Vette Vissendag viel op 6 januari

 De Nederlandse journalist en antropoloog Joris Luyendijk, bekend van zijn bankenblog voor de Britse krant The Guardian, gaf donderdag 13 februari in Antwerpen op uitnodiging van Europees parlementslid Kathleen Van Brempt, een lezing over de financiële crisis en de rol die de banken daarin speelden. In haar slotwoord doorprikte Van Brempt het populistische discours dat gevoerd wordt rond banken en belastingen. Ze riep op om jaarlijks, naar analogie van de Tax Freedom Day, de Vette Vissendag te herdenken, de dag waarop top CEO’s het jaarsalaris van een doorsnee burger verdiend hebben.

We zijn nu zeven jaar na het uitbarsten van de financiële crisis. Volgens journalist en antropoloog Joris Luyendijk, die drie jaar lang blogde over de banken, is er in die periode nauwelijks iets veranderd in de financiële sector. Het is gewoon een kwestie van tijd alvorens een nieuwe crisis uitbreekt.
Klopt het dat er nauwelijks iets is veranderd en dat de graaicultuur slechts even is ondergedoken om opnieuw terrein te veroveren?

Als we de Sunday Times mogen geloven, omzeilen bankiers nu al de nieuwe en striktere regels die de Europese Unie heeft uitgevaardigd om het vertrouwen in de financiële sector te herstellen. Een van die regels had betrekking op de excessieve bonussen van topbankiers. Die konden tot 10 keer hun jaarsalaris bedragen. In 2007 en 2008 - toen de crisis uitbrak - kregen ze samen nog bijna 22 miljard aan bonussen. Dat was bijna drie keer zoveel dan in 2001. Die bonussen bleven ze opstrijken, ook lang na de start van de financiële crisis. In 2011 kregen Britse bankiers samen nog steeds bijna 15 miljard euro aan bonussen. Dat deed critici verklaren dat bankiers in een “parallel universum leven.”

De Europese politiek greep in. Ze beperkte vorig jaar - onder hevig protest van de bankenlobby - de bankiersbonussen tot maximaal één jaarsalaris. In uitzonderlijke gevallen kon dat oplopen tot twee jaarsalarissen. Maar eind januari raakte bekend dat bankiers er alweer in slagen om via achterpoortjes tot acht keer hun jaarsalaris extra op te strijken.
Weet je hoe ze dat doen? Ze krijgen nu geen megabonus op het einde van het jaar, ze krijgen maandelijkse ‘toelagen’. Volgens het accountantbureau PricewaterhouseCoopers zal een ‘overweldigende meerderheid’ van de banken dat systeem dit jaar toepassen.

We kennen PricewaterhouseCoopers. Dat is ook het bureau dat jaarlijks de Tax Freedom Day berekent, de dag waarop je als gewone burger zogenaamd ‘voor jezelf’ begint te werken. Die dag valt in ons land ongeveer rond het midden van de maand juni. PricewaterhouseCoopers probeert met Tax Freedom Day het debat over de belastingdruk aan te zwengelen. De onderliggende boodschap is duidelijk. Burgers hebben maar liefst 5 maanden gratis moeten werken voor een inhalige staat. Wat die overheid daarvoor in ruil geeft, wordt uiteraard verzwegen. Dat maar liefst 91 procent van al die belastingen terug vloeien naar de burgers in de vorm van infrastructuurwerken, dienstverlening, onderwijs, sociale zekerheid, gezondheidszorg… is voor de Tax Freedom Day-jongens een bijkomstigheid die nauwelijks aandacht verdient.

Het gaat om een typische neoliberale framing die de aandacht moet afleiden van de echte problemen in de samenleving. Ze wordt graag gebruikt door partijen die het mes willen zetten in onze sociale zekerheid.
Zo laat Bart De Wever tijdens toespraken de zaal raden wanneer Tax Freedom Day valt. Zo kan het publiek zelf tot de conclusie komen dat het zwaar bestolen wordt door ‘de belastingsregering Di Rupo’.

