Rijke landen laten armste kinderen vallen

Een nieuw rapport van het UNICEF-onderzoekcentrum Innocenti stelt vast dat kinderen in een heel aantal rijke Europese landen, waaronder ook België, en in de Verenigde Staten een grotere ongelijkheid moeten ondergaan dan kinderen in andere geïndustrialiseerde landen.

Het rapport “Report Card 9: de achtergelaten kinderen” klasseert voor het eerst 24 OESO-landen in termen van gelijkheid in de gezondheidszorg, onderwijs en materieel welzijn van hun kinderen. Het focust op de relatieve kloof tussen kinderen; het vergelijkt niet de positie van de “beste” kinderen met de “slechtste”, maar de mediaan (wat “normaal” is voor het land) met de laagste groepen op de schaal. Cruciale vraag is “tot hoe ver laten landen kinderen onder de mediaan vallen?”

België scoort gemiddeld wat gezondheidszorg en materieel welzijn betreft. Maar qua gelijkheid in het onderwijs staat ons land op de allerlaatste plaats.
"Dat heeft in verregaande mate te maken met het heel zware watervalsysteem in ons land", legt Gaëlle Buysschaert uit in een aantal kranten. Buysschaert is verantwoordelijke voor kinderrechten bij UNICEF. "Een op de drie arme kinderen zit in het BSO, terwijl velen van hen daar helemaal niet thuishoren." Uit de studie blijkt bovendien dat hoe groter de relatieve kloof tussen de kinderen is, hoe lager het niveau van het onderwijs ligt. Het rapport stelt dat de maatschappij al snel de rekening voorgeschoteld kan krijgen in de vorm van een toegenomen druk op de gezondheidsdiensten, bijscholing, welzijn en sociale beschermingsprogramma's.

Meer info en het volledige rapport kan je vinden op de site van Unicef