Ontwikkelingslanden moeten toegang krijgen tot vaccins en medisch materiaal

Overmorgen moet blijken of de Europese Unie, Canada en de Verenigde Staten akkoord gaan met een tijdelijke opheffing van intellectuele eigendomsrechten voor COVID-19 gerelateerd medisch materiaal. De uitzonderingsmaatregel, die werd aangevraagd door India en Zuid-Afrika, moet de toegang en productie van medisch materiaal voor ontwikkelingslanden vergroten. “In deze pandemie geldt dat we enkel veilig zijn, als ook de rest van de wereld toegang heeft tot de nodige medicatie, beschermend materiaal en vaccins,” zegt Europees Parlementslid Kathleen Van Brempt. Bij een vorige vergadering van de TRIPS raad, dat het dossier omtrent intellectuele eigendomsrechten moet behandelen, werd geen akkoord gevonden. 

De race naar een vaccin gaat genadeloos verder. In de Europese Unie worden de eerste vaccins midden Januari verwacht. “Maar de toegang tot die vaccins of ander medisch materiaal is niet overal even evident,” zegt Kathleen Van Brempt. “Terwijl rijke Westerse landen massaal akkoorden afsluiten met farmabedrijven en bestellingen plaatsen voor vaccins, vallen ontwikkelingslanden uit de boot. Zoals de situatie er nu voorstaat, zullen grote delen van de wereld ten vroegste in het najaar van 2021 toegang krijgen tot vaccins.” 

Om de productie van vaccins voor ontwikkelingslanden mogelijk te maken, hebben India en Zuid-Afrika binnen de TRIPS raad van de Wereldhandelsorganisatie een vraag voor tijdelijke opschorting van de intellectuele eigendomsrechten voor COVID-19 gerelateerd medisch materiaal ingediend. Onder meer de Europese Unie verzette zich daartegen. Dat is opmerkelijk volgens Van Brempt. “Het was Commissievoorzitter Von der Leyen zelf die enkele maanden geleden zei dat in de strijd tegen deze pandemie internationale solidariteit erg belangrijk zou zijn. Dit is het moment om de daad bij het woord te voegen.”  

De Europese Commissie wijst naar de fondsen die ze heeft vrijgemaakt voor COVAX, het wereldwijde initiatief dat ontwikkelingslanden moet helpen om ook toegang te krijgen tot een deel van het beschikbare medisch materiaal. “In praktijk zien we dat dat slechts een druppel op een hete plaat is,” zegt Van Brempt. “Ook daar domineren rijke Westerse landen de markt, waardoor er via COVAX amper tussen de 300 en 700 miljoen dosissen werden aangekocht voor meer dan 3 miljard mensen uit 92 landen.” De Europese Unie alleen bestelde reeds 1,5 miljard vaccins.  

“Vandaag ligt de focus op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen,” zegt Van Brempt. “Maar de echte uitdaging is om de productie voor vaccins en medisch materiaal te verhogen. Intellectuele eigendomsrechten mogen daarbij geen obstakel vormen.” 

Van Brempt hoopt dat de Europese Unie daarom het voorstel van India en Zuid-Afrika zal ondersteunen. "In deze pandemie geldt dat we enkel veilig zijn, als ook de rest van de wereld toegang heeft tot de nodige medicatie, beschermend materiaal en vaccins." 

De snelheid waarmee de medische wereld en farmaceutische industrie een vaccin tegen COVID-19 ontwikkelt, is volgens Van Brempt onvoorstelbaar. “Dat is het resultaat van innovatie-gedreven inspanningen van overheden wereldwijd, die de ontwikkeling van vaccins mogelijk maakten dankzij publieke financiering en met onderzoek van publieke universiteiten,” zegt Van Brempt. “De vruchten van die enorme inspanning moeten kunnen worden geplukt door de bevolking, niet enkel door de farmaceutische industrie.”