijft nodig. Het was daarom schokkend vast te stellen dat sommige lidstaten de voedselhulp aan mensen in armoede gewoon wilden afschaffen. Het Europees parlement verzette zich dan ook tegen de pogingen om het Fonds voor Europese Hulp aan de meest behoeftigen af te bouwen. Dat is ons gelukkig gelukt.
 
Daartoe is de juridische basis aangepast zodat het programma verankerd is binnen het sociaal - en het cohesiebeleid van de EU. Terwijl het programma vroeger alleen aan voedselbedeling deed, zal het fonds vanaf 2014 gebruikt kunnen worden om programma's op te zetten in de lidstaten om voedsel en andere basismiddelen te bezorgen aan behoeftigen, daklozen en kinderen.
 
Helaas zijn er nog steeds lidstaten die dwars liggen en liever niet willen weten van dit Fonds. Onder druk van deze groep is het voorgestelde budget voor het fonds met bijna 30 procent verminderd, hoewel de doelgroep groter is geworden. Daarom stelt het Europees Parlement in deze resolutie dat het budget minstens gelijk gehouden moet worden met de voorgaande jaren (€ 500 miljoen per jaar). Nu komt het erop aan om ook de asociale coalitie in de Raad te doorbreken. Onder leiding van Frankrijk en Duitsland zijn er immers nog steeds acht lidstaten die willen dat alle Europese voedselsteun aan mensen die in armoede leven afgeschaft wordt of die er geen gebruik van willen maken. Een schande, want net nu stijgt het aantal mensen dat een beroep doet op voedselhulp.
 
En dat terwijl Europa glasheldere doelstellingen heeft in haar Europa 2020 programma om de armoede met 25 procent te verminderen. Als we de trend volgen die nu werd ingezet, halen we die doelstelling niet in 2020, maar pas in 2150. Binnen 140 jaar dus! Wie vandaag niet voldoet aan begrotingsdoelstellingen wordt gesanctioneerd, maar wie niet voldoet aan de armoedebestrijdingsdoelstellingen wordt ongemoeid gelaten. In België alleen zijn bijna 225 000 gezinnen afhankelijk van voedselhulp en hun aantallen stijgen als gevolg van de crisis. Ongeveer de helft van de Belgische voedselhulp - zo’n 11 miljoen euro - is afkomstig uit het Europese voedselhulpprogramma.