Europees Parlement wilt gesprek openen over investeringsakkoord met Taiwan

De Europese Commissie moet werk maken van een investeringsakkoord met Taiwan. Dat zegt het Europees Parlement in een rapport over de impact van COVID-19 op internationale handel. “Taiwan is en blijft een belangrijke strategische partner voor de Europese Unie,” zegt Kathleen Van Brempt, auteur van het rapport over internationale handel na COVID-19. “De problemen met China mogen ons niet tegenhouden om onze relatie met andere strategische partners in de regio te versterken.” Ook de problemen met China komen in het rapport aan bod.  

Taiwan is de zesde grootste handelspartner van de Europese Unie in Azië. “En zeker wanneer het gaat over technologie en duurzaamheid zitten de Europese Unie en Taiwan op dezelfde lijn. Bovendien is het één van de weinige democratische landen in de regio,” zegt Van Brempt. “We vragen de Commissie om voor eind 2021 te starten met een verkennend onderzoek over de mogelijke inhoud én een impact assessment van een dergelijk investeringsakkoord.” 

Het is niet de eerste keer dat het Europees Parlement de Commissie oproept om de gesprekken over een investeringsakkoord met Taiwan op te starten. Enkele weken geleden keurde een brede meerderheid in de Commissie Internationale Handel eenzelfde oproep goed in het kader van het rapport over de toekomstige relaties met China. “Door vast te houden aan het huidige beleid ten aanzien van China blokkeert de Commissie de uitbouw van diplomatieke en formele releaties met Taiwan. Een verkeerde keuze,” zegt Van Brempt. “Dit gaat over meer dan enkel onze wederzijdse handelsbelangen. We mogen niet blind zijn voor de immense druk die China uitoefent op Taiwan.” Van Brempt verwijst naar de manier waarop Beijing enkele weken geleden vaccinleveringen aan Taiwan blokkeerde. “Opnieuw een strategische partner in de regio verliezen door het aggressieve beleid van China is geen optie.” 

Ook de toekomstige relaties met China komen in het rapport verder aan bod. “We zijn er ons van bewust hoe belangrijk de relatie tussen de Europese Unie en China is,” zegt Van Brempt. “Maar niet tegen elke prijs. De Commissie moet daarom dringend werk maken van reeks autonome maatregelen die oneerlijke concurrentie moeten tegengaan en de strategische belangen van de Unie moeten verdedigen, waaronder een verbod op producten die met dwangarbeid zijn gemaakt en een werkend sanctiemechanisme voor mensenrechten.”

Over het investeringsakkoord tussen de Europese Unie en China is het parlement bijzonder duidelijk. “Verdere gesprekken over het investeringsakkoord met China zijn uitgesloten zolang de Chinese sancties tegen Europese instanties en democratisch verkozen parlementsleden van kracht zijn,” zegt Van Brempt. “Maar zelfs zonder de sancties is er heel wat werk aan de winkel.  De invoering van een Europese zorgplichtwet, de ban op producten die met dwangarbeid zijn gemaakt én de mensenrechtensituatie in China, zowel in HongKong, als met betrekking tot de Oeigoeren in Xinjiang, zijn bepalend voor onze toekomstige relatie met China. Zolang dat niet verandert, blijft het investeringsakkoord waar het vandaag zit: in de diepvries.”