Oppassen voor een democratisch deficit

Tijdens de debatten over het economisch beleid in de plenaire zitting van het Europees parlement in Straatsburg, in aanwezigheid van Herman van Rompuy, Jean-Claude Juncker en Manuel Barroso, respectievelijk voorzitters van de Europese Raad, de eurozone en de Europese Commissie, waarschuwde ik voor het groeiende ongenoegen bij de burgers over de aanpak van de Europese crisis.
Europa heeft de neiging om zich vooral zorgen te maken over de zorgen van de financiële sector en zwijgt als vermoord over de zorgen van haar burgers. Zo verwoordde ik het ook aan Van Rompuy: “U hebt een overzicht gegeven van alle acties, initiatieven die de raad onder uw voorzitterschap heeft genomen om de crisis in de eurozone het hoofd te bieden. Ze ogen indrukwekkend en ze zijn zeker verdienstelijk. Alvast twee groepen zijn niet onder de indruk. De eerste is bekend: de financiële markten. Met de tweede wordt veel minder rekening gehouden: de 'mensen op de straat', de vakbeweging, de ‘Occupy’-beweging. Heren, maak niet de fout om ze in een hoekje te duwen. De rode draad door deze bewegingen is de vraag naar toekomst, zekerheid, perspectief op werk voor zichzelf maar heel vaak voor hun kinderen. Dat zou de corebusiness moeten zijn van een oefening over de toekomst van de eurozone.”

Volgens de socialistische fractie in het Europees parlement is het absoluut nodig te investeren in de toekomst en zich niet enkel blind te staren op saneringen. Dit sociaaldemocratische alternatief wordt gesteund door een recente studie van de UGent die in 21 OESO-landen, waaronder België, 40 saneringsperiodes tussen 1980 en 2008 analyseerde. De studie toont “het grote belang aan van de economische groei tijdens de sanering. Bij zwakke economische groei slaagt bijna geen enkele sanering erin de schuldgraad af te bouwen. Bij sterke groei zijn de slaagkansen veel groter.” Het onderzoek suggereert “dat een verhoging van de overheidsinvesteringen een belangrijke rol moet innemen in elk saneringsprogramma. Deze vaststelling sluit vanzelfsprekend nauw aan bij de cruciale rol van economische groei voor het succes van een sanering.”

Europa blijft investeringsstrategieën vermijden, met het gevolg dat saneringen - hoe noodzakelijk ook - hun doel voorbij schieten. In mijn tussenkomst verwees ik ook naar naar de Belgische regeringsonderhandelingen, waarin broodnodige investeringsmaatregelen door de conservatieve onderhandelaars verworpen worden omdat Europa ons tot saneringen verplicht. De liberale onderhandelaars willen onverkort de Europese aanbevelingen uitvoeren. Maar die aanbevelingen werden door geen enkel parlement goedgekeurd, noch door het Europees parlement, noch door het Belgische parlement. Precies daar dreigt het democratische deficit te ontstaan. Als burgers louter geconfronteerd worden met saneringen, zonder dat die maatregelen een democratische legitimering hebben gekregen en zonder dat ze gepaard gaan met hoopvolle investeringen in de toekomst, moeten we niet verwonderd zijn dat ze op de duur zullen afhaken. Er moet meer politieke afstemming zijn over welke richting we gezamenlijk uitgaan. Zelfs in deze barre en bizarre tijden hebben in een democratie niet de financiële markt maar de kiezers het laatste woord.

Mijn tussenkomst kan je hier bekijken.

16/11/2011
kathleen en zitta plenaire.jpg