Eindelijk doorbraak groene stroom in Antwerpse haven

Het Antwerps Havenbedrijf heeft haar “energienet” verkocht aan distributienetbeheerder Iveg/Infrax. Het elektriciteitsdecreet, dat ondermeer de vertaling is van de Europese liberaliseringsrichtlijn voor energie, zegt immers dat je niet tegelijkertijd (distributie)netbeheerder en producent van energie mag zijn. Historisch gegroeid, maar vandaag enigszins eigenaardig voor wie de energiesector wat volgt, was de haven van Antwerpen, of beter het Gemeentelijk Autonoom Havenbedrijf beheerder van het laagspanningsnet voor elektriciteit in het havengebied. Waar Eandis en Infrax als distributienetbeheerders omzeggens heel Vlaanderen met tweeën afdekken, zijn er namelijk nog een paar eilandjes waar kleinere distributienetbeheerders actief zijn. En één daarvan was dus de haven van Antwerpen.

Het feit dat de haven zelf op haar eigen werkingsgebied distributienetbeheerder was, zorgde ervoor dat ze zich niet mocht inlaten met de productie van energie, dus ook niet met het participeren in projecten van wind-, zonne-, of waterkrachtenergie en warmtekrachtkoppelingen. De Europese liberalisering heeft immers getracht om de klassieke staatsmonopolies te breken door er voor te zorgen dat bijvoorbeeld een bedrijf als Electrabel niet én de kerncentrales kan beheren en ook nog eens het hoogspanningsnet en het laagspanningsnet.

Toen we in het begin van deze gemeentelijke legislatuur eind 2006 ambitieuze doelen neerschreven op het vlak van energie en klimaat in Antwerpen, wilden we ook volop inzetten op het potentieel dat er in het grote havengebied is voor windmolens en zonnepanelen. Alleen kon de haven om de bovenvermelde reden daar zelf geen initiatieven nemen. Erger nog, de kosten die gepaard gaan met de creatie van hernieuwbare energie door andere initiatiefnemers zouden (via aansluitingskosten van deze productie-eenheden en via de groenestroomcertificaten) door de haven moeten verhaald worden op het beperkt aantal klanten dat de haven als distributienetbeheerder had, namelijk de bedrijven in diezelfde haven. En laat dat nu net degenen zijn die we enthousiast willen maken om groene stroomproductie op te starten. Een pleidooi om deze kosten met de rest van Vlaanderen te solidariseren, leverde maar gedeeltelijk succes op en de grote kost bleef toch te verhalen op de eigen klanten. Binnen het werkingsgebied van een distributienetbeheerder worden dergelijke kosten wel verdeeld over de klanten, maar als je een klein gebied bestrijkt met weinig klanten maar veel mogelijkheden voor hernieuwbare energie kan dat pijnlijk veel worden per klant.

Naar aanleiding van die dubbele patstelling, namelijk de onmogelijkheid om zelf te participeren en het probleem van hoge kosten te moeten verhalen op weinig klanten, heeft het bestuur van de Antwerpse haven onlangs beslist om haar energienet van de hand te doen. Eén van de rechtstreekse beslissingen die daar uit volgen, is de keuze van afgelopen week om de toelatingsvoorwaarden voor de plaatsing van zonnepanelen te versoepelen. Installaties tot een maximaal vermogen van 5 MW worden mogelijk gemaakt. Nu het net in de haven is opgegaan in een veel groter geheel, is het effect op de tarieven sterk beperkt en bovendien heeft het havenbedrijf nu ook de handen vrij om indien gewenst zelf zonnepanelen te plaatsen of deel te nemen in projecten van anderen. Uit een bevraging naar de intenties van bedrijven in de haven om zonnepanelen te plaatsen, blijkt dat er momenteel geen behoefte bestaat om de drempel van 5 MW nog te verhogen, dus deze maatregel zet geen rem op het huidige potentieel en de huidige ambities voor zonnepanelen in de Antwerpse haven. Bedrijven die willen, kunnen nu eindelijk aan de slag!