Migratiepakket mist nog steeds visie op migratiebeleid van de toekomst

Onder druk van de lidstaten die de vluchtelingencrisis liever buiten Europa willen houden, heeft de Commissie vandaag een Migratiepakket voorgesteld dat de opvang van vluchtelingen verschuift naar landen buiten de Unie. Landen die meewerken kunnen rekenen op financiële steun, landen die dat niet doen dreigen ontwikkelingshulp te verliezen. Asielzoekers reeds opvangen in transitlanden of landen van herkomst is op zich een goede zaak, op voorwaarde dat ze daar ook asiel kunnen aanvragen. Maar ontwikkelingsbudgetten als chantagemiddel gebruiken, straft enkel de arme bevolking, niet de onwillige regeringen.

Hoewel er heel wat opmerkingen te maken zijn over het Commissievoorstel inzake migratie, is het positief dat er langzaam een breed debat ontstaat over de oplossingen voor een problematiek waar we wellicht nog een tijdje mee geconfronteerd zullen worden. Tot vandaag hebben zowel de lidstaten als de Commissie enkel brandjes geblust, terwijl er nu langzaam naar structurele oplossingen wordt gezocht voor de migratieproblematiek. Dat gezegd zijnde: een echte, breed gedragen visie op migratiebeleid ontbreekt nog. Dit plan blijft een poging om compromissen te zoeken tussen kibbelende lidstaten die enkel naar hun eigenbelang kijken.

Het voorstel van de Commissie voor een zogenaamd ‘partnerschap met derde landen’ - voornamelijk in Afrika - vertrekt van het idee dat de opvang van vluchtelingen gebeurt in de regio, buiten de EU. De betrokken landen in Afrika moeten werk maken van grenscontroles, meewerken aan zoek- en reddingsacties als dat nodig is, en bereid zijn geweigerde asielzoekers terug op te nemen. Landen die weigeren mee te werken, kunnen de hen toegezegde middelen voor ontwikkelingssamenwerking verliezen. Landen die wel samenwerken, kunnen dan weer rekenen op middelen vanuit de Europese Unie die uit een nieuw op te richten Trust Fund komen.

De opvang van kandidaat-asielzoekers buiten de Unie is op zich een goed idee. Het verhindert een ongecontroleerde instroom en tracht te vermijden dat mensen de dodelijke overtocht naar Europa moeten maken. Maar dat moet gepaard gaan met de mogelijkheid om ook in de regio asiel aan te vragen, zodat asielzoekers op een veilige manier naar Europa kunnen reizen. Precies dat ontbreekt in de voorstellen, alsof Europa niet meer bereid is haar eerlijke deel van de opvang van vluchtelingen te doen.

De Europese sociaal-democraten kanten zich wel fel tegen het gebruik van de budgetten van ontwikkelingssamenwerking als stok achter de deur. Ontwikkelingssamenwerking kan niet als pasmunt gebruikt worden. Je straft er immers geen onwillige regeringen maar onbemiddelde mensen mee.

Dat de betrokken landen in ruil kunnen rekenen op investeringen uit Europa kan op langere termijn bijdragen tot de ontwikkeling van dat continent. Het Fonds dat daartoe wordt opgericht wordt gespijsd met middelen uit het Europese budget en dat van de lidstaten, samen 6,2 miljard euro, maar wil daarmee, net zoals het Junckerfonds, privékapitaal aantrekken. De Commissie rekent op een vertienvoudiging, zodat het fonds uiteindelijk 62 miljard zou genereren. Investeringen in Afrika zijn absoluut noodzakelijk en kunnen inderdaad bijdragen tot de ontwikkeling van dat continent. Maar ze lossen de huidige vluchtelingencrisis niet op.

Op korte termijn moeten de herkomst- en transitlanden steun krijgen. Daartoe wordt het bestaande African Trust Fund versterkt. Maar de middelen die daarin gestort worden, komen nagenoeg allemaal uit de Europese budgetten. De lidstaten hebben weliswaar beloofd hun bijdrage te leveren, maar doen dat niet. Ze blijven roepen dat de opvang buiten de EU moet gebeuren, maar geven niet thuis als ze daar geld voor op tafel moeten leggen. Het wordt de hoogste tijd dat de lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen.

Europese korte-termijnmiddelen moeten prioritair gaan naar humanitaire hulp in de landen van oorsprong en de transitlanden, zoals voedselveiligheid, onderwijs, tewerkstelling en de strijd tegen radicalisering. Mensen wier asielaanvraag geweigerd wordt moeten bijvoorbeeld niet aan hun lot worden overgelaten. Met Europese middelen kunnen er plaatselijk tewerkstellingsprogramma’s ontwikkeld worden. We moeten ook verhinderen dat de nadruk uitsluitend komt te liggen op het weren van vluchtelingen. Europa heeft nog steeds de plicht haar deel te doen in de opvang van vluchtelingen.

Een schoonheidswedstrijd zal het migratiepakket niet winnen, maar dat is niet helemaal op het conto van de Commissie te schrijven. Het ‘knip-en-plakwerk’ blijft het gevolg van de halsstarrige houding van de Europese lidstaten die weigeren solidaire oplossingen te aanvaarden voor het vluchtelingenprobleem. Het Commissievoorstel probeert water en vuur te verzoenen. Oost-Europese lidstaten willen eigenlijk niet van vluchtelingen weten en vinden dat de opvang buiten Europa moet gebeuren. Dit voorstel komt tegemoet aan die eis. Maar uiteindelijk zullen er toch asielzoekers in Europa arriveren en over de Unie verspreid moeten worden. Met dit voorstel tracht de Commissie de Oost-Europese lidstaten mee in de boot van het spreidingsplan te krijgen zoals voorgesteld in de hervorming van het asielsysteem.

Om mensensmokkel tegen te gaan, moet Europa ook werk maken van legale migratie. Ze doet dat ondermeer met een voorstel om het systeem van de blue card te harmoniseren. Dat systeem bestaat al, maar wordt nauwelijks gebruikt. De Commissie maakt het nu iets makkelijker om mensen legaal naar Europa te laten komen, maar houdt wel 27 verschillende blue card systemen in stand, terwijl een doortastend migratiebeleid nood heeft aan één blue card systeem voor de hele Unie. Bovendien beperkt de Commissie het blue card systeem tot hoger opgeleiden, terwijl ook lager opgeleiden kansen moeten krijgen om in heikele knelpuntberoepen aan de slag te gaan.