Bezwaren ISDS deels gehoord maar belangrijkste pijnpunten blijven

In het handelsakkoord tussen de EU en Canada (CETA) zal er geen sprake meer zijn van een klassieke ISDS-procedure, maar zullen geschillen tussen bedrijven en landen beslecht worden voor een tribunaal met op voorhand aangestelde ad-hoc rechters. De Commissie heeft weliswaar rekening gehouden met een aantal bezwaren van het Europees parlement, maar belangrijke pijnpunten, zoals de afdwingbaarheid van Europese sociale- en milieustandaarden en liberalisering van publieke diensten, blijven bestaan.

Het bilaterale economisch- en handelsakkoord tussen de EU en Canada (CETA) zal in juni voorgelegd worden aan de Europese lidstaten en aan het Europees parlement, dat er zich voor het einde van het jaar over moet uitspreken. Een van de belangrijkste breekpunten voor ons was het investor-state dispute resolution system (ISDS), dat als een soort private rechtbank kon optreden bij conflicten tussen bedrijven en landen.    

De bevoegde commissaris Cecilia Malmström maakte vandaag bekend dat het ISDS-systeem vervangen zal worden door een permanent tribunaal. Hoewel we de details nog moeten onderzoeken, lijkt het er op dat de Commissie komaf heeft gemaakt met de private ad hoc arbitrage van het ISDS-systeem. Er komt een permanent tribunaal, bestaande uit een pool van op voorhand aangewezen rechters die aan een strikte gedragscode gebonden zijn. Ze zullen bijvoorbeeld niet als advocaat kunnen optreden voor privé-bedrijven.    

Toch blijft Van Brempt kritisch. In tegenstelling tot wat eerder werd beloofd, is er geen sprake van een echte publieke rechtbank waarin rechters full-time zetelen en betaald worden door overheden, in dit geval de EU en Canada. Het zou beter zijn mocht dat wel het geval zijn, omdat dat de onafhankelijkheid van de rechters zou garanderen.   

Wel positief is dat er nu een beroepsprocedure wordt voorzien én dat het recht van landen om te reguleren versterkt werd. Maar een aantal andere bezwaren rond CETA in het algemeen werd niet aangepakt. Zo blijven de Europese standaarden inzake sociale en milieurechten niet afdwingbaar en riskeren sommige overheidsdiensten nog altijd volledig open te staan voor concurrentie van Canadese dienstenbedrijven. Het CETA verdrag voorziet immers in negatieve lijsten, zeg maar opsommingen van overheidsdiensten die niet open mogen staan voor concurrentie van Canadese operatoren. In België is er bijvoorbeeld twijfel over of onze mutualiteiten al dan niet uitgesloten zijn.  Ik blijf dus erg op mijn hoede. In de komende weken moeten we nauwlettend de voorstellen van de Commissie analyseren.