Op weg naar een Europese publieke sfeer met een Europese webkrant

Europa is de ver-van-mijn-bed-show, dat hoor je vaak. De belangstelling voor de Europese verkiezingen is beperkt. ‘Hoe komt dat toch?', was een van de ‘verkiezingsvragen' die De Standaard me stelde. Er zijn allicht verschillende redenen.
De Unie is de afgelopen jaren vooral in het nieuws gekomen met de uitbreiding, en dat ‘grote Europa' zorgde toch wel voor ongerustheid. Vooral omdat uitbreiding vooral een economisch verhaal is geweest. Die focus op economie heeft er voor gezorgd dat de Unie gepercipieerd werd als een instelling die met ‘de bedrijven' is bezig geweest en niet met het welzijn van haar eigen burgers. Daarbovenop komt dat het Europese verhaal van de ‘open markt' vooral een neoliberaal verhaal was, waarvan we nu de griezelige gevolgen zien. Combineer dat met een uitermate zwakke commissie, onder voorzitterschap van José Manuel Barroso, die niet in staat is geweest krachtig te reageren op de crisis, en je krijgt een ‘vaag' Europa dat weinig enthousiasme kan opwekken. Dat is ook de reden waarop de Europese socialisten vandaag zo hameren op grotere Europese integratie die eindelijk werk maakt van een sociaal beleid.
De Europeanen weten echter duivels goed dat de crisis enkel Europees kan opgelost worden. Tussen de 80 en 90 procent van de Europeanen is bezorgd over de crisis, maar een meerderheid zegt dat de lidstaten de crisis enkel individueel hebben aangepakt. Nochtans vindt 61 procent van de Europeanen dat een gecoördineerde Europese aanpak de Europeanen beter zou beschermd hebben tegen de crisis. Zo'n 7 op de 10 Europeanen vindt dat er een sterker Europees beleid moet komen in die gevallen waar overheidsgeld wordt gebruikt om financiële instellingen te redden en als het gaat over het toezicht op de activiteiten van grote financiële groepen. Die belangstelling voor Europa vertaalt zich ook in een stijging van het aantal Europeanen dat zegt te zullen gaan stemmen voor het Europese parlement. In de meeste Europese landen is er geen stemplicht. Waar een maand geleden nog een minderheid (34 procent) van de Europeanen verklaarde te zullen gaan stemmen, is dat nu omgedraaid. De helft van de Europeanen zegt nu naar de stembus te zullen trekken.

Opvallend in al deze peilingen is dat ze grote verschillen tonen tussen de lidstaten onderling. Waar de Europese verkiezingen samenvallen met nationale verkiezingen, is de belangstelling groter. In de oude lidstaten is de belangstelling eveneens groter dan in de nieuwe lidstaten in Oost-Europa. De ‘nationale' reflex is bij Europese burgers nog zeer groot. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat mensen hun lokale kranten en tv-zenders raadplegen als ze geïnformeerd willen blijven. En die media zijn zelden geïnteresseerd in Europees beleid, of zelfs in het nationale beleid van de andere lidstaten. Een van de grote Europese handicaps is ‘taal'. Of zoals Umberto Eco het ooit stelde, "de taal van Europa is vertalen". Het is inderdaad lastig om elkaar goed te leren kennen als je samen 23 officiële talen spreekt. Europa beschikt evenmin over een transnationaal medium dat geïnteresseerde Europeanen kunnen raadplegen.
Europaredacteur Marc Leijdekker van NRC Handelblad schreef onlangs: "Er bestaat geen krant die zowel door Italianen als door Tsjechen wordt gelezen, geen enkele website waar zowel Spanjaarden als Zweden hun nieuws kunnen vinden, geen televisieprogramma dat in elke Europese huiskamer om 8 uur wordt uitgezonden". Maar daar komt nu verandering in.

De Europese commissie heeft op 26 mei een initiatief gelanceerd dat dat euvel kan verhelpen. Het initiatief is nog pril maar bijzonder interessant: Presseurop is een Europese internetkrant, die het nieuws van de belangrijkste Europese dagbladen bundelt, en in tien verschillende talen - waaronder het Nederlands - aanbiedt. Binnen vijf jaar zal de site beschikbaar zijn in alle 23 officiële Europese talen. Het gaat niet om een soort promosite voor de Unie; de webkrant bericht immers niet specifiek over de Unie en haar instellingen, maar over ‘het Europa zoals de Europeanen het beleven'. Met een redactie van 10 journalisten met een onafhankelijk redactiestatuut, en een Europese steun van 3 miljoen euro, wil de commissie bijdragen tot het creëren van een "Europese publieke sfeer". Het zal je niet verwonderen dat dit initiatief gesteund werd door de socialistische vicevoorzitter van de commissie Margot Walström. Volgens Walström moet de site "de berichtgeving over Europese zaken verbreden, verrijken en uitbreiden." Er wordt gehoopt dat de site tegen eind 2010 maandelijks zo'n 1,5 miljoen bezoekers zal hebben. Volgend jaar wil de commissie een gelijkaardige televisieversie lanceren.