​Afscheid van 2015

Volgende week nemen we een aanloop naar de feestdagen. Dan gaan de meesten onder ons er even tussenuit voor een welverdiende vakantie. Dat ga ik ook doen, maar dit jaar met gemengde gevoelens. 

Zeggen dat 2015 een moeilijk jaar is geweest, is een understatement. Het afgelopen jaar was verschrikkelijk. Ik durf zelfs bekennen dat dit het eerste jaar is geweest waarin ik getwijfeld heb aan mijn job. De impact die parlementsleden op het wereldgebeuren hebben, lijkt immers steeds kleiner te worden. Dat ervaren wij niet alleen zelf, dat merken onze kiezers - de mensen die ik met volle overtuiging vertegenwoordig in het Europees parlement - uiteraard ook. Dat fenomeen is niet nieuw; wel nieuw is dat er een brede malaise lijkt te zijn ontstaan over de werking van de democratie. Heel wat mensen hebben - naar mijn aanvoelen zelfs terecht - de indruk dat niet zij centraal staan in de beslissingsprocessen. Het gaat over economie, over banken, over concurrentieposities, over belangen en veel te weinig over mensen. Het is niet eens een louter Europees probleem, ook in de Verenigde Staten is er een diepgeworteld ongenoegen bij de bevolking waarvan gevaarlijke schertsfiguren als Donald Trump profiteren.

Ook in Europa is de opmars van rechts-extremisten, populisten en eurosceptici een feit. In Frankrijk werd nipt de zege van het Front National vermeden. Dat betekent geenszins dat het gevaar geweken is. Het FN teert verder in op bestaande malaises, op ongenoegens die we nooit kunnen wegwerken als we niet daadwerkelijk investeren in een beleid dat de Europese burgers centraal stelt en weer hoop biedt op een betere toekomst. De aanhoudende besparingswoede als antwoord op de financiële crisis blijft er echter voor zorgen dat we nauwelijks kunnen bouwen aan die toekomst.

De werkloosheid in Europa ligt nog steeds dubbel zo hoog dan in de VS en de ongelijkheid neemt toe. Zelfs waar er alternatieve linkse antwoorden werden geformuleerd, zoals in Griekenland en Spanje, lijken die het tij niet te kunnen keren. Daarnaast krijgen burgers voortdurend de boodschap dat ze bedrogen worden. Eerst door de financiële sector, daarna door multinationals die deals hebben afgesloten waardoor ze nauwelijks belastingen moeten betalen, en onlangs weer door autoconstructeurs die hun klanten beduvelen en met de gezondheid van de bevolking spelen. Al die problemen worden weliswaar aangepakt, maar het gaat voor de meeste mensen te traag en te weinig doortastend.

2015 was ook het jaar van de vreselijke aanslagen in Parijs - tot twee maal toe - en de lockdown van Brussel. Dat Europese jihadisme scherpt de wij-zij tegenstellingen in de Unie steeds scherper aan. Daar maken populisten op hun beurt weer graag gebruik van om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Zo ontstaat een vicieuze cirkel waarin rechts-populisme en jihadisme elkaars bondgenoten worden. Ook de vluchtelingencrisis wordt gebruikt en misbruikt om een rechts-conservatieve agenda te dienen en de tegenstellingen op te poken.  De vluchtelingencrisis is wellicht een van de grootste uitdagingen waar de Unie de afgelopen decennia mee geconfronteerd werd. In plaats van solidair en eensgezind het probleem aan te pakken, zagen we een schouwspel waarbij lidstaten elkaar met de vinger wezen en de hete aardappel doorschoven.    De politieke instabiliteit in Europa doet vandaag de grootste verdedigers van het Europese project twijfelen over de houdbaarheid ervan. Toch is ook duidelijk geworden dat nagenoeg elke uitdaging waarmee we in 2015 geconfronteerd werden nooit opgelost kan worden zonder Europese samenwerking. Noch de aanpak van terrorisme, noch de vluchtelingencrisis, noch de financiële crisis, noch de belastingdeals of het Volkswagenschandaal kunnen door landen op hun eentje opgelost worden. Ook dat besef wordt langzaam sterker. Dat Europa in crisis is, doet ons ook inzien hoe belangrijk Europa is. Dat is het niet enkel voor duidelijk grensoverschrijdende thema’s, maar ook voor wat ons dicht op het lijf zit, zoals onze privacy of onze job.

Maar er is niet enkel kommer en kwel. Het jaar sloot af met de Afspraak van Parijs, het resultaat van de Klimaatconferentie in de Franse hoofdstad. Noem me naïef, maar dat akkoord heeft me voldoende energie gegeven om er weer helemaal voor te gaan. Op nauwelijks twee weken tijd zijn alle landen van de wereld er samen in geslaagd om tot een akkoord te komen. Dat is in de geschiedenis van de mensheid nooit gezien. Het akkoord mag lang niet perfect zijn, het is wel een keerpunt in de manier waarop we met de klimaatopwarming omgaan en misschien zelfs waarop we geopolitiek met elkaar omgaan. De klimaatsverandering toont aan dat we van elkaar afhankelijk zijn en dat samenwerking noodzakelijk is. Wat op kleinere schaal voor de Europese Unie geldt, geldt ook voor de wereld. Europa heeft in dat proces het voortouw genomen en daar mag elke Europeaan best trots op zijn. Parijs is geen eindpunt, het moet de start zijn van een politiek die bekommernis toont voor mensen, hun omgeving en de manier waarop ze in de toekomst zullen werken en samenwerken. Ik hoop alvast dat we de positieve ingesteldheid van Parijs in 2016 gebruiken om op al die andere domeinen vooruitgang te boeken. Dan denk ik in het bijzonder aan tewerkstelling en sociale bescherming in Europa.

Mag ik jullie tot slot fijne eindejaarsfeesten wensen en een gelukkig nieuw jaar waarin het minder over ‘wij en zij’ maar meer over ‘samen’ kan gaan.