Scheidingsretoriek in Europa

België ontmantelen blijft nog steeds een belangrijke politieke discussie maar het is, zoals de Vooruitgroep DM 11/1) en andere critici reeds opmerkten, niet duidelijk hoe separatisten dat precies willen doen. Een niet onbelangrijk detail dat in de discussie vaak over het hoofd wordt gezien, is de positie die eventueel nieuwe landen binnen de Europese Unie zullen innemen. Tot voor kort was die vraag louter spielerei voor academici, maar nu de separatistische bewegingen heel in Europa zichtbaarder worden, is het zinvol om vanuit Europees perspectief het separatisme onder de loep te nemen.

Op 15 oktober, de dag na de Belgische gemeenteraadsverkiezingen, verklaarde de Europese Commissie dat ze geen commentaar wilde leveren op een mogelijk lidmaatschap van nieuwe landen. Die reactie was het directe gevolg van onze gemeenteraadsverkiezingen, maar refereerde ook aan gelijkaardige evoluties in Schotland en Catalonië. Pas als er een duidelijk en concreet scenario voor een eventuele boedelscheiding van lidstaten op tafel ligt, wil de Commissie zich uitspreken over de wettelijke consequenties en de procedures voor lidmaatschap. Gesteld uiteraard dat nieuwe landen lid willen worden van de EU. Dat is voor Schotland, dat in 2014 een referendum plant over een afscheiding van het Verenigd Koninkrijk, bijvoorbeeld niet eens duidelijk.
 
De afwachtende houding van de Commissie heeft te maken met het feit dat de EU-verdragen geen rekening hebben gehouden met mogelijke splitsingen van staten. Er is dus eigenlijk niets voorzien. In november nog verklaarde Commissievoorzitter Barroso naar aanleiding van het Schotse referendum dat nieuwe staten de gewone procedure moeten volgen en dus het tijdrovende proces van de aanvraag van lidmaatschap moeten doorlopen. De Catalaanse leider Artur Mas zei in november dat het onlogisch zou zijn om het rijke, pro-Europese Catalonië niet automatisch te aanvaarden als EU-lid. Tot op heden is een automatisch lidmaatschap echter geen optie.
 
Er is slechts één precedent van een lidstaat die opgedeeld werd, namelijk toen Groenland zich afsplitste van Denemarken. Groenland is nu geen lid meer van de EU. De scheiding van Tsjechoslovakije gebeurde vòòr de beide nieuwe staten lid werden van de EU. België, Spanje en het Verenigd Koninkrijk dreigen nog ingewikkelder te worden, omdat in het geval van scheiding de zogenaamde rompstaten blijven bestaan en ook gewoon EU-lid blijven, terwijl de afgescheurde regio's - Vlaanderen, Catalonië en Schotland - internationaalrechterlijk totaal nieuwe staten zouden worden.
 
Er leeft dus ook op het Europese niveau nogal wat verwarring over de separatistische bewegingen al was het maar omdat ze ook een invloed hebben op de toekomst van Europa zelf. De Europese crisis heeft immers de zwakke plekken van de Europese architectuur bloot gelegd. Want naast de nationalistische bewegingen die azen op een boedelscheiding, is er in de pers heel wat debat geweest over het uiteenvallen van de Unie zelf. Maandenlang heeft een mogelijke Grexit de debatten gedomineerd. Pessimisten zagen de Unie zelfs uiteen vallen in een noordelijk en een zuidelijk deel.
 
In Brussel hebben ze inmiddels begrepen dat die scheidingsretoriek heel wat minder voeten in de aarde had dan gevreesd. De politieke geesten in Europa rijpen in een heel andere richting, namelijk naar een grotere Europese integratie met een intensere samenwerking tussen de lidstaten. De Europese politieke dynamiek staat dus haaks op het separatisme dat nationalisten nastreven. De nationalistische bewegingen kunnen trouwens ook iets leren uit de Europese crisis. Die legde immers ongeveer dezelfde afgunstmechanismen bloot die een rol spelen bij nationalisten: rijke regio's willen niet meer betalen voor armere regio's. Het Grexit-scenario was een poging van rijke lidstaten om het arme Griekenland uit de Unie te kegelen. Hetzelfde gold voor de fantaisistische scheiding van noord en zuid-Europa: het rijke noorden tégen het arme zuiden. Europese politieke leiders hebben inmiddels begrepen dat een scheiding wellicht iedereen armer zal maken. Die rijk-arm tegenstelling speelt ook in België. Nationalisten verzwijgen dat het Belgische solidariteitsmechanisme, dat de middelen verdeelt tussen een rijker en een armer deel, uiteraard ook op Europees niveau spelen. Het rijke Vlaanderen of het rijke Catalonië zullen ook solidair moeten zijn met armere regio's in Europa.
 
In Europa is het besef gerezen dat de Unie wel wat andere katten te geselen heeft dan de afbraak van de solidariteit in een institutioneel avontuur waarvan niemand de uitkomst kent. Dat wil niet zeggen dat Europa in de toekomst niet meer aandacht zal hebben voor lokale entiteiten binnen de Unie, maar dat zullen alvast niet de hypothetische nieuwe staatjes zijn, maar de Europese steden. Daar concentreren zich de uitdagingen voor de Unie: werkloosheid, economische crisis, energie- en voedselproblematiek, migratie... De toekomst van de Unie ligt in het netwerk van Europese steden en in de manier waarop zij zich zullen ontwikkelen. Een nationalistische visie op die ontwikkeling hebben we alvast nog niet gehoord.