​Magnette had gelijk met zijn kritiek op CETA

Het Europees Hof van Justitie heeft in een belangrijk arrest verduidelijkt dat de befaamde investeerder-staat geschillenregelingen, zoals die in TTIP, CETA en het handelsverdrag met Singapore voorkomen, geen exclusieve Europese bevoegdheid zijn. Paul Magnette had dus gelijk toe hij stelde dat lidstaatparlementen en regionale parlementen hun zeg moeten kunnen doen.

Het arrest van het Hof heeft weliswaar betrekking op het handelsakkoord met Singapore, maar is ook van toepassing op alle handelsakkoorden die de Europese Unie afsluit. Het moet dus ook gelden voor post-Brexitakkoorden die de Unie afsluit met het Verenigd Koninkrijk. Het arrest volgt de eerdere conclusies van het Duitse grondwettelijk Hof dat stelde dat geschillenbeslechting tussen bedrijven en overheden in strijd zijn met de democratische legitimiteit en het principe van de rechtsstaat omdat het de democratische besluitvorming kan inperken. Essentieel in handelsakkoorden is dat democratische beslissingen in een lidstaat niet van tafel geveegd kunnen worden door multinationals via schimmige privé tribunalen.

Voor sp.a zijn dergelijke tribunalen niet eens nodig in handelsakkoorden. De beslechting van geschillen over investeringen kunnen door gewone rechtbanken behandeld worden. Het Internationaal Congres van sp.a van volgende zondag zal dan ook duidelijk stellen dat wij die zogenaamde investeringsbescherming uit de handelsverdragen van de toekomst willen halen. Handelsverdragen moeten immers niet enkel een louter economische logica volgen, maar eveneens de Europese sociale en milieunormen beschermen én uitdragen. Dit  arrest is een eerste stap om handelsbeleid terug onder politieke controle te brengen, weg van de multinationals. Aparte ad hoc investeringstribunalen zoals we die vandaag zien in de vorm van ISDS of ICS, die multinationals een extra optie geven om overheden aan te klagen, bedreigen voortdurend die strenge Europese normen.