Europa moet haar film- en muziekindustrie beschermen

In juni start Europees Commissaris Karel De Gucht met de Verenigde Staten de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord. Dat moet de handel tussen beide economische wereldmachten vergemakkelijken. De Gucht weigert echter de zogenaamde audiovisuele sector - zeg maar de Europese muziek- en filmindustrie - uit te sluiten van die onderhandelingen. Wij willen dat de eigenheid van de Europese film en muziek beschermd wordt. Voor Amerikanen mag cultuur dan al commercie zijn, voor ons is het dat niet. Het parlement stemt morgen een resolutie over de vrijhandelsakkoorden.

De Verenigde Staten en de Europese Unie staan samen in voor zowat eenderde van de totale wereldhandel en genereren de helft van het BNP in de wereld. De nakende onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord willen de handel tussen de VS en de EU nog vereenvoudigen, maar beide partijen wensen wel specifieke domeinen af te schermen. Zo ligt consumentenbescherming gevoeliger in Europa dan in de VS, waar bijvoorbeeld met hormonen behandeld vlees en GGO’s minder gereguleerd zijn. Ook de audiovisuele sector ligt gevoelig in Europa, omwille van het culturele karakter van die sector. Zowel de taaldiversiteit, als de locale culturele identiteit die bijvoorbeeld terug te vinden is in de Europese film, wordt binnen de Unie beschermd en ondersteund. Die bescherming vindt haar grondslag in de EU-verdragen die stellen dat de Unie de rijke culturele en linguïstische diversiteit zal respecteren en er voor zal zorgen dat het cultureel erfgoed van Europa gevrijwaard én bevorderd wordt. De lidstaten hebben de vrijheid te bepalen hoe ze dat cultureel erfgoed willen beschermen.
 
Over het principe dat het karakter van de Europese audiovisuele sector moet beschermd worden, bestaat een brede consensus in het Europees parlement. Verschillende Europese lidstaten, waaronder België, willen daarom dat audiovisuele diensten uit de onderhandelingen worden getild. Dat wordt ook gevraagd in de resolutie van het Europees parlement, maar het is nog onduidelijk of die eis een meerderheid zal vinden in de plenaire vergadering.
 
In de VS liggen de gevoeligheden inzake audiovisuele diensten heel anders. De Amerikaanse film en muziekindustrie is nauwelijks gesubsidieerd en voor de Amerikanen is het dan ook een gewone commerciële dienstverlening. De Amerikaanse film is wereldwijd een commercieel succes. In 2011 was 61 procent van de in Europa getoonde films van Amerikaanse makelij. Een groot aantal Europese lidstaten vreest nu dat door de wijzigingen in het technologielandschap Europa overspoeld zal worden met nagenoeg uitsluitend Amerikaanse producties. Vandaag bestaan er in heel wat landen quota voor Europese muziek- en filmproducties, onder meer in in Frankrijk, maar ook in ons land. Zo moet de VRT 65 procent Vlaamse producties of co-producties uitzenden op televisie. Op de radio bestaat 25 procent van de muziektijd uit Vlaamse producties. Die bescherming heeft louter betrekking op de oude technologieën en distributiekanalen, zoals televisie en radio. Maar muziek en film worden steeds vaker via online diensten aangeboden en daarvoor bestaat er nog geen regeling. Zo biedt de Amerikaanse provider Netflix online streamingdiensten aan voor films in Amerika, maar ook al in sommige Europese lidstaten. De catalogus bestaat nagenoeg uitsluitend uit Amerikaanse producties. In 2012 had Netflix al 27,1 miljoen abonnees in de VS en 29,4 miljoen wereldwijd.
Om de Europese audiovisuele sector te beschermen, willen wij dat die sector geen deel uitmaakt van de onderhandelingen. De Europese Commissie zou beter een regeling uitwerken die er voor zorgt dat ook nieuwe technologieën en distributiekanalen onder de regeling vallen die de Europese audiovisuele sector beschermt.