In maart 2007, vier maanden voor de start van de financiële crisis, verduidelijkte De Wever in een opiniestuk in De Morgen nog dat het typisch is voor socialisten om alle schuld bij de banken te leggen. (Tussen haakjes: we hadden gelijk om de schuld bij de banken te leggen.) De Wever verduidelijkte zelfs waar je de echte schuldigen moest zoeken. Ik citeer hem: het is “de verantwoordelijkheid van de mensen die onverantwoorde leningen aangaan.”

Als we echt willen begrijpen waarom we de financiële sector niet onder controle krijgen, moeten we kijken naar dit soort politici. Je vindt ze in heel Europa terug. Ze spreken voor het volk, maar ze rijden voor héél andere belangen.
Ze slagen er in te verkondigen dat de bankencrisis de schuld is van de kleine belegger die maar beter had moeten opletten. Vervolgens maken ze diezelfde kleine belegger wijs dat hij door de staat bestolen wordt door hem jaarlijks de Tax Freedom Day onder de neus te wrijven.

Het zijn dezelfde politici die alle heil zien in een totaal vrije markt, die ook politiek op de rem gaan staan als er manifeste misstanden moeten bestreden worden, die twijfel zaaien over de klimaatopwarming, die schaliegas een goede zaak vinden, die het profitariaat vooral zien bij de zwaksten in de samenleving maar nooit bij de toplagen, die een minimumloon verwerpen; die nooit een eerlijke fiscaliteit nastreven, alleen maar een lagere fiscaliteit; die zeggen dat iedereen gelijk is, maar stiekem denken dat sommigen gelijker zijn en daar ook naar handelen.

Nee, het klopt niet dat er al geen pogingen ondernomen zijn om het bancaire systeem aan te pakken. Zowel de Europese Unie als de lidstaten zijn de afgelopen jaren bijzonder druk in de weer geweest met de banken. Wat wel juist is, is dat de financiële sector niet streng genoeg werd aangepakt en dat er onder druk van de lobby en met de steun van diezelfde politici, bewust allerlei achterpoortjes werden en worden open gehouden. 

Wat ook juist is, is dat zelden het systeem zelf in vraag wordt gesteld. Een echte hertekening van de financiële sector zou betekenen dat we er voor zorgen dat ze ten dienste staat van de samenleving, van mensen die er hun spaarcenten aan toevertrouwen, van KMO’s die willen lenen om te kunnen investeren, kortom van de echte economie die er is voor alle burgers en niet van de macht- en geldhonger van grote belangengroepen.

De kruik gaat zolang te water tot ze barst. Daarom heb ik toch goede hoop voor de progressieve beweging.
Wij staan voor een samenleving die herverdelend werkt en daarom solidariteit als hoeksteen heeft. Solidariteit oordeelt niet over afkomst, huidskleur, status, geslacht, seksuele voorkeur… maar behandelt iedereen gelijk. Wie pech heeft - of het nu met de gezondheid is dan wel met het werk - garanderen we samen een veilig vangnet. Omdat we dat menselijk vinden, én omdat we weten dat, als wij zelf ooit pech hebben, het vangnet er ook voor ons zal zijn.

Dat soort vangnetten moeten we ook hebben in de financiële sector, solidaire systemen die banken in nood recht kunnen houden of ze - als dat nodig is - kunnen ontmantelen, zonder dat daarvoor in de portefeuille van de belastingbetaler moet gegraaid worden. Een solidair Europees systeem dat landen die door de crisis getroffen zijn, zoals Griekenland, wat ademruimte kan geven, zodat de Grieken terug rechtop kunnen krabbelen; een solidair systeem om spaarders, die getroffen worden door een crisis, veilig te stellen.

Wees maar zeker dat de politici die in Europa weigeren om in de financiële sector solidaire systemen in te bouwen, tot dezelfde partijen behoren die in de lidstaten de sociale zekerheid willen afbouwen.
Wie beweert dat links en rechts niet meer bestaat, dwaalt. Dat is wat rechts ons graag wil laten geloven. Er bestaan wel degelijk linkse alternatieven voor het soberheidsbeleid van de Europese Commissie. Maar ze bekken minder goed dan het angstdiscours van rechts.

Misschien moeten wij ook maar eens op zoek naar een links discours dat voor smakelijke krantenkoppen kan zorgen. Wat denk je van de introductie van de jaarlijkse Vette Vissendag.
Dat is mijn vrije vertaling van wat in het Engels Fat Cat Wednesday heet, de dag waarop bedrijfsleiders het loon hebben verdiend waarvoor een gewone burger een heel jaar moet werken.

Op welke dag valt Vette Vissendag?

Op welke dag zou de gemiddelde topbedrijfsleider het jaarloon van een gewone werknemer verdiend hebben? Volgens de onafhankelijke denktank High Pay Centre viel die dit jaar op de eerste maandag van januari. Dat was op 6 januari!

High Pay Centre berekende dat Britse top CEO’s vorig jaar gemiddeld ongeveer 5,2 miljoen euro verdienden. Je hoort daar de politici die megabonussen blijven verdedigen nooit over spreken.
Ze spreken wel over het grote succes van de mini-jobs in Duitsland, waar mensen aan 8 euro of zelfs 5 euro per uur werken. Mocht ik nu populistisch willen zijn, zou ik aan de zaal vragen hoe lang een Britse bedrijfsleider moet werken om het uurloon van een Duitse mini-jobber te krijgen…. Maar ik ben dat niet, dus zeg ik het meteen: 15 seconden.

Als men ons straks weer om ons hoofd zeurt met Tax Freedom Day, dan kunnen we antwoorden met Vette Vissendag.
We kunnen er eens mee lachen, maar in werkelijkheid staan we voor een zeer ernstige uitdaging. We weten heel goed wat de uitdagingen van de toekomst zijn:
Hoe voeden we al die monden?
Hoe zorgen we dat we voor iedereen zuiver water hebben?
Hoe versterken we ons sociaal systeem en passen we het aan een globaliserende wereld aan?
Hoe pakken we de armoede aan?
Hoe zorgen we ervoor dat gezondheidszorg van de hoogste kwaliteit voor iedereen beschikbaar blijft.
Hoe garanderen we pensioenen in een vergrijzend continent?
Hoe helpen we die miljoenen jongeren in Europa aan een job zodat ze niet als een verloren generatie achter blijven?
Hoe zorgen we voor de noodzakelijke omslag naar hernieuwbare energie?
Hoe bestrijden we de klimaatopwarming?
Hoe gaan we met migratie om en hoe gaan we samenleven met al die verschillende culturen?…

De lijst is lang, maar de lijst is wel gekend.
Wat nog niet helemaal duidelijk is, is hoe we het zullen oplossen. Daar zullen keuzes moeten gemaakt worden. Die keuzes zullen - hoe je ook draait of keert - rechts of links zijn.

En let maar op, rechts zal een wij-tegen-zij verhaal voeren, links zal een samen-verhaal voeren. Het zal gaan over specifieke belangen tegenover het algemeen belang. Het zal gaan over there-is-no-alternative, tegenover er-is-wel-degelijk-een-alternatief. Het zal gaan over schrik hebben voor de toekomst of hoopvol aan de toekomst werken.

Ik weet dat veel mensen ontgoocheld zijn in partijpolitiek. Dat is voor ons, politici, een grote uitdaging. Ik hoor vaak vertellen dat wij er niet in slagen om de problemen op te lossen. En dat is ook zo. We lossen er heel wat op, maar we lossen er heel veel ook niet op. Het zelfzuchtige bancaire systeem hebben we nog niet naar behoren opgelost. Om dingen te veranderen, moeten politieke groepen een sterk mandaat krijgen. Zoniet krijg je halfslachtige oplossingen. En die zorgen voor ontgoochelingen bij de bevolking.

Keuzes maken wordt straks erg belangrijk, omdat de volgende legislatuur - en wellicht de komende legislaturen - enorm belangrijk zullen zijn om de uitdagingen van de toekomst aan te pakken. Er zijn problemen die we dringend moeten oplossen. Dat is bijvoorbeeld niet de splitsing van België, maar wel de splitsing van de banken. Het gaat dus om keuzes maken. Uiteindelijk zal het gaan over een keuze tussen progressief en conservatief.

De keynote speech van Joris Luyendijk wordt integraal in lus uitgezonden door Actua TV vanaf vrijdag 14 februari om 18 uur tot zaterdag 15 februari om 13 uur.