De Europeanen willen dat Europa méér is dan een economisch project

'Juncker heeft nog twee jaar te gaan alvorens in de geschiedenisboeken terecht te komen als de 'voorzitter van de laatste kans', zoals hij het bij zijn aantreden zelf omschreef', schrijft Kathleen Van Brempt naar aanleiding van de State of the Union van Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker.

Woensdag geeft Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker zijn State of the Union in het Europees parlement in Straatsburg. Die speech, waarin de voorzitter in helikoptervlucht over de Unie cirkelt, is wellicht de laatste alvorens Europa in campagnemodus terecht komt. Juncker heeft nog twee jaar te gaan alvorens in de geschiedenisboeken terecht te komen als de 'voorzitter van de laatste kans', zoals hij het bij zijn aantreden zelf omschreef. Het is verleidelijk om Juncker daar een plaats te geven bij de mindere goden van de Unie, maar dat zou de man en zijn Commissie onrecht aan doen. Zijn voorganger, José Manuel Barroso hoort thuis in de voetnoten van de Unie als vader van een nietsontziende austeriteitspolitiek als antwoord op de financiële en politieke crisis. Hij liet een Unie achter waarvan velen zeiden en sommigen hoopten, dan ze als een kaartenhuis in elkaar zou storten. Maar kijk, de Unie staat nog steeds rechtop.

Wie objectief tracht te kijken naar de toestand waarin de Unie zich vandaag bevindt, kan niet anders dan ook positieve evoluties te zien. Zo lijken we stilaan het tijdperk van de austeriteit achter ons te laten en aandacht te hebben voor de broodnodige investeringen. Dat is ontegensprekelijk de verdienste van commissaris Pierre Moscovici die de austeriteit bijna geruisloos naar de achtergrond verdreef. Inmiddels zijn de economische vooruitzichten in de Unie ook beter en daalt de werkloosheid. Een voorzichtig optimisme - héél voorzichtig - waait over Europa.

Juncker is ook de voorzitter die geconfronteerd werd met een historische gebeurtenis, namelijk een lidstaat die besliste de Unie de rug toe te keren. Dat leverde in de maanden na het Brexit-referendum de voorspelling op dat de dobbelstenen in de hele Unie zouden vallen. Vandaag lijkt het er op dat alleen Groot-Brittannië in vrije val is. Brexit heeft de anti-Europese gevoelens in verschillende lidstaten eerder getemperd dan opgehitst, nu duidelijk is geworden wat de gevolgen zijn van Euroskeptisch populisme.

Dat populisme is er wellicht om nog een hele tijd te blijven. Wie vermoedt dat de rauwe nationalistische stemmen in Europa snel zullen verstommen, maakt zichzelf iets wijs. Maar het is hoopvol dat tijdens lidstaatverkiezingen het merendeel van de Europeanen een centrumpositie innamen, waarmee ze aantoonden dat ze met elkaar willen samenleven en samen werken. 

Heel wat Europeanen beseffen dat de lokroep van extremen die uit zijn op verdeeldheid en polarisatie rechtsreeks leiden naar diepe onzekerheid over de toekomst. De enige zekerheid die het populistisch nationalisme biedt, is dat Europa zal versplinteren tot betekenisloze dwergstaatjes in een wereld waar de machtsverhoudingen radicaal aan het veranderen zijn. In 1900 maakte de Europese bevolking nog 25 pct van de wereldbevolking uit, vandaag nog 6 procent in 2060 nog 4 procent. Geen enkele lidstaat zal dan nog meer dan 1 procent van de wereldbevolking hebben. Die evoluties bevestigen de nood aan eenheid en samenwerking in Europa. L'Union fait La Force, quoi. 

Zichtbare Unie 

Jamaar, zal u zeggen, er is toch nog steeds geen grote liefde tussen de Europeanen en de Europese Unie. Dat klopt, de Europeanen hebben - terecht overigens - veel kritiek op de EU, zoals ze dat trouwens ook op hun lidtstaatregeringen hebben. Je kan dat als een negatief signaal interpreteren, maar net zo goed besluiten dat dit aantoont hoe belangrijk de Unie voor hen is geworden. De Unie is zichtbaar geworden. Ze is verhuisd van de eenkolommers diep in de krant, naar de voorpagina, ze is het voorwerp geworden van acties van burgerbewegingen, ze is in het vizier gekomen van NGO's die zich inmiddels Europees hebben georganiseerd, kortom ze is geëvolueerd van een of ander blauw bord langsheen een natuurreservaat naar het belangrijkste politieke beslissingsniveau op het continent. Dat heeft aanleiding gegeven tot het ontstaan van een Europese publieke opinie en daarmee ook tot de ontluiking van een prille Europese identiteit.

Juncker liet zich ontvallen dat hij zijn State of the Union zou opbouwen rond the thema 'Sailing with the wind!' wat mogelijk een verdoken boodschap is naar de ernstige problemen waarmee de Unie nog steeds kampt. Want de wind blaast uit alle richtingen in Europa. Dat is alvast duidelijk in één van de prangendste problemen die bovenaan het lijstje staat van bezorgdheden van de Europeanen: de vluchtelingen- en migratiecrisis die blijft aanmodderen, zonder uitzicht op duurzame oplossingen. Lidstaten blijven ruziën over het spreidingsplan dat ze zelf hebben goedgekeurd. De omstreden deals met buurlanden als Turkije of Libië zijn op z'n zachts gezegd lapmiddelen die geen langetermijnoplossingen aanreiken. Wat wij van Europa verwachten, is dat de Unie zowel in woorden als daden op een menswaardige manier reageert op migraties en zich engageert om haar eerlijk deel van de inspanningen te doen om vluchtelingen op te vangen én middelen te investeren voor opvang en hulp in de door conflict getroffen regio's.

Keuzemenu 

Er schort nog behoorlijk wat aan de funderingen van de Unie en daarover zal Juncker het woensdag hebben als hij de White Paper over de toekomst van Europa ter sprake brengt. De White Paper is een keuzemenu met vijf gerechten, maar zowat iedereen beseft dat er wellicht een zesde schotel zal geserveerd worden. Ook wat de toekomst van de Unie betreft, waait de wind immers uit alle kanten en een fout manoeuvre kan het schip doen kapseizen. Juncker zal dus behendig met de wind meezeilen.  

Voor ons is het essentieel dat de spil van het zesde scenario bestaat uit een nieuw sociaal contract voor Europa dat de belangen van de Europeanen voorrang geeft op het commercieel winstbejag van de happy few. De Europeanen willen dat Europa méér is dan een economisch project. Europese leiders herhalen graag dat Europa een waardenproject is. Welnu, dan moet een nieuw sociaal contract ook vertrekken van die Europese basiswaarden zoals sociale rechtvaardigheid, democratie en inspraak, solidariteit en duurzaamheid, respect voor de rechtsstaat en fundamentele rechten. Het moet Europese werknemers en consumenten beschermen en radicaal voorrang geven aan het wegwerken van sociale ongelijkheid.

Zo'n contract moet eindelijk komaf maken met de sociale dumping die West-Europese werknemers in bepaalde sectoren de werkloosheid in duwt en Oost-Europese werknemers als slaven behandelt. Wij verwachten eveneens at Juncker tegen het einde van het jaar een plan voorlegt dat alle werkenden in de EU gelijke rechten geeft, wat betekent dat iedereen die werkt, ongeacht zijn of haar statuut, sociale rechten kan opbouwen. Europeanen moeten de Unie kunnen zien als een instelling waarop ze kunnen terugvallen, die basiswaarden écht ter harte neemt en niet als een economische koevoet voor aandeelhouders.

Sociale rechtvaardigheid kan niet bestaan zonder de economische rechtvaardigheid die we moeten terugvinden in een eerlijke fiscaliteit voor vennootschappen en een aanpak van belastingontduiking, - ontwijking én belastingsparadijzen. In onze handelsrelaties en handelsverdragen moeten we vertrekken van het algemeen belang en niet van de belangen van een economische elite. Een positief handelsbeleid staat immers ten dienste van welvaart voor iedereen en zet daarom standaarden die de kwaliteit van producten en diensten verhogen en de arbeidsomstandigheden van de mensen die daaraan werken, verbeteren.

Een zesde scenario zal eveneens de democratische legitimiteit van de Unie moeten versterken, om te beginnen bij een sterke democratische controle op de Eurogroep, die de afgelopen legislaturen haar gang kon gaan en zo een land als Griekenland tot de bedelstaf kon veroordelen. Voorzitters van de Eurogroep - zoals Dijsselbloem - moeten functioneren onder een strakke democratische controle. In de denkoefening over de Europese democratie kan ook het voorstel van de Franse president Macron meegenomen worden, namelijk om een deel van het parlement te laten verkiezen vanop een pan-Europese lijst. De huidige verkozenen vertegenwoordigen immers de bevolking van hun lidstaat. Lidstaten zijn echter al vertegenwoordigd in de beleidsstructuren, namelijk in de Raad. Een nieuwe generatie politici die door alle Europeanen verkozen wordt, kan voor een nieuwe wind zorgen in het parlement. 

Tot slot moet Europa uiterst waakzaam blijven voor de woekerende kiemen van autocratische regimes zoals die in Polen en Hongarije aan de oppervlakte zijn gekomen. De Unie heeft nauwelijks de middelen ter beschikking om kordaat weerwerk te bieden tegen de afbraak van de vrije, democratische rechtsstaat. Ook die barst in de funderingen van de Unie moet dringend aangepakt worden.  

Het werk dat voorligt is dus gigantisch en het scepticisme is groot dat de Junckercommissie deze klus zal klaren. Van Juncker mag echter wel verwacht worden dat hij het schip koers laat zetten naar een toekomst waarin de Unie een belangrijke rol kan blijven spelen op het wereldtoneel en de bakermat kan blijven van een vrije, democratische samenleving die haar bevolking bescherming en welvaart biedt.


Dit opiniestuk verscheen op 11 september 2017 op Knack.be naar aanleiding van de jaarlijkse State of the European Union van Commissievoorzitter Juncker in het Europees Parlement.