Eerste binnenschip met schone motor ingewijd in Rotterdam

Vandaag wijdde ik in Rotterdam een eerste ‘geretrofitte’ binnenschip in. Dat gebeurde op uitnodiging van gedeputeerde Rik Janssen van de provincie Zuid-Holland, die in 2013 een programma ter waarde van 6,2 miljoen euro opstartte voor het uitrusten van binnenschepen met roetfilter of voor de ombouw naar een gasmotor. Antwerpen zou hier een voorbeeld aan moeten nemen.

Binnenschepen kunnen een pak schoner, maar de sector heeft daar omwille van de prijzige investeringen een duwtje in de rug voor nodig. Vlaanderen kan dat geven, samen met het stadsbestuur en de haven van Antwerpen. Bovendien kan een grensoverschrijdende samenwerking tussen twee van de grootste Europese havens ongetwijfeld meedingen voor steun vanuit Europa.

Wie de kaart over de luchtkwaliteit in West-Europa met de luchtkwaliteit bekijkt, ziet een zwarte vlek boven Vlaanderen hangen. Nergens is de luchtkwaliteit zo slecht als hier. Die vlek verdwijnt niet als enkel de Ring wordt overkapt. Er moeten veel fundamentelere maatregelen worden genomen. We moeten de bron van de vervuiling aanpakken: bij het transport en bij andere vervuilers. 

Op het gebied van transport betekent dat: kiezen voor minder vervuilend transport en voor andere, meer milieuvriendelijke vervoerswijzen. Daarin speelt de Europese Unie (gelukkig) een belangrijke rol. Denk aan de nieuwe voertuignormen die de uitstoot van wagens drastisch naar beneden halen. Maar we moeten ook andere luchtvervuilers aanpakken. Zo liet het Antwerpse stadsbestuur bij de lancering van zijn fijnstof/NOx-plan de kans liggen om de binnenvaart schoner te maken. Het had daarvoor inspiratie kunnen opdoen bij de Nederlandse provincie Zuid-Holland, waar ook Rotterdam deel van uitmaakt. Door de aanwezigheid van de haven van Rotterdam en de industrie daar is de situatie erg vergelijkbaar met die in Antwerpen. Ongeveer een kwart van de concentratie NOx en 13 procent van de concentratie fijn stof is afkomstig van schepen die de Rotterdamse haven aandoen. Onze noorderburen riskeren, net zoals België, sancties van de Europese Unie.

De provincie Zuid-Holland is daarom van start gegaan met retrofitprogramma’s om binnenschepen van roet- en NOx-filters te voorzien. De provincie voorziet sinds 1 juli 2013 een subsidie van 6,2 miljoen euro voor het installeren van roetfilters op binnenvaartschepen die al in de vaart zijn of voor de omschakeling naar LNG. De omvang van het bedrag waarop schippers een beroep kunnen doen, hangt af van de uitstootbeperking die de gekozen ingreep realiseert. Hoe hoger het effect op de luchtkwaliteit, hoe hoger de subsidie. Het succes was overrompelend. Er waren voor meer dan 9 miljoen euro aanvragen. Uiteindelijk werden motoren van 50 schepen omgebouwd. Op 25 andere aanvragen kon nog niet worden ingegaan, de vraag is immers nu al groter dan wat met de voorziene middelen kan gedaan worden.

Aangezien veel Nederlandse schepen op het Schelde-Rijnkanaal tussen Rotterdam en Antwerpen varen, komt deze Zuid-Hollandse subsidiemaatregel ook de Antwerpse lucht ten goede. Het omgekeerde zou uiteraard ook het geval zijn. Daarom heeft sp.a aangedrongen op een gelijkaardige aanpak voor de binnenschepen in Antwerpen. En op samenwerking tussen beide havensteden. In Antwerpen passeren jaarlijks 50.000 binnenschepen. Inzetten op propere motoren van de binnenschepen heeft een aanzienlijke invloed op onze luchtkwaliteit en onze gezondheid.

Ik betreur dat in het NOx/fijnstofplan van de stad Antwerpen één derde van de uitstoot van NOx niet wordt aangepakt. In een stedelijke omgeving gaat het om mobiele machines die niet op de autoweg actief zijn, zoals bouwkranen, bulldozers, pompgemalen of generatoren. Via vergunningen en het inschrijven van voorwaarden bij openbare aanbestedingen kan de uitstoot van die vervuilende machines fors naar beneden. Dat is een taak voor een lokaal bestuur. Het is prima dat de EU de luchtkwaliteitsnormen stelselmatig strenger maakt, maar voor ons gaat dat te traag. Een stad als Antwerpen moet daarin haar verantwoordelijkheid opnemen.