Focussen op investeringen in transitie naar nieuwe, eerlijke en duurzame economie

In een klimaat van toenemende kritiek op de Unie klonk de State of the Union van commissievoorzitter Juncker als een apologie van het Europese project. Dat Juncker focust op positieve en concrete projecten juichen wij toe. In plaats van te vervallen in een collectieve depressie omdat het Verenigd Koninkrijk ons verlaat, moeten we de kracht van de Unie in de verf zetten en dat heeft Juncker ook gedaan. Hoewel Brexit in de reacties op de speech uitgebreid aan bod kwam in het parlementaire halfrond, zei Juncker er zelf niet zo veel over, behalve dat het niet de start is van een ontbindingsproces en dat de Unie helemaal niet in haar voortbestaan bedreigd wordt.

Ik ben blij dat Juncker aangaf vooruitgang te willen boeken in het sociale beleid, met een versterking van de strijd tegen sociale dumping en de uitbouw van een Europese sociale pijler. Het belang daarvan kan nauwelijks onderschat worden. Dat Juncker laat verstaan dat de Unie langzaam afscheid neemt van het vernietigende austeriteitsbeleid van zijn voorganger Barroso is ook hoopvol. Zoals de sociaal-democraten al lang gevraagd hebben, verdubbelt Juncker de middelen van het Europese Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) naar 500 miljard en breidt hij de looptijd uit. Bovendien pleitte Juncker voor een ‘intelligente’ flexibiliteit’ binnen het stabiliteitspact, namelijk een flexibeler begrotingstoezicht voor investeringen.

Erg ontgoochelend was echter dat Juncker met geen woord repte over de noodzaak om die investeringen te focussen op de transitie naar een nieuw, fair en duurzaam economisch model. Juncker had het vaak over wat de Europese jeugd van Europa verwacht; welnu, de transitie naar een duurzame en eerlijke samenleving staat bovenaan hun prioriteitenlijst. De Unie moet daar veel radicaler op inzetten en goede intenties niet steeds verdrinken in korte termijncompromissen. Dat geldt uiteraard niet enkel voor de Unie, maar ook voor de lidstaten. Juncker riep dan ook terecht de lidstaten op om het Klimaatakkoord van Parijs snel te ratificeren, want anders ‘maken wij ons belachelijk in de ogen van de bevolking’.

Voor het eerst beklemtoonde Juncker het belang van Europese waarden en van wat het betekent om Europeaan te zijn: Zestig jaar onafgebroken vrede en een Unie die gebouwd is op vrijheid, democratie en de rechtsstaat, begrippen die in de hele Unie gedeeld worden. Het is belangrijk dat er niet steeds over Europa wordt gesproken als een economisch project, maar dat Europese leiders benadrukken dat het ook en zelfs in eerste instantie een waardenproject is. De European way of life waar Juncker naar verwees, is een reële verbindende factor in de Unie, iets wat Europeanen met elkaar delen als ze zich buiten de Unie bevinden, maar vaak vergeten als ze weer thuis zijn. Het is daarom belangrijk dat Europese leiders ook die dimensie van het Europese project krachtig in de verf zetten.

Junckers State of the Union was een rijkgevulde menukaart, maar een menukaart alleen kan je niet eten; de gerechten zullen ook opgediend moeten worden. De commissie Juncker zit in de helft van de legislatuur en zal dus de komende maanden meer dan een tandje moeten bijsteken om al die beloften waar te maken. Dat zal niet lukken zonder de samenwerking van de lidstaten. Juncker bepleitte de verbindende kracht van de Unie, de Unie als bruggenbouwer en niet als een stok om lidstaten mee te slaan. Maar, zo zei Juncker terecht, het moet nu eindelijk gedaan zijn met het oude liedje dat successen nationaal en mislukkingen Europees zijn. Juncker heeft de lidstaten de hand gereikt, de regeringsleiders moeten die uitgestoken hand nu ook aanvaarden. Ze krijgen daartoe vrijdag de kans op de Europese top in Bratislava.