Industrie als drijvende kracht van de groene transitie

Het lijkt er sterk op dat we ook nu geen verregaande resultaten moeten verwachten van Durban. Dat was al duidelijk nog voor de klimaatconferentie vorige week van start ging.

De financiële en economische crisis heeft de klimaatcrisis helemaal in een hoekje geduwd. Door de barre economische omstandigheden wil bijna geen enkele staats- of regeringsleiders verregaande afspraken maken. Commentatoren vrezen nu al dat de geplande euro-top van aanstaande vrijdag de klimaatconferentie in Durban volledig in de schaduw zal zetten.

Toch mogen we niet bij de pakken blijven zitten, en dat besef begint ook meer en meer bij de industriële actoren te dagen. Maandag las ik in De Standaard een interessant opiniestuk van Serge de Gheldere, oprichter en ceo van Futureproofed, een duurzaam consultancy bureau. Het stuk was getiteld "Wat Durban niet kan, doet de ceo wel". Hiermee doelt hij uiteraard op het nemen van verregaande groene beslissingen door het bedrijfsleven en het feit dat ze die niet nemen vanuit een sociaal engagement, aldus de Gheldere, maar eerder in hun zoektocht naar duurzame winst.

De vraag wat de industrie moet doen om mee te bouwen aan de economie van morgen, en welke ondersteunende rol de overheid hierin moet spelen zijn vragen die mij al langer bezighouden (een voorbeeld vind je hier). Ondertussen is duidelijk dat duurzaamheid en concurrentie niet in strijd zijn met elkaar. De innovatieve industrie zoekt naar slimme oplossingen om met materiaal- en energieschaarste en veranderende sociale structuren om te gaan. Er is ook geen weg naast. De aanpak van de ongebreidelde stijging van de grondstoffenprijzen vormt momenteel dé uitdaging voor de Europese industrie, wil ze haar concurrentiepositie in een snel evoluerende mondiale markt behouden. Het zijn de bedrijven die nu kiezen voor een duurzame groei op lange termijn die het verschil zullen maken. Dit betekent afstand nemen van het uitgangspunt van een zo snel mogelijke return on investment en op zoek gaan naar de duurzame winst. Het is de hoogtechnologische, competitieve drive die daarvoor nodig is die maakt dat een deel van de industrie een voorsprong zal nemen in de transitie naar een duurzame, koolstofarme economie.

Ik geloof sterk in de legitimiteit van het VN proces maar we kunnen het ons niet permitteren om nog een jaar te wachten op effectieve maatregelen die de transitie naar een groene economie versnellen. Daarom mogen we het potentieel dat de industrie bezit om de snelle vaart vooruit te nemen zeker niet onderbenut laten. In die zin heeft de Gheldere overschot van gelijk.

07/12/2011
green energy4.jpg