Landbouwministers op één lijn krijgen

Gaat er alsnog Europese voedselhulp naar de armsten in de Unie? Daarover buigen de landbouwministers van de 27 lidstaten van de EU zich morgen, 20 september. De Commissie heeft er een herwerkt voorstel over klaar dat tegemoet komt aan de bezwaren van onder meer de Europese sociaaldemocraten tegen de drastische vermindering van het voeddselhulpprogramma. In juli nog overhandigden wij én de Franstalige sociaaldemocraten uit protest een voedselpakket aan Europees president Herman Van Rompuy.

De Commissie had op 20 juni, onder druk van enkele lidstaten, beslist het voedselhulpprogramma met 80 procent te verminderen, van 500 miljoen naar 113 miljoen euro. Dat stond in schril contrast met de Europese doelstellingen om de armoede tegen 2020 met 25 procent te verminderen. In België alleen zijn bijna 225 000 gezinnen afhankelijk van voedselhulp. De maatregel zou 0,3 procent besparen op de uitgaven van de Europese Unie, maar zorgt er meteen voor dat miljoenen Europeanen verder de armoede ingeduwd worden.

Het voedselhulpprogramma putte uit de Europese landbouwoverschotten, maar nu die overschotten er steeds minder zijn, werd voedselsteun steeds vaker omgezet in financiële steun. Een aantal lidstaten onder leiding van Duitsland, vond dat dergelijke hulp niet tot het landbouwbeleid behoort en wilde ze daarom afschaffen. Dit zijn niet toevallig ook de meest hardvochtige landen als het vandaag gaat over solidariteit met lidstaten die door de crisis getroffen worden. Ze argumenteren dat voedselhulp een sociale beleid is dat beter aan de lidstaten wordt overgelaten. Dat is tekenend voor een liberale visie op Europa die enkel economisch, maar zelden sociaal is. Wij vinden dat Europa zelf een sterk sociaal beleid moet ontwikkelen.

Nadat het parlement zich in juli uitsprak tegen het voorstel van de Commissie, heeft die haar standpunt bijgesteld. In het nieuwe voorstel wordt de voedselhulpbedeling opgenomen in de meerjarenbegroting van 2014, als een permanente steun. De Commissie voorziet ook om voeding aan te kopen zodat de voedselhulp voldoende gevarieerd is. In de overbruggingsperiode zou de huidige steunmaatregelen behouden blijven. Het is goed dat de Commissie het parlement gevolgd is. Ik hoop nu ook dat de landen die zich blijven verzetten tegen deze steun inzien dat ze de 43 miljoen Europeanen die afhankelijk zijn van voedselhulp ernstig in de problemen brengen.