Hoe minder we samenwerken, hoe langer deze crisis zal duren.

Als we willen dat er voor iedereen voldoende betaalbare medicijnen en medisch materiaal komt, moeten overheden dringend internationaal beter samenwerken. Doen we dat niet, dan zullen zelfs de sterkste landen verder in de problemen komen en wordt het voor de rest helemaal een catastrofe.

De eerste weken van de coronacrisis werden gekenmerkt door paniekvoetbal op de internationale markt van medicijnen en medische materiaal: ongecontroleerde exportbans en hamstergedrag van landen en private speculanten verergerden de schaarste en dreven de prijzen op. De gevolgen zijn ernstig: in het grootste deel van de wereld is er nog steeds geen beschermingsmateriaal voor verpleegsters en dokters en zijn er geen testkits voorhanden. Ook kleine landen in het Westen, zoals België, bleken nauwelijks in staat om materiaal te bekomen. De COVID-19 crisis toont aan hoe intens afhankelijk landen van elkaar geworden zijn. Noch kortzichtige, nationalistische recepten, noch naïef optimisme in de vrije markt kunnen ons helpen.   

Toen begin maart de ernst en de omvang van de coronacrisis duidelijk werd, waren nationale overheden er snel bij om solo slim te spelen. Een globale vlaag van blinde exportbans op medisch materiaal was het gevolg. Niet minder dan 54 landen kondigden in februari en maart exportrestricties aan, bijna allemaal producenten van medisch materiaal of medicijnen. China, de VS en Europa hebben samen driekwart van de COVID-19 gerelateerde exportproducten in handen. De Westerse  Balkan, de CIS regio, Latijns-Amerika, het Midden- Oosten, Zuid-Azië en Afrika zijn volledig afhankelijk van import. Ook dat legt de mondiale ongelijkheid bloot: wat baat financiële hulp als je daarmee geen levensreddende middelen kan kopen?   

Geen van de leiders van deze landen had zijn acties regionaal of internationaal overlegd; niemand had de consequenties in kaart gebracht. Zo vielen bijvoorbeeld niet alleen mondmaskers maar ook tubes voor medische ventilatoren onder de Duitse exportban. Alleen worden die ventilatoren niet in Duitsland gemonteerd maar in Polen, waardoor de levensnoodzakelijke productie ervan in de problemen dreigde te komen. De Europese Commissie greep gelukkige snel in en overtuigde ze de lidstaten om hun nationale bans op te heffen in ruil voor een Europees export-autorisatieschema.   

Een crisis als deze legt zowel de zwakten van het nationalisme als van de vrije markt bloot. Bij de klassieke neoliberale recepten geldt bij uitstek het recht van de sterkste. Toen begin april een vliegtuig vol mondmaskertjes klaarstond in Shanghai om naar Frankrijk te vertrekken, verscheen een groep Amerikanen op de tarmac met het drievoud van de prijs cash in de hand. De Franse overheid misliep op die manier miljoenen maskertjes. In Duitsland trachtten de Amerikanen een bedrijf op te kopen dat zich toelegt op de ontwikkeling van een COVID-19 vaccin. Minder geluk hebben de Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen, omdat alle schaarse voorraden voor tests en beschermingsmateriaal reeds voor de komende maanden door het Westen werden opgekocht.   

We moeten de internationale handel in schaarse producten nu coördineren om te voorkomen dat overheden gaan hamsteren, wat de prijzen opdrijft en een negatieve spiraal van wantrouwen en vergelding creëert.    

Intussen is het duidelijk dat we internationaal een versnelling hoger moeten schakelen. Er moet internationale transparantie komen over de beschikbare hoeveelheid medisch materiaal, medicijnen en testkits. Die gegevens kunnen gebundeld worden door de wereldhandelsorganisatie (WTO). De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat de productiecapaciteit voor deze goederen met 40% moet worden opgedreven.   

De G20, die het gros van de productielanden telt, kan aankondigen geen naakte exportbans meer in te voeren om het vertrouwen te herstellen. Gezamenlijke openbare aanbestedingen tussen landen kunnen de competitielogica doorbreken en ervoor zorgen dat iedereen toegang krijgt tot de internationale markt. België werd al verschillende keren slachtoffer van openbare aanbestedingen die misliepen. Dat de Europese Commissie nu optreedt en gezamenlijke aanbestedingen uitschrijft voor de hele EU, is daarom goed nieuws. Bovendien heeft de Commissie haar partnerlanden in de Westerse Balkan uitgenodigd om deel te nemen aan de openbare aanbestedingen zodat ook zij toegang krijgen tot levensreddend materiaal. We zouden dit soort initiatieven ook kunnen uitbreiden naar bijvoorbeeld onze Afrikaanse partners. Het zou goed zijn mochten landen als Canada en de VS dit voorbeeld volgen. Ook de VN denkt na over gezamenlijke aanbestedingen, wat zeker goed nieuws is.   

Daarnaast gaan in de zoektocht naar een betaalbaar vaccin ook stemmen op om meer samen te werken. De door Trump zo vervloekte  Wereldgezondheidsorganisatie vormt een essentiële spil in het coördineren van onderzoek. Costa Rica riep landen recent op om de intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de ontwikkeling van een vaccin op VN-niveau te poolen, zodat deze vrij toegankelijk worden. De kersverse sociaal-democratische minister van gezondheid in Nederland zegde als één van de eersten toe om hieraan mee te werken.   

Als laatste een kanttekening: de EU moet nu meer dan ooit haar eigen strategische industriële belangen goed beschermen. Deze pandemie toont hoe belangrijk het is om grip te krijgen op sectoren die belangrijk zijn voor onze volksgezondheid, zodat we in de toekomst onze afhankelijkheid van Chinese en Indische import kunnen verminderen. Oude taboes zoals overheidsinterventies en bepaalde vormen van staatssteun mogen niet langer geschuwd worden zolang ze in lijn liggen met de doelstellingen van de Green Deal. Bovendien liggen buitenlandse investeerders op de loer om strategische Europese bedrijven in moeilijkheden op te kopen. Dat moeten we trachten te vermijden. Een sterke Europese industriële strategie die onze belangrijkste industrie beschermt, dringt zich nu op.