Commissie bepleit Europese sociale dialoog voor havenarbeid

In de aanloop naar de voorstelling van een nieuwe Europese regelgeving voor havenbeleid werd in Gent tijdens de studiedag Portius een Vlaams onderzoek voorgesteld naar de manier waarop dokwerkers in heel Europa tewerkgesteld worden. Er is niet één manier om havenarbeid goed te organiseren. Belangrijk is echter dat Europa bij de regeling van havenarbeid vooral voor een sociaal level playing field zorgt, en niet blindweg aan het liberaliseren slaat. De Europese Commissie lijkt echter haar les te hebben geleerd en bepleit nu zelf het Europees sociaal overleg. 

 
De Vlaamse hoogleraar Eric Van Hooijdonk (UAntwerpen) heeft in Gent de resultaten toegelicht van een ruime bevraging over de situatie van havenarbeid in de EU. Stakeholders (vakbonden, havenbedrijven, overheden, reders, vrachtbehandelaars, terminaloperatoren...) kregen de kans een uitgebreide enquete in te vullen in opdracht van de Europese Commissie. Het gaat om een inventaris van de manier waarop havenarbeid georganiseerd wordt. Dat leert ons dat er niet één goede manier bestaat. Wat nog niet duidelijk is, zijn de mogelijke verbanden tussen bijvoorbeeld ongevallen en de mate van opleiding of veiligheidsvoorschriften. Ook is er geen verband aangetoond tussen de organisatie van de havenarbeid en de resultaten die havens kunnen voorleggen. Er zal in de toekomst wellicht geen one-size-fits-all beleid mogelijk zijn, maar een verbetering van de veiligheidsvoorschriften, de opleiding, transparantie en dialoog is wel mogelijk. De Commissie moet beseffen dat de aanpak van het havenbeleid in de toekomst anders moet, wat betekent dat de focus niet in de eerste plaats naar een ideologisch geïnspireerde liberalisering moet gaan, maar naar het creëren van gelijke sociale rechten in Europa. De doelstelling van een Europees beleid mag niet verengd worden tot liberalisering, maar heeft in eerste instantie betrekking op de creatie van een sociaal level playing field, dat een gelijke toegang tot het beroep mogelijk maakt. Dat houdt in dat havenarbeiders in de EU moeten kunnen rekenen op dezelfde veiligheidsvoorschriften en eenzelfde niveau van opleiding, afhankelijk van het type werk.
 
De Europese Commissie lijkt oor te hebben naar een Europese sociale dialoog. Ze bereidt nu, na twee eerder mislukte pogingen, een nieuwe regelgeving over havenbeleid voor, die eind mei, begin juni wordt voorgesteld. In die regelgeving zal het ondermeer gaan over transparantie, staatssteun, het beter afstemmen op het Trans Europees Netwerk (TEN), het inzetten van Europese fondsen voor havens en de vergroening van de havens. De Commissie lijkt haar les te hebben geleerd. Havenarbeid zou immers niet gevat worden in de nieuwe regelgeving, zo blijkt uit de ontwerpteksten die opgesteld werden door het directoraat-generaal Transport. In de bijhorende communicatie van de Commissie wordt wel gerefereerd aan havenarbeid maar wordt er gepleit om de discussie over te laten aan het sociaal overleg. In de ontwerpteksten bepleit de Commissie uitdrukkelijk een sociaal overleg op Europees niveau, georganiseerd door de sociale partners. De Commissie is wel bereid zo’n overleg te faciliteren door bestaande studies ter beschikking te stellen of desnoods nieuwe studies te laten uitvoeren.
 
In mijn toespraak op de havenconferentie in Gent verwees ik ook naar de veranderde situatie in Europa, waarbij vooral dokwerkers uit Zuid-Europa getroffen worden door de bezuinigingsmaatregelen van de trojka. Ik vrees dat er een race to the bottom gaande is, waarvan havenarbeiders de dupe zijn. We mogen nooit vergeten dat havenarbeid een gevaarlijke job is, die de nodige opleiding vergt én uiteraard een behoorlijk loon. Ik roep de sociale partners dan ook op het sociaal overleg te starten en de organisatie van de havenarbeid ditmaal op een sociale leest te schoeien. Een sociaal level playing field is de doelstelling, niet liberalisering.