Gezamenlijke Europees defensie noodzakelijk, maar geen vrijbrief voor buitensporige uitgaven

De plenaire vergadering van het Europees parlement roept de lidstaten op om nauwer samen te werken inzake Europese defensie. Dat gebeurde vandaag met de stemming van de resolutie over een Europese Defensie Unie en morgen met een gelijkaardige stemming over een ‘Gemeenschappelijk Veiligheids- en DefensieBeleid’. “Het is positief dat we afstappen van een versnipperd en daarom peperduur veiligheidsbeleid van 28 lidstaten en naar gemeenschappelijk Europees veiligheids- en defensiebeleid gaan,” zegt Europees parlementslid Kathleen Van Brempt. “Maar we moeten wel de juiste keuzes maken en geen vrijbrief geven voor een ongebreidelde wapenwedloop.”

“Wat de veiligheid van Europa betreft, mogen we niet naïef zijn,” zegt Van Brempt. “De geopolitieke situatie is radicaal veranderd, Europa wordt geconfronteerd met conflicthaarden in de nabije omgeving, van de Hoorn van Afrika, over het midden-Oosten tot aan de grenzen met Oost-Europa, we kampen met terroristische aanslagen en de mogelijke gevolgen van klimaatverandering kunnen eveneens zorgen voor ernstige spanningen. Die uitdagingen kunnen we niet aan als alle Europese lidstaten een apart defensiebeleid ontwikkelen. De belangrijkste trigger om nu eindelijk werk te maken van een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid is de Brexit geweest, waardoor Europa straks een van zijn belangrijkste krijgsmachten verliest.”

“Daarbovenop komt nu nog de verkiezing van Trump en de isolationistische koers die de VS dreigen te volgen,” zegt Dirk Van der Maelen. “Wij zijn altijd al voor een soort LAT-relatie met de VS geweest,” zegt sp.a defensiespecialist Dirk Van der Maelen. “Wat we samen willen en kunnen doen, doen we samen, maar als we een verschil van mening hebben, moet Europa in staat zijn voor zichzelf op te komen. Onder president Trump is de kans reëel dat we vaker van mening zullen verschillen. Het is dus uiterst belangrijk dat Europa een eigen, gezamenlijk veiligheids- en defensiebeleid ontwikkelt.”

“Het gebrek aan onderlinge samenwerking in de EU kost de Europese burgers vandaag jaarlijks 26,5 miljard euro aan dubbele aankopen, incompatibel militair materieel, overcapaciteit en een gebrek aan gemeenschappelijke aanbestedingen,” zegt Van Brempt. “Dat bedrag zou kunnen oplopen tot 130 miljard, mocht de veiligheidssituatie van Europa in de toekomst verergeren. De lidstaten smijten dus gigantisch veel belastingsgeld door deuren en ramen omdat er niet wordt samengewerkt.” “Een voorbeeld daarvan is de geplande vervanging van de F16’s door de peperdure F35 of de zogenaamde Joint Strike Fighter, wat België tussen de 4 en 6 miljard zal kosten,” zegt Van der Maelen. “Elke lidstaat koopt vandaag andere soorten militair materieel dat niet met elkaar kan communiceren en totaal niet compatibel is. Bovendien is er in Europa een overcapaciteit wat gevechtsvliegtuigen betreft. Met een gezamenlijk Europees defensiebeleid zouden we die toestellen nooit kopen. België zou zich beter richten op de bestaande lacunes in de Europese  defensiecapaciteit, zoals luchttransport bijvoorbeeld,” zegt Van der Maelen. “Europa heeft ook nood aan een eigen capaciteit inzake cyberwar en intelligence. Daar staan we nergens, terwijl we weten dat bijvoorbeeld Rusland zich de afgelopen jaren heeft toegespitst op cyberwar en daarmee zelfs tracht Europa te destabiliseren. Dat betekent dat we ook daarin moeten investeren.”

De resolutie voorziet ook extra Europese investeringen in research ten behoeve van defensie die moeten oplopen tot 500 miljoen euro per jaar. “Als je pleit voor een Europees defensiebeleid moet je uiteraard ook in staat zijn je defensiecapaciteit te ontwikkelen,” zegt Van Brempt. “Maar daar waarschuwen we toch, niet enkel voor het gevaar van een losgeslagen militarisering en voor ongecontroleerde wapenexport, maar ook voor het gevaar dat die budgetten oneigenlijk losgeweekt worden uit andere Europese onderzoeksbudgetten. We moeten duidelijkere keuzes maken waarin we willen investeren én weten waar die middelen vandaan zullen komen. Het is vandaag onduidelijk waar de EU die extra researchmiddelen wil halen. Wij willen absoluut niet dat ze uit de onderzoeksmiddelen van Horizon 2020 komen, want dan neem je geld voor bijvoorbeeld kankeronderzoek weg om te investeren in defensie.”

Dezelfde terughoudendheid moeten we hebben voor de vraag om de defensiebudgetten van de lidstaten op te trekken naar 2 procent van het GDP,” zegt Van der Maelen. “Dat is niet nodig en bovendien onbetaalbaar. Volgens defensieminister Vandeput is zo’n verhoging noodzakelijk om ten minste op het defensieniveau van Rusland te komen. Maar de Europese NAVO-landen geven nu samen al 3,5 keer zoveel geld uit aan defensiemiddelen dan Rusland. Als lidstaten nauwer met elkaar samenwerken en hun defensiebeleid op elkaar afstemmen, kunnen we met de huidige defensiebudgetten een volwaardig Europees defensiebeleid uitbouwen.”