Lidstaten moeten eindelijk werk maken van effectieve data-uitwisseling

Het Europees parlement heeft in de plenaire vergadering zowel de Passenger Name Record richtlijn als het databeschermingspakket goedgekeurd. Gegevens van luchtvaartpassagiers bijhouden kon voor ons enkel als dat gepaard ging met een degelijke bescherming van de privacy. Problematisch blijft echter dat de lidstaten niet verplicht zijn automatisch gegevens uit te wisselen, waardoor aan het belangrijkste doel van deze anti-terrorismemaatregelen voorbijgeschoten wordt.

In december 2015 al keurde de commissie burgerlijke vrijheden (LIBE) van het parlement het akkoord goed tussen de Commissie en de lidstaten over het verzamelen van gegevens van luchtvaartpassagiers - het zogenaamde PNR - in het kader van de strijd tegen terrorisme. Luchtvaartmaatschappijen moeten de gegevens van hun passagiers overmaken aan de overheden van de 28 lidstaten. Dat zal een impact hebben op het recht op privacy en databescherming. Voor de sociaal-democraten was het daarom noodzakelijk dat de PNR-richtlijn gekoppeld werd aan het databeschermingspakket. Dat is inmiddels gebeurd, zodat wij het geheel konden steunen.  

De gegevens kunnen enkel gebruikt worden in de strijd tegen specifieke zware misdrijven zoals terrorisme, mensenhandel, kinderpornografie, wapenhandel of cybercrime… Gegevens worden zes jaar bijgehouden, maar na 6 maanden worden ze gedepersonaliseerd. 

Nochtans is er ook heel wat kritiek op de directieve. De aanslagen in Brussel en Parijs hebben ons geleerd dat er een groot probleem is met de uitwisseling van gegevens tussen lidstaten. Dergelijke automatische gegevensuitwisseling is cruciaal, maar ze is helaas niet voorzien in de PNR richtlijn. Elke lidstaat verzamelt en analyseert haar eigen gegevens, maar die worden niet automatisch gedeeld met andere lidstaten. Dat kan pas als daarom verkocht wordt in het kader van bijvoorbeeld een terrorisme-onderzoek. In plaats van één Europees PNR-systeem zijn er dus 28 aparte PNR-systeempjes. De directieve kan pas nuttig zijn als er ook een vlotte en efficiënte doorstroming van gegevens plaats vindt. Het verleden heeft ons geleerd dat dat in Europa niet het geval is. Wij roepen de lidstaten dan ook op om eindelijk serieus werk te maken van automatische gegevensuitwisseling. Het is onvoldoende om Europese maatregelen te stemmen zonder de garantie dat die ernstig geïmplementeerd worden door de lidstaten. De Unie moet kunnen beschikken over pan-Europese anti-terrorisme capaciteiten, gegevens zoals voertuigregistratie, vingerafdrukken en DNA-gegevens beter met elkaar uitwisselen en ook veiligheidsdiensten zoals Europol versterken.