Sociaal-democraten sturen voorstel Commissie over hormoonverstoorders terug naar af

De Europese sociaaldemocraten (S&D) hebben in de plenaire vergadering van het Europees parlement een overwinning geboekt voor de volksgezondheid van de Europese burgers, ondanks sterke tegenkanting van conservatieve parlementsleden en de pesticide-lobby. Het voorstel van de Europese Commissie over hormoonverstoorders, dat een aantal uitzonderingen bevatte voor schadelijke pesticiden werd immers verworpen. Dat betekent dat de Commissie haar huiswerk opnieuw moet maken. 

Hormoonverstoorders zijn stoffen die invloed hebben op de menselijke hormoonhuishouding. Iedereen komt ermee in aanraking via producten zoals voedselverpakkingen, kleding, cosmetica of speelgoed. Al ruim twee decennia worden ze in verband gebracht met allerlei aandoeningen zoals onvruchtbaarheid, kanker, obesitas, genitale misvormingen, vervroegde puberteit, diabetes, hart- en longziektes, gedragsstoornissen en een ontregeld immuunsysteem. In 1998 al vroeg het Europees parlement om het gebruik van deze chemische stoffen te regelen. Verschillende EU wetgevingen regelen weliswaar het gebruik van hormoonverstoorders in theorie, maar omdat er geen definitie bestond van wat hormoonverstoorders nu precies zijn, schoten deze wetgevingen tekort. Pas nu, twintig jaar later, komt de Commissie met een voorstel dat bepaalt welke stoffen als hormoonverstoorders kunnen beschouwd worden. Het Hof van Justitie veroordeelde de Europese Commissie zelfs omdat ze er maar niet in slaagde hormoonverstoorders te regelen. 

In het voorstel waarover de lidstaten en de Europese commissie op 4 juli een akkoord bereikten, werden er ondermeer grenswaarden vastgelegd waarboven bepaalde stoffen als schadelijk voor de gezondheid kunnen beschouwd worden, maar die grenswaarden liggen onaanvaardbaar hoog. Zweden en Denemarken stemden in de Raad tegen het voorstel van de Commissie, maar onder druk van Frankrijk werd het voorstel alsnog aanvaard. 

Het voorstel houdt geen rekening met het zogenaamde voorzorgsbeginsel, omdat hormoonverstoring onomstotelijk ‘bewezen’ moet zijn, wat wetenschappelijke studies uitsluit die aangeven dat bepaalde stoffen ‘vermoedelijk’ hormoonverstorend zijn. In geval van twijfel zou het voorzorgsprincipe moeten gelden, terwijl dat in het voorstel van de Commissie niet het geval is.” 

Bovendien richt het voorstel zich ook enkel op hormoonverstoorders in pesticiden en biociden, terwijl ze ook aanwezig zijn in producten die we dagelijks gebruiken. Het voorstel is dus te beperkt om het probleem van hormoonverstoorders te kunnen aanpakken. Wij dringen er dan ook bij de Commissie op aan dat ze zo snel mogelijk horizontale criteria uitwerkt die hormoonverstoorders in andere producten dan pesticiden en biociden vatten.

Zelfs in dat beperkte domein van pesticiden en biociden is de chemische lobby er in geslaagd uitzonderingen te verkrijgen voor stoffen die doelbewust ingrijpen op de hormoonwerking bij insecten. Die stoffen werken echter ook in op de hormoonhuishouding van mensen. 

Bovendien overschrijdt de Commissie met die uitzonderingsmaatregel haar bevoegdheden, zoals ook bevestigd werd door de juridische dienst van het Europees parlement op 15 september. De uitzonderingsregel is dus een illegaal achterpoortje om de chemische industrie ter wille te zijn. In het nieuwe voorstel dat we van de Commissie verwachten kan er geen sprake meer zijn van dergelijke uitzonderingsmaatregelen